arrow_rightarrow_righticon_excelicon_pficon_ppticon_wordmagnifier

Programma 2022

donderdag 10 feb

08:30

Ontvangst + registratie

09:00

Opening

Dr. Bianca Suanet, voorzitter congrescommissie Geriatriedagen 2022

09:05

Visie ouderen en geriatrische patiënten op de IC: wat zijn de mogelijkheden en wat zijn de grenzen

Prof. dr. Diederik Gommers, Intensivist, afdelingshoofd bij Intensive Care, Erasmus MC

10:00

Pauze

Parallelronde 1

10:30

1.1 symposium: Voorkomen van Probleemgedrag bij mensen met dementie in verpleeghuizen. De fysieke omgeving verbeteren om probleemgedrag te verminderen. De omstandigheden in de zorg teams verbeteren om probleemgedrag te hanteren

Arnout Siegelaars, Janouk Kosters, Marike Wever, Ria de Vos, Jeroen Kok, Sytse Zuidema, Erica van de Veerdonk

Probleemgedrag bij mensen met veroudering van hersenen en dementie in verpleeghuizen leidt tot overbelasting van de zorgmedewerkers en mantelzorgers. Voor de personen zelf is het vaak ondraaglijk. Oorzaken van probleemgedrag zijn te vinden in de fysieke omgeving, in de bejegening, tijdens de zorgmomenten en maaltijden. In het leiden van een zo normaal mogelijk en gezond leven; zijn zinvolle tijdsbesteding en naar buiten gaan belangrijk; zijn een aangepast prikkelaanbod en informatievoorziening aan de individuele bewoner en een evenwicht tussen activiteit en rust.
Uit onderzoek is gebleken dat probleemgedrag kan samenhangen met karakteristieken van de fysieke woonomgeving. Vervelende geluiden en grootschalig wonen zijn bijvoorbeeld geassocieerd met angst, depressie en agitatie. In dit symposium komen 5 sprekers aan het woord die o.a. onderzoek hebben gedaan naar aanpassingen van de fysieke omgeving van de verpleeghuizen om probleemgedrag te verminderen of te voorkomen.
Er is onderzoek gedaan naar de effecten van kleinschalig wonen, op het gebied van kwaliteit van leven, rust/activiteitritme, cognitieve functie en psychofarmaca. Wetenschappelijke onderbouwing is moeilijk te vinden, maar wel nodig.
In de praktijktheorie de Brein-Omgeving Methodiek van dr. Anneke van der Plaats wordt in het beschouwen van de oorzaken van probleemgedrag bij mensen met dementie gekeken of naast het aanpassen van de fysieke omgeving ook de zorgmomenten/dagstructuur, de maaltijden, de bejegening en de tijdsbesteding aangepast kunnen worden om mensen een begrijpbare en veilig omgeving te bieden.
De derde en vierde spreker in dit symposium bespreken samen het succesvol toepassen van deze brein-omgeving methode in hun kleinschalig woonvorm, in een grote organisatie. Welke oorzaken van probleemgedrag hebben zij gevonden en welke hebben ze kunnen wegnemen om voor de bewoners een gunstige omgeving te creëren.
Dit symposium laat zien dat onderzoek doen naar oorzaken van probleemgedrag een bewustwording op gang brengt. En dat deze bewustwording kan leiden, tot het verminderen en voorkomen van probleemgedrag en tot voortgezet onderzoek.

Leerdoelen
Na deelname hebben deelnemers :
1. Meer kennis over oorzaken in de fysieke omgeving die leiden tot probleemgedrag bij mensen met dementie in verpleeghuizen en thuiszorg.
2. Beter zicht op welke factoren in het gebouw verdwijnen en welke blijvend een negatieve invloed uitoefenen op het gedrag van bewoners en de medewerkers in het gebouw.
3. Meer kennis over de effecten van kleinschalig wonen op dementie.
4. Meer kennis over de oorzaken in zorgmomenten, dagstructuur en bejegening die leiden tot probleemgedrag bij mensen met dementie in verpleeghuizen en thuiszorg.
5. Meer kennis over het professionaliseren van zorgteams in hoe ze zich inhoudelijk kunnen bekwamen probleemgedrag te voorkomen en probleemgedrag hanteren .

10:30

1.2 symposium: Heilige huisjes in de geriatrie

Dieneke van Asselt, Jurgen Claassen, Esther Karssemeijer, Sander Olieman

We willen allemaal zinvolle en wenselijke zorg leveren. We zijn echter ook maar mens en hebben vaak onbewust heilige huisjes die zinvolle zorg in de weg kunnen staan. Een heilig huisje is een voor de betrokkene onaantastbare waarheid. Wij hebben als opleidingsgroep bij onszelf drie heilige huisjes ontdekt. Heb jij deze heilige huisjes ook?

10:30

1.3 symposium: Wetenschap in de Geriatrie: Laat je inspireren door ambities, briljante missers en succesverhalen

Harmke Polinder-Bos, Hanna Willems, Thea Zonneveld-Heil, Alferso Abrahams

Wetenschap is de basis van onze patiëntenzorg. De wetenschapscommissie heeft als ambitie om wetenschappelijk onderzoek een prominentere rol te geven binnen de geriatrie. Maar hoe bereiken we dat? En wat kunnen we leren van onderzoeken die we met elkaar gedaan hebben? Dit symposium wil antwoord geven op die vragen door terug te blikken op briljante missers en successen.

10:30

1.4 workshop: Kwaliteit 3.0 Hoe verder met het kwaliteitsbeleid in de geriatrie?

Judith Wilmer

De gezondheidszorg staat voor grote uitdagingen. Hoe kunnen we bij een groeiend aantal ouderen de kwaliteit van zorg hoog houden en waar nodig verbeteren? En hoe houden we dit betaalbaar? Hoe zorgen we dat klinisch geriaters plezier in hun werk houden en duurzaam inzetbaar zijn en blijven.
In deze workshop geven we een update over de stand van zaken in de literatuur over de kwaliteit van zorg voor kwetsbare ouderen. En we presenteren de resultaten van de interviews met de stakeholders.

Op basis van deze resultaten hebben we stellingen voorbereid, waarover we met U van gedachte willen wisselen;
– Voor elke 80+ een geriater
– Van elkaar leren door visiteren in plaats van controleren
– Het ziekenhuis uit om van Nederland een Blue Zone te maken
– Weg met de screeningslijstjes

Leerdoelen:
De deelnemer
– is op de hoogte van de laatste stand van zaken op gebied van kwaliteit van zorg voor kwetsbare ouderen.
– is op de hoogte van de wensen zijn van de stakeholders.
– levert een actieve bijdrage aan het nieuwe kwaliteitsbeleid

10:30

1.5 workshop: Samen beslissen, wie doet wat in het multidisciplinaire team?

Ruth Pel-Littel, Niamh Hoogerbrugge

In de geriatrie staat multidisciplinaire samenwerking centraal. Maar hoe kom je tot een goede rolverdeling en taakafstemming tussen verschillende disciplines als het gaat om samen beslissen? Want naast de arts, hebben ook verpleegkundig specialisten, verpleegkundigen en paramedici een rol bij het samen beslissen met ouderen en naasten. In navolging van de competentie-set samen beslissen voor artsen, ontwikkelde de V&VN in 2021 een competentie-set samen beslissen voor verpleegkundige beroepen. In deze workshop informeren we jullie over deze competentie set samen beslissen voor verpleegkundige beroepen en bespreken we met elkaar wat jullie ervaringen zijn met samen beslissen in je dagelijks werk in de geriatrie. Welke kennis, vaardigheden en houding heb je nodig voor samen beslissen en hoe verhoudt zich dat met de expertise die verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten in de geriatrie in huis hebben? Waar zitten mogelijk verbeterpunten of kansen voor verpleegkundige beroepsgroepen in de geriatrie? En hoe kom je tot een goede rolverdeling en taakafstemming tussen verschillende disciplines als het gaat om samen beslissen?

• Leerdoel 1: de deelnemers hebben kennis van de competentie set samen beslissen voor verpleegkundige beroepen
• Leerdoel 2: de deelnemers krijgen inzicht in de verbeterpunten of kansen om de expertise in samen beslissen voor verpleegkundige beroepsgroepen in de geriatrie te vergroten.
• Leerdoel 3: de deelnemers krijgen inzicht in rolverdeling en taakafstemming tussen verschillende disciplines m.b.t. samen beslissen

10:30

1.6 symposium: Poster pitches - genomineerde posterprijs - 5 beste poster inzendingen

Irene Muller-Schoof, Anouschka Pronk, Harmke Polinder-bos, Trui van Essen, Jeske Walgers

P01 – Hoe leren praktisch geschoolde (student) zorgverleners in de verpleeghuiszorg? Een scoping review
Irene Muller-Schoof, Universiteit van Tilburg

P02 – De invloed van benzodiazepine bloedconcentraties op het verband tussen oudere benzodiazepine gebruikers en het risico op vallen
Anouschka Pronk, Amsterdam UMC

P03 – Referentie waarden voor loopsnelheid in thuiswonende ouderen; resultaten van de Rotterdam Studie
Harmke Polinder-bos, Erasmus MC

P04 – Behandelvoorkeuren van oudere patiënten met hoofd-halskanker
Trui van Essen, Erasmus MC

P05 – Het gebruik van orale anticoagulantia is niet geassocieerd met een toename van bloedingen in kwetsbare ouderen met recidiverend vallen
Jeske Walgers, Noordwest Ziekenhuis

11:30

Wisseltijd

Mondelinge abstract presentaties ronde 1

11:35

Mondelinge abstract presentaties ronde 1

Hanna Willems, R.C.M.A. Raijmann, Tessa Schoot, Ruth Pel-Littel

01.1 Kwaliteit van leven na opereren versus niet opereren bij kwetsbare verpleeghuisbewoners met heupfractuur (FRAIL-HIP)
Hanna Willems, Amsterdam UMC

O1.2 Impact van standaard geriatrische medebehandeling op klinische uitkomsten bij opgenomen kwetsbare oudere cardiologie patiënten
R.C.M.A. Raijmann, JBZ

O1.3 Niertransplantatie of dialyse bij ouderen? – een interview studie over het keuzeproces
Tessa Schoot, JBZ

O1.4 “Het was net alsof ik in een rollercoaster zat” Ervaringen van ouderen met COVID-19
Ruth Pel-Littel, Vilans

11:35

Mondelinge abstract presentaties ronde 2

Atiya Mohammad, Esther Molenaar, Petra Boersma, Esther Bot

O2.1 Problematische voorschrijfcascades kwantificeren in Nederland
Atiya Mohammad

O2.2 Onderscheidende groepen in Fysieke Zelfredzaamheid bij zelfstandig wonende ouderen
Esther Molenaar, hogeschool Utrecht/UMC Utrecht

O2.3 Wat kan kunst betekenen voor zorgverleners, kunstenaars en ouderen met chronische psychiatrische aandoeningen en dementie in woon/zorgcentra?
Petra Boersma, Hogeschool Inholland

O2.4 Zijn geriatrische parameters voorspellend voor complicaties na oesofagectomie bij oudere patiënten met oesofaguscarcinoom?
Esther Bot, UMC Utrecht

12:35

Lunchpauze

12:45

Lunchsymposium BMS

12:45

Postersessie

Parallelronde 2

14:00

2.1 symposium: Secundair cardiovasculair risicomanagement bij ouderen: pro contra debat!

Rob van Marum, Majon Muller, Leonora Louter, Stephanie van der Woude

Tijdens dit interactieve pro-contra debat worden de kernpunten en discussiepunten besproken van de nieuwe module ‘Minderen en stoppen van medicatie’, behorende bij de multidisciplinaire richtlijn ‘Polyfarmacie bij ouderen’. Hierna zal een pro/contra debat plaatsvinden over het minderen en stoppen van medicatie voor secundair cardiovasculair risicomanagement, zoals statines en antihypertensiva. Twee experts zullen het publiek prikkelen door een tegengesteld evidence-based uitgangspunt te verdedigen: we besteden niet alleen aandacht aan de potentiële voordelen van stoppen van cardiovasculaire medicatie (bijvoorbeeld door het verminderen van bijwerkingen), maar ook aan de potentiële nadelen van het staken van cardiovasculaire medicatie (bijvoorbeeld het optreden van harde cardiovasculaire eindpunten). Tenslotte zullen wij aan de hand van een interactieve casus met het publiek discussiëren over het afbouwen van cardiovasculaire medicatie in de klinische praktijk. Hierbij zal de nadruk liggen op de monitoringfase na afbouwen/stoppen.

Leerdoelen:
1. De toehoorder is op de hoogte van de kern- en discussiepunten van de nieuwe module ‘Minderen en stoppen van medicatie’ bij de multidisciplinaire richtlijn ‘Polyfarmacie bij ouderen’).
2. De toehoorder kan argumenten vóór en tegen staken van secundair preventieve cardiovasculaire medicatie bij ouderen benoemen.
3. De toehoorder heeft kennis van de potentiële gevolgen van het afbouwen van cardiovasculaire medicatie.

14:00

2.2 symposium: ABOARD: op weg naar gepersonaliseerde preventie, predictie en diagnostiek van dementie

Sebastian Köhler, Argonde van Harten, Hanneke Rhodius-Meester, Janne Papma

De ziekte van Alzheimer (AD) vormt één van de grootste gezondheidszorg-uitdagingen van onze eeuw. Alzheimer berooft mensen geleidelijk van hun cognitieve vermogens, met dementie als laatste stadium. Er is nog geen genezing. Het ABOARD project werkt aan een toekomst met gepersonaliseerde preventie, bestaande uit combinaties van leefstijl en ziekte-modificerende strategieën. De sleutel om AD te stoppen ligt in de stadia vóór dementie. Hierbij moet de patiënt aan het roer staan. De missie van ABOARD is om een vliegende start te maken met behandeling op maat (personalized medicine) voor AD, door alle voorbereidingen te treffen voor effectieve, patiënt-geregisseerde diagnose, predictie en preventie. Deze missie realiseren we met een multidisciplinair consortium, dat bestaat uit meer dan 30 partners.
In dit symposium laten we u kennis maken met vier onderzoekers/artsen die vanuit verschillende invalshoeken bijdragen aan ABOARD, en onderzoek doen wat direct aansluit bij de dagelijkse praktijk van de geheugenpolikliniek. Doel van dit symposium is dan ook de deelnemers op de hoogte te brengen van innovatieve projecten die gaande zijn, over deze projecten in discussie te gaan en samen zo het onderzoek naar de dagelijkse praktijk te brengen.

Het symposium begint met een kort overzicht van het ABOARD project. Vervolgens richt Sebastian Köhler zich op leefstijl preventie en welke mogelijkheden er zijn voor de patiënt van nu. Daarna, vertelt Argonde van Harten meer over welke plasma biomarkers al beschikbaar zijn voor de geheugenpolikliniek. Hanneke Rhodius-Meester laat zien hoe computer tools de arts kan helpen in de (soms lastige) dementie diagnostiek en wat eindgebruikers daar eigenlijk van vinden. Janne Papma gaat ten slotte dieper in op hoe we cognitie bij mensen met een andere culturele achtergrond kunnen meten, met als einddoel een best practice voor cultuur-sensitieve zorg. Barbara van Munster sluit het symposium af door met de deelnemers in discussie te gaan over deze ontwikkelingen.

14:00

2.3 symposium: Zingevingsgesprekken aangaan in verpleeghuizen en zorghospices. Kennismaking met een hulpmiddel hiervoor uit het project Betekenisvol leven: de Patient Dignity Question (max. 20 deelnemers)

Michael Echteld, Olga Gershuni, Robbert Gobbbens, Joost van Iersel, Aaltje Jansen, Guus Munten

Om als zorgprofessionals persoonsgerichte zorg te bieden is het essentieel om in gesprekken met cliënten op efficiënte wijze informatie te verkrijgen over wat van belang is in cliënten hun leven. Belangrijke competenties van zorgprofessionals hierbij zijn het herkennen en anticiperen op zingevingsvragen. In deze workshop maakt u kennis met een hulpmiddel voor het in kaart brengen van wat écht belangrijk is in cliënten hun leven én voor het aangaan van zingevingsgesprekken: de Patient Dignity Question (PDQ; “Wat moet ik van u weten als persoon om u de best mogelijke zorg te verlenen?”). In het ZonMw-project ‘Betekenisvol leven’, een actieonderzoek rondom zingeving, implementeren we dit hulpmiddel in verpleeghuizen en een zorghospice (Van Neynsel, Groenhuysen en Zonnehuisgroep Amstelland).

We starten de workshop met wat vanuit onderzoek bekend is rondom (1) het belang van zingeving voor cliënten van verpleeghuizen en zorghospices én (2) de aandacht voor zingeving bij inzet van de PDQ. Daarna informeren we u over onze eigen ervaringen met de inzet van de PDQ binnen het ZonMw-project ‘Betekenisvol leven’. Vervolgens krijgt u een instructie voor het voeren van ‘een PDQ-gesprek’, gebaseerd op de instructie die we tijdens onze trainingen aan zorgprofessionals geven. U gaat in groepjes oefenen om te ervaren hoe het is om een ‘PDQ-gesprek’ te voeren en te ondergaan. Ter afsluiting delen we onze ervaringen hiermee én discussiëren we over wat nodig is om een hulpmiddel zoals de PDQ in te zetten binnen uw eigen praktijkvoering.

Na het volgen van deze workshop kunt u:
– Aangeven of én hoe de PDQ binnen uw eigen praktijkvoering kan dienen als hulpmiddel om betekenisvolle gesprekken te voeren;
– Aangeven hoe u het oefenen met ‘een PDQ-gesprek’ ervaren heeft;
– Het belang van aandacht voor zingeving binnen verpleeghuizen en zorghospices kenschetsen vanuit wat bekend is uit onderzoek hierover.

Max. aantal deelnemers: 20 

14:00

2.4: Deze workshop is vervallen.

14:00

2.5 workshop: Ontwikkeling van een digitale persoonsgerichte methodiek gericht op het signaleren, bespreken en diagnosticeren van zorgvragen rond intimiteit en seksualiteit in de ouderenzorg

Noelle Sant, Sonja van der Sluis, Jan S. Jukema, Jos Thalen, Karin Voortman-Overbeek

Het lectoraat verpleegkunde van de Saxion Hogeschool heeft de afgelopen twee jaar met subsidie van het SIA gewerkt aan de ontwikkeling van een persoonsgerichte methodiek. Deze methodiek heeft als doel om de zorgbehoeftes en wensen rondom het onderwerp intimiteit en seksualiteit in de ouderenzorg beter bespreekbaar te maken. Gebaseerd op thematisering van interviews van cliënten/bewoners en zorgverleners hebben wij persona’s ontwikkeld. Deze vier persona’s van zowel cliënten/bewoners als zorgverleners zijn gematcht met bestaande hulpinstrumenten die de zorg rondom intimiteit en seksualiteit ondersteunen, geplaatst in de context van de organisatie.
Hier zijn drie verschillende prototypes uit voort gekomen en ontwikkeld in nauwe samenwerking met de zorgverleners en de cliënten. Deze prototypes zijn getest in drie verschillende zorgcentra’s.
Wij presenteren de uitkomsten van ons onderzoek van deze verschillende vormen van persoonsgerichte methodiek, en welke methodiek het beste past in de dagelijkse zorgpraktijk. Deze methodiek willen wij graag demonstreren waarbij wij jullie meenemen in de stappen die genomen zijn in de ontwikkeling hiervan. Tevens willen wij met jullie de meerwaarde bespreken van deze methodiek in het signaleren, bespreken en diagnosticeren van zorgvragen rond intimiteit en seksualiteit in de ouderenzorg

Leerdoelen:
1. Het ervaren van het gebruik van de methodiek
2. Inzicht in de do’s and don’ts bij het ontwikkelen van een digitale persoonsgerichte methodiek.
3. Inzicht in het belang van het thema intimiteit en seksualiteit

14:00

2.6 symposium: Reablement, het nieuwe toverwoord in de ouderenzorg? Op weg naar een actief en betekenisvol leven, thuis en in het verpleeghuis

Lise Buma, Ines Mouchaers, Stan Vluggen

Door de vergrijzing van de maatschappij zijn er steeds meer ouderen die ten gevolge van ziektes, ouderdom of valincidenten beperkingen ervaren in het dagelijks leven. Dit betreft zowel activiteiten zoals wassen, aankleden of huishoudelijke taken als activiteiten die betekenis geven aan iemands leven zoals het spelen met de kleinkinderen. De complexe zorgvragen van ouderen in combinatie met schaarse middelen in de zorg vraagt om een aanpassing van de huidige zorgprocessen.
Reablement kan hierbij een oplossing bieden. Ooit bedacht in het Verenigde Koningrijk is reablement vervolgens toegepast in Nieuw-Zeeland en Australië en heeft het zich de laatste jaren ook razendsnel in Scandinavië verspreid. Echter, tussen en zelfs binnen landen is er veel variatie in hoe reablement wordt toegepast. In 2020 is een internationaal geaccepteerde reablement definitie gepubliceerd: “Reablement is persoonsgerichte zorg die als doel heeft de zelfredzaamheid te vergroten en professionele zorg te verminderen. Een interdisciplinair team werkt samen aan de individuele doelen van de cliënt, waarbij rekening wordt gehouden met de eigen kracht van de cliënt en de mogelijkheden van de fysiek en sociale omgeving. Reablement is voor iedere klant geschikt los van leeftijd, diagnose en setting.”
In Nederland wordt ook steeds meer reablement onderzoek gedaan. Dit symposium beschrijft de resultaten van drie studies. De eerste presentatie geeft de resultaten van een systematisch literatuuronderzoek naar de effectiviteit van reablement weer. Bovendien zet de spreker veelbelovende reablement componenten op een rij. In de tweede presentatie wordt de ontwikkeling en inhoud van het reablement programma I-MANAGE beschreven. I-MANAGE is bedoeld voor thuiswonende cliënten na geriatrische revalidatie. De derde spreker vertelt over de resultaten van de ZELF pilotstudie. Het ZELF programma ondersteunt zorgverleners o.a. door middel van training en coaching in het toepassen van reablement in de praktijk. In de presentatie staan de haalbaarheid van en tevredenheid met ZELF in de verpleeghuissetting centraal.

Leerdoelen
• Na deelname aan het symposium hebben deelnemers meer inzicht in de effectiviteit van reablement en veelbelovende reablement componenten.
• Na deelname aan het symposium hebben deelnemers meer kennis over de inhoud van het reablement programma I-MANAGE.
• Na deelname aan het symposium hebben deelnemers zicht op de resultaten van de ZELF pilotstudie.

15:00

Pauze

15:30

Post Traumatische Stress Stoornis (PTSS) en Dementie

Mw. Dr. Sjacko Sobczak, ouderenpsychiater senior onderzoekerr, Mondriaan, Maastricht University (Department of Neuropsychology and Psychopharmacology, Faculty of Psychology and Neuroscience; School for Mental Health and Neuroscience, Faculty of Health, Medicine and Life Sciences)

PTSS is een risicofactor op het ontwikkelen van dementie. Helaas is bij patiënten met dementie het stellen van de diagnose PTSS in de klinische praktijk ingewikkeld. Symptomen kunnen zich anders presenteren en ‘probleemgedrag’ staat op de voorgrond. In deze voordracht wordt aandacht besteed aan deze diagnostische uitdagingen, de prevalentie van PTSS bij dementie en mogelijke onderliggende mechanismen in de onderlinge associatie. Er wordt een ‘ state of the art’ gegeven van de kennis van nu en de vele relevante uitdagingen die nog voor ons liggen.

16:25

Wisseltijd

Parallelronde 3

16:30

3.1 symposium: Update SIG Valpreventie: nieuwste inzichten op het gebied van mobiliteit, medicatie, aanpak en preventie

Nathalie van der Velde, Mirjam Pijnappels, Eveline van Poelgeest, Judith Kuiper

In dit symposium van de NVKG SIG Valpreventie komen de nieuwste inzichten op het gebied van valpreventie bij ouderen voorbij. In de eerste presentatie zullen de eerste uitkomsten van de verschillende werkgroepen van de ‘World Falls Guideline’ besproken worden door een van de twee vicevoorzitters van deze internationale richtlijn, prof.dr. Nathalie van der Velde. Een sneakpreview vooruitlopend op de publicatie van de definitieve richtlijn eind 2022.

Aansluitend zal prof.dr. Mirjam Pijnappels een overzicht geven van de nieuwste inzichten op het gebied van beweeginterventies in het kader van valpreventie, waaronder nieuwe technologische ontwikkelingen zoals exergaming en pertubatietraining. Ze zal tevens een overzicht geven van de meest effectieve beweeginterventies voor de verschillende doelgroepen. De derde spreker, dr. Eveline van Poelgeest zal handvaten geven voor een gestructureerde en weloverwogen afbouw van valrisico verhogende medicatie en hoe om te gaan met het klinische dilemma dat ook de onderliggende aandoening adequate behandeling vergt. Dit aan de hand van het recent gepubliceerde eerste klinische review van de serie ‘to treat or not to treat: deprescribing dillema’s in FRIDs’. Als laatste zal dr. Judith Kuiper afronden met een presentatie over het optimaliseren gezamenlijke besluitvorming en motiveren van ouderen ten aanzien van aanpakken van het valrisico met behulp van een door VeiligheidNL ontwikkelde toolkit die handvaten biedt zoals effectieve gedrag strategieën.

16:30

3.2 symposium: Interprofessionele leren en werken rondom de geriatrische patiënt: van theorie tot toepassing

Jan-Jaap Reinders, Karen Keijsers

De Federatie Medisch Specialisten (FMS) stelt: “In 2025 is de zorg rondom en, waar mogelijk, dichtbij de patiënt georganiseerd. De medisch specialist zal, nog meer dan nu, in staat en bereid zijn om samen te werken met andere zorgprofessionals…De medisch specialist beweegt zich in een flexibel netwerk van zorgprofessionals waar de uitkomst van zorg en de behoefte van de patiënt het uitgangspunt is”.
Waarom is interprofessioneel leren en werken nu zo belangrijk? Op internationaal niveau wordt interprofessioneel werken en leren in de zorg aanbevolen. De WHO stelt dat er voldoende bewijs is dat er betere zorg geleverd wordt als de zorg interprofessioneel is. Interprofessionele (verschillende professies zoals verpleegkundigen en artsen) en intraprofessionele (verschillende vakgebieden zoals interne geneeskunde en cardiologie) zorg vormgeven is echter niet eenvoudig. Dit wordt ook onderschreven door de De Raad Volksgezondheid en Samenleving (RVS) in het rapport van april 2020.
Interprofessionele en interprofessionele zorg is meer dan “allebei naar de patiënt kijken” (naast elkaar); het gaat erom om samen naar en met de patiënt te kijken (samen rondom de patiënt). Dit past ook helemaal in het gedachtengoed van positieve gezondheid (Hubert).
Echter, in de literatuur is nog relatief weinig bekend over de daadwerkelijke effectiviteit van interprofessioneel samenwerken, ondanks dat er veel over geschreven is (>60.000 publicaties). Een Cochrane review uit 2017 benadrukt dat relatief weinig studies de relatie tussen interprofessionele samenwerking en klinische uitkomsten kunnen aantonen (Reeves et al., 2017). Meer is bekend over de effectiviteit van interprofessionele educatie (IPE). Uit een meta-analyse van Guraya en Barr (2018) blijkt dat IPE zeer effectief kan zijn in het veranderen van percepties en attituden van studenten.
In dit symposium wordt een brug geslagen tussen theorie en praktijk.

16:30

3.3 symposium: Coach 2 move

N.t.b.

16:30

3.4 workshop: De ins en outs van de nieuwe richtlijn Osteoporose en Fractuurpreventie

Hanna Willems, Mariëlle Emmelot

Fracturen komen veel voor op oudere leeftijd en hebben belangrijk gevolgen voor de functionaliteit en de kwaliteit van leven. Daarom is het belangrijk om juist bij de oudere patient een goed beleid m.b.t. fractuurpreventie op te stellen. De afgelopen jaren zijn er een aantal belangrijke nieuwe (medicamenteuze) ontwikkelingen geweest op het gebied van fractuurpreventie, die hebben geleid tot een update van de richtlijn Osteoporose en Fractuurpreventie. De belangrijkste veranderingen in deze richtlijn zullen tijdens deze workshop interactief besproken worden.

Leerdoelen:
1. kennis verwerven aan de hand van interactieve casus over de behandeling van osteoporose bij de oudere patient.
2. Kennis verwerven over het staken van denosumab
3. Bespreken van het nieuwe middel romosozumab
4. Valrisico inschatten op de fractuurpoli

16:30

3.5 symposium: Kleur bekennen bij de implementatie van de STIP-Methode: preventie en behandeling van (matig/ernstig) probleemgedrag bij mensen met dementie

Wilco Achterberg, Ton Bakker, Canan Ziylan, Helma Verstraeten, René van ’t Erve

Tijdens dit symposium bespreken we de eindresultaten van ons onderzoek, met name de belemmerende en bevorderende factoren van de implementatie van de STIP-Methode: de gepersonaliseerde STapsgewijze Integrale preventie en behandeling van Probleemgedrag bij mensen met dementie. Deze complete aanpak van probleemgedrag is ontwikkeld volgens de Richtlijn Probleemgedrag van Verenso/NIP (2018). De STIP-Methode is een combinatie van reeds bewezen effectieve aanpakken (IRR, STA OP!, Grip op Probleemgedrag). Gedurende twee jaar is de STIP-Methode d.m.v. participatie-actie onderzoek in twee verpleeghuizen geïmplementeerd, ondersteund door de webapplicatie BPSD Care, die speciaal hiervoor aangepast is en reeds gebruikt wordt in Zweden, Japan en Denemarken.

We beantwoorden tijdens het symposium vier vraagstellingen:
1. Wat houdt de STIP-Methode in en wat is de opzet van het onderzoek op hoofdlijnen?
2. Welke belemmerende en bevorderende factoren ervaren mantelzorgers, zorgprofessionals, inhoudelijk managers en bestuurders bij de implementatie van de STIP-Methode?
3. Wat is de impact van de STIP-Methode op probleemgedrag?
4. Wat betekenen de bevindingen voor implementatie van de STIP-Methode in andere verpleeghuizen en in de eerste lijn?

De vierde vraagstelling beantwoorden we door middel van een open panel discussie met reflectie op wat onze bevindingen betekenen voor preventie en behandeling van (matig/ ernstig) probleemgedrag, zowel in verpleeghuizen als in de eerste lijn. Het symposium is vanwege de integrale interdisciplinaire aanpak van probleemgedrag relevant voor iedere professional en manager werkzaam in een verpleeghuis, maar biedt ook handvatten voor mantelzorgers en voor professionals in de thuissituatie.

16:30

3.6 symposium: Met verhalen werken aan kwaliteitsverbetering

Aukelien Scheffelaar, Natascha van Spaandonk, Johanna Rutten, Marleen Dohmen, Charlotte van den Eijnde, Gerben Westerhof

Om mensgerichte ouderenzorg te realiseren, is het belangrijk om de ervaringen, betekenis en behoeften van ouderen in beeld te brengen. Verhalen van ouderen bieden inzicht in hun leven, in de ervaringen met de zorg en in aspecten die zij belangrijk vinden. Het verzamelen van verhalen wordt als narratieve methodiek op verschillende plekken in Nederland ingezet voor kwaliteitsverbetering. In dit symposium worden de volgende vragen behandeld: Wat is de meerwaarde van het verzamelen van verhalen? Wat zijn belangrijke voorwaarden? En op welke manieren kunnen verhalen worden gebruikt voor kwaliteitsverbetering? Daarnaast krijgen aanwezigen een inkijkje in de beschikbare narratieve methoden die voor de ouderenzorg in Nederland ontwikkeld zijn: ‘Het verhaal als kwaliteitsinstrument’ (Tranzo, Tilburg University), ‘Ruimte voor Zorg’ (Maastricht University), ’Narratieve Verantwoording in de Praktijk’ (Leyden Academy) en project ‘Verhalen over de zorg’ (Universiteit Twente). Door het werken met verhalen komen zorgmedewerkers erachter wat cliënten belangrijk vinden, en kunnen zij beter inspelen op wensen en behoeften. De kracht van deze methoden is dat de leefwereld van ouderen en andere betrokkenen in de verhalen centraal staat. De methoden worden als veelbelovend gezien voor en door de praktijk, doordat zorgmedewerkers zelf een sleutelrol hebben bij het verzamelen en gebruiken van verhalen om de kwaliteit van zorg te verbeteren.

Leerdoelen
Na het volgen van dit symposium:
• Begrijpt de deelnemer de meerwaarde van verhalen of narratieven voor de kwaliteit van de ouderenzorg.
• Heeft de deelnemer kennis over de beschikbare specifieke instrumenten voor de ouderenzorg die gebaseerd zijn op narratieve methodiek
• Kent de deelnemer verschillende manieren waarop verhalen kunnen worden verzameld en ingezet voor kwaliteitsverbetering en teamleren.

17:30

Borrel

17:30

Algemene Ledenvergadering

vrijdag 11 feb

08:00

Ontbijtmeeting BMS

08:30

Ontvangst + registratie

09:00

Opening

Robbert Gobbens, Vice -Voorzitter, congrescommissie Geriatriedagen 2022

09:05

Vrij, tenzij…

MSc Esther Burgers-Mulder, verpleegkundig specialist Geriatrie, Rijnstate ziekenhuis, Arnhem

Vrijheidsbeperkende interventies (VBI) door de jaren heen, wat hebben we gedaan en wat zijn landelijke ontwikkelingen.
De komst van de indicator VBI en het verbeterdoel VBI.
Waar houdt de werkgroep V&VN VBI zich mee bezig.
Tips voor in de eigen praktijk.

10:00

Pauze

Parallelronde 4

10:30

4.1 symposium: Medicatie-gerelateerde heropnames bij ouderen: zijn ze te voorkomen?

Wilma Knol, Fatma Karapinar, Lianne Huibers

Optimalisering van het medicatiegebruik bij ouderen om ongewenste voorvallen als ziekenhuisheropnames te verminderen, is een van de grootste uitdagingen waarvoor onze samenleving staat. Dertig procent van de ziekenhuisopnames van ouderen houdt verband met geneesmiddelen; de helft daarvan is potentieel vermijdbaar. Ook zo’n 20% van heropnames is medicatie-gerelateerd. Hoe verminder je het ongeschikte medicatiegebruik bij oudere patiënten, en daarmee de negatieve gevolgen ervan? Dat is het onderwerp van de OPERAM-studie, waarin vier Europese medische centra de effecten van een ‘gestructureerde medicatiebeoordeling’ onderzochten bij 70-plussers met multimorbiditeit die in het ziekenhuis waren opgenomen. Het UMC Utrecht was partner in dit project met een onderzoeksgroep vanuit de klinische geriatrie en ziekenhuisfarmacie. In dit symposium hoort u de resultaten van deze grote klinische trial en nemen we u daarnaast mee naar de bevindingen van andere recente projecten, zodat u meer inzicht verkrijgt in verbetermogelijkheden die de medicatiebeoordeling weer een stap verder kunnen brengen.
Medicatie-gerelateerde heropnames hebben meerdere oorzaken en zijn vaak multifactorieel. Bijvoorbeeld 52% van patiënten weet na ontslag niet precies welke medicatie gewijzigd is in het ziekenhuis en gebruiken thuis hun medicatie anders dan initieel bedoeld was. Ook neemt de opnameduur in ziekenhuizen steeds meer af. Dat betekent dat de bijwerkingen van geneesmiddelen gestart in het ziekenhuis vaak pas ontstaan in de eerste lijn buiten het zicht van de initiële voorschrijver. Om schade na ontslag ten gevolge van geneesmiddelen te reduceren is transmurale zorg belangrijk. In OLVG is van 1120 heropnames uitgezocht wat de belangrijkste redenen voor heropnames waren. Aan de hand van casussen gaan we hier nader op in en bespreken we welke rol geriaters en de verschillende zorgverleners kunnen spelen bij het reduceren van heropnames en het optimaliseren van transmurale zorg.

10:30

4.2 symposium: Geïntegreerde zorg voor kwetsbare ouderen belicht vanuit praktijk, onderwijs en onderzoek

Dieneke van Asselt, Sietske Grol, Yvonne Schoon, Lia Fluit, Natasja Looman

We horen veel over netwerkzorg of geïntegreerde zorg. Maar wat wordt daar nu precies onder verstaan? En wat kan deze vorm van zorg opleveren? Wat weten we überhaupt over geïntegreerde zorg voor ouderen? En hoe kan deze zorg er in de praktijk uit zien? En last but not least: hoe kunnen we onze aios leren geïntegreerde zorg te leveren? Deze vragen willen we graag proberen te beantwoorden. In dit symposium nemen wij u mee in de actuele ontwikkelingen en onderzoeken op het gebied van geïntegreerde zorg in het Radboudumc.

Leerdoelen
Na dit symposium kent u
– het concept geïntegreerde zorg en de meerwaarde ervan in de ouderenzorg
Na dit symposium kunt u
– in uw eigen organisatie aan de slag om (onderdelen van) geïntegreerde zorg handen en voeten te geven
– in uw opleiding aan de slag om (onderdelen van) geïntegreerde zorg handen en voeten te geven

10:30

4.3 workshop: Hoe ondersteunen we de geriatrische cliënt optimaal in het werken aan revalidatiedoelen? (max. 15 deelnemers)

Annemarie Vaalburg, Petra Boersma

Cliëntgerichte zorg is een benadering waarin de ervaringsdeskundigheid van de cliënt samengebracht wordt met de expertise van de professional. Onderzoek laat zien dat wanneer de cliënt centraal staat in het zorgproces hij/zij meer eigen regie en kracht ervaart. In de Geriatrische Revalidatie kan meer cliëntgericht worden gewerkt door met cliënten revalidatiedoelen op te stellen en hen te ondersteunen in het werken aan deze doelen. In het multidisciplinaire team kunnen de verpleegkundige en de verzorgende een unieke verbindende rol spelen tussen het team en de cliënt. Anne Marie Vaalburg en Petra Boersma, onderzoekers verbonden aan het Lectoraat Gezondheid en Welzijn van kwetsbare ouderen, en lecturer practitioners in de geriatrische revalidatie doen onderzoek naar cliëntgericht werken met doelen. Zij onderzochten welke behoeftes geriatrische cliënten hebben als het gaat om werken met doelen. Daarnaast onderzochten zij welke methodieken er voor verpleegkundigen en verzorgenden in de geriatrische revalidatie beschikbaar zijn om cliënten te ondersteunen in het opstellen en werken aan doelen.
In de workshop worden de methodes gepresenteerd. Uit de verschillende methodes halen we met elkaar de meest kansrijke activiteiten voor het multidisciplinaire team als het gaat om cliëntgericht werken met doelen.

Leerdoelen:
Na afloop van het programma kunnen deelnemers:
1. …de behoeftes van geriatrische cliënten als het gaat om werken met doelen benoemen.
2. …gevoed met informatie over verpleegkundige methodieken op het vlak van goal setting reflecteren op de rol van de verpleegkundige in het multidisciplinaire revalidatieteam.
3. …benoemen waar in de eigen praktijk kansen en mogelijkheden liggen als het gaat om werken met doelen met cliënten.

10:30

4.4 workshop: ProMuscle in de Praktijk: een beweeg- en voedingsinterventie voor ouderen. Effectiviteit, uitvoerbaarheid en de praktische toepassing in je eigen context (max. 60 deelnemers)

Berber Dorhout, Di-Janne Barten

Tijdens deze workshop staat de leefstijlinterventie ProMuscle in de Praktijk centraal. In het eerste deel van de workshop nemen we u mee in de wetenschappelijke reis die de interventie afgelegd heeft. We laten zien dat deze leefstijlinterventie is ontwikkeld voor en met de doelgroep van thuiswonende 65-plussers om de neerwaartse spiraal in fysiek functioneren te doorbreken. We tonen bewijs dat een combinatie van intensieve spierkrachttraining met een verhoogde eiwitinname leidt tot een toename in skeletspiermassa, beenspierkracht en fysiek functioneren in ouderen. Vervolgens participeert u in het tweede deel van de workshop virtueel in een lokale projectgroep die ProMuscle in de Praktijk wil implementeren. We plaatsen u voor praktische uitdagingen die de implementatie bemoeilijken. Daarbij kunt u denken aan veelgenoemde redenen als ‘tijdgebrek’ en ‘ontbreken van kennis’, maar ook meer specifieke belemmeringen als ‘oppervlakkige relaties met stakeholders’ en ‘intern gericht leiderschap’. U gaat met uw mede-projectgroepleden op zoek naar oplossingen om deze belemmeringen weg te nemen. Hoe zien deze oplossingen eruit? Wie moet betrokken zijn bij de implementatie van de leefstijlinterventie in de doelgroep van thuiswonende ouderen? Hoe zorg je voor een duurzame implementatie? Via interactieve werkvormen wordt u geprikkeld om na te denken over praktische uitdagingen rond de uitrol van de bewezen effectieve leefstijlinterventie ProMuscle in de Praktijk.

Na het volgen van deze workshop is de deelnemer in staat om:

  • De werkzaamheid van de leefstijlinterventie ProMuscle in de Praktijk te begrijpen
  • Belemmerende en bevorderende factoren te noemen voor het uitrollen van een leefstijlinterventie in de eigen organisatie
  • Oplossingen te bedenken die de uitrol van de leefstijlinterventie binnen diverse settings/organisaties kan bevorderen

10:30

4.5 symposium: Nieuwe inzichten in de behandeling van hartfalen bij de oudere patiënt

Miriam Faes, Lauren Dautzenberg

Hartfalen is een veel voorkomende aandoening bij de oudere patient met een hoge morbiditeit en mortaliteit. De laatste jaren zijn er vele nieuwe ontwikkelingen op het gebied van de behandeling van hartfalen, die geresulteerd hebben in een herziening van de hartfalen richtlijn van de ESC. Deze nieuwe ontwikkelingen zullen vanuit verschillende gezichtspunten op dit symposium gepresenteerd worden (met een focus op de oudere patient). Dit symposium wordt georganiseerd door de Special Interest Group Geriatrische Cardiologie van de NVKG in samenwerking met de werkgroep Geriatrische Cardiologie van de NVVC.

Leerdoelen
1. De deelnemer heeft inzicht in het beperkte aantal aanbevelingen die specifiek gericht zijn op oudere populatie binnen de huidige richtlijnen van de cardiologie
2. De deelnemer heeft kennis van de nieuwe inzichten in de behandeling van hartfalen van ouderen
3. De deelnemer heeft inzicht in de rol van een comprehensive geriatric assessment bij patiënten met eindstadium hartfalen die gescreend worden voor een steunhart of harttransplantatie

11:30

Wisseltijd

Mondelinge abstract presentaties ronde 2

11:35

Mondelinge abstract presentaties ronde 3

Rosalinde Smits, Irene Muller-Schoof, Wendy Leurs, Dorien Oostra

O3.1 Characteristics and outcomes of older patients hospitalized for COVID-19 in the first and second wave of the pandemic in The Netherlands: the COVID-OLD study
Rosalinde Smits, LUMC

O3.2Ontwikkeling van een zelfscan voor het monitoren en verbeteren van mensgerichte zorg in verpleeghuizen: een Delphi-onderzoek
Irene Muller-Schoof, Tilburg Universiteit

O3.3 Text mining in verpleegkundige notities voor tekstkenmerken geassocieerd met valincidenten bij ouderen in het ziekenhuis
Wendy Leurs, Catherina Ziekenhuis

O3.4 Eerstelijns netwerkzorg verbetert kwaliteit van zorg voor mensen met dementie
Dorien Oostra, Radboudumc

11:35

Mondelinge abstract presentaties ronde 4

Dorien Van Dongen, Kelly de Wildt, Elsemarie Voet, Rebekka Arntzen

O4.1 Een eerste inzicht in de klinische presentatie van PTSS bij dementie: een systematisch literatuuronderzoek
Dorien Van Dongen, Zuyderland Medisch Centrum

O4.2 De Gebruiksvriendelijkheid van het ADFICE_IT Klinisch Beslissingsondersteuningssysteem en Patiëntenportaal voor het voorkomen van medicatie-gerelateerde valincidenten onder ouderen
Kelly de Wildt, Amsterdam UMC

O4.3 Klinische geriatrie en palliatieve zorg: twee handen op één buik? Onderlinge samenwerking en organisatie in de Nederlandse ziekenhuizen in kaart gebracht
Elsemarie Voet, Medisch Centrum Leeuwarden

O4.4 Kan een wiskundig model de wachtlijst voor het verpleeghuis verkorten? Een rekenvoorbeeld van de regio Twente en de regio Rotterdam
Rebekka Arntzen, Vrije Universiteit

12:35

Lunchpauze

Parallelronde 5

14:00

5.1 symposium: Naar een optimale eiwitinname van ouderen: hoe evidence-based zijn de aanbevelingen, hangt eiwit samen met het lichamelijk functioneren, hoeveel eiwit eten ouderen, en hoe kan je de eiwitinname verhogen?

Linda Hengeveld, Hanneke Wijnhoven, Marjolein Visser

Er wordt veel gezegd en geschreven over de optimale hoeveelheid eiwit die ouderen zouden moeten consumeren. De aanbevelingen lijken te variëren tussen de 0,8 en 1,5 gram eiwit per kilogram lichaamsgewicht per dag. Een belangrijk doel van dit symposium is om de wetenschappelijke achtergrond van de Nederlandse eiwitnorm voor de algehele oudere bevolking uit 2021 toe te lichten en het inzicht te vergroten in de verschillen in achtergrond tussen deze norm en eerdere Europese normen. Ook zal worden ingegaan op het wetenschappelijk bewijs voor een optimale eiwitinname voor meer kwetsbare ouderen, zoals ouderen met sarcopenie. Het effect van voedingsadvies om de eiwitinname te verhogen op het lichamelijk functioneren is bestudeerd in een recent afgeronde RCT uitgevoerd bij ouderen met een lagere eiwitinname. De opzet van deze trial, onderdeel van het PROMISS project, zal worden gepresenteerd, als ook de resultaten en hun aansluiting bij de huidige eiwitnorm. Het tweede doel van dit symposium is om inzicht te geven in de huidige eiwit inname van (Nederlandse) ouderen en de kennis die ouderen hebben over eiwit in de voeding. Zo wordt behandeld hoeveel ouderen niet voldoen aan de huidige eiwitnorm en welke ouderen een hoger risico hebben om niet aan deze norm te voldoen. Het laatste doel van dit symposium is uitleggen welke stappen er nodig zijn om te bepalen of een oudere mogelijk te weinig eiwit eet, en praktische aandachtspunten bieden bij het geven van advies aan ouderen om meer eiwit te eten. Het gebruik van eiwitrijke en eiwit-verrijkte voedingsmiddelen, als ook het gebruik van eiwitpoeder, komt hierbij aan bod.

14:00

5.2 symposium: SIG Geriatrische traumatologie minisymposium: Wel of niet opereren na heupfractuur? Uitkomsten FRAIL HIP-studie en PENG-blok

Kerst de Vries, Sverre Loggers, Hanna Willems, Rachel Smits, Hugo Wijnen

10% van de patiënten met een heupfractuur sterft in de eerste maand na de fractuur. Dit symposium heeft tot doel om de patiënten met de slechtste prognose na de heupfractuur te bespreken. Is opereren altijd de beste optie zoals vermeld staat in diverse richtlijnen? Welke pijnstilling is het meest effectief?

14:00

5.3 symposium: De zorg(en) van vandaag en morgen: prikkelende gedachtes van de onderzoeksgroep Acute Ouderenzorg AUMC

Bianca Buurman, Janet Bloemhof, Marthe Ribbink, Vera Hogervorst, Iris van Doorne, Joost Wammes

‘Van symptoombestrijding naar duurzame acute ouderenzorg”; dit is de titel van de oratie van Bianca Buurman. In deze toespraak in 2018 belicht zij uitdagingen en mogelijke denkrichtingen van oplossingen voor de toekomst van de acute ouderenzorg. Tijdens de corona crisis is des te meer duidelijk geworden dat verpleegkundigen het fundament van de zorg van de toekomst zijn. In januari 2021 accepteert Bianca het voorzitterschap van de beroepsvereniging V&VN. Daarmee wordt ook de onderzoeksgroep Acute Ouderenzorg regelmatig geconfronteerd met vraagstukken over het ontwerp van de zorg van morgen. Onderwerpen over knelpunten in de acute ouderenzorg passeren onze overleggen en zorgen er dus voor dat ons onderzoek bijdraagt aan actuele uitdagingen.
Tijdens dit symposium wil de onderzoeksgroep Acute Ouderenzorg een inkijk geven in haar ontwikkelingen aan de hand van actualiteiten. Dit begint bij de zorg voor het fundament van de zorg van morgen, de verpleegkundige. Nieuwe zorgconcepten binnen de acute ouderenzorg komen aan bod evenals de effecten van keuzes met betrekking tot de financiële houdbaarheid van ons zorgsysteem.
Het doel van het symposium is deelnemers inspireren met oplossingsgerichte, onderbouwde gedachtes over actuele thema’s binnen de acute ouderenzorg van vandaag en die meegenomen moeten worden in het ontwerp van de zorg van morgen. De onderzoeksgroep daagt zichzelf hiermee uit om wetenschappelijke resultaten aantrekkelijk en relevant te presenteren voor een brede doelgroep.

14:00

5.4 workshop: Onvrijwillige zorg en Wet Zorg en Dwang

Andrea Steger

14:00

5.5 symposium: Aan de slag met onderzoek in de praktijk: wat hebben we geleerd van de COVID19 maatregelen in verpleeghuizen vanuit het perspectief van ouderen, naasten en vrijwilligers? (Max. 50 deelnemers)

Suzie Noten, Lieke de Jong, Claudia van Erven, Elleke Landewee

Tijdens deze workshop nemen we deelnemers mee in het proces van vertaling van onderzoeksresultaten naar praktijkproduct waar zij zelf mee aan de slag zullen gaan.
We starten de workshop interactief en vragen wat het voor de deelnemers betekende toen de deuren van de verpleeghuizen op slot gingen. Vervolgens geven we een korte presentatie over het onderzoek naar de impact van de COVID19 maatregelen in verpleeghuizen. Dit onderzoek geeft inzicht in eenzaamheid, sociale behoeften en veerkracht vanuit het perspectief van bewoners, naasten en vrijwilligers. Op basis van de resultaten zijn aanbevelingen geformuleerd voor beleid, zorg en onderwijs. We formuleren de aanbevelingen op zo’n wijze dat de lessen uit dit onderzoek ook bruikbaar zijn bij volgende uitbraken van het COVID-19 virus of een ander virus waarbij restrictieve maatregelen in verpleeghuizen worden genomen of overwogen.
Vervolgens laten we zien welke stappen genomen zijn om de inzichten uit dit onderzoek naar de praktijk te vertalen. De eerste stap hierin was een co-creatiesessie met belangrijke stakeholders van werkvloer, beleid en onderwijs (o.a. verzorgenden en verpleegkundigen, teammanagers, beleidsmedewerkers en onderwijsontwikkelaars). Deze sessie resulteerde in verschillende prototypes die aansloten bij de wensen en behoeften van de deelnemers uit de zorgpraktijk en het onderwijs. De volgende stap is dat we deze stakeholders, alsook bewoners, naasten en vrijwilligers in verpleeghuizen betrekken in de ontwerpfase en testfase van het product. Uiteindelijk wordt op basis van de uitkomsten een eindproduct ontwikkeld dat in februari klaar is om uitgerold te worden in de praktijk. Dit willen we graag presenteren in deze workshop.
Na het delen van dit product en het theoretisch kader, gaan de deelnemers zelf met dit product aan de slag tijdens de workshop. Deelnemers zullen in kleine groepen het eindproduct ontdekken en leren hoe dit gebruikt kan worden in de praktijk. Daarnaast inspireren we hen om ambassadeur te worden van dit product binnen hun eigen organisatie om zo de uitrol te stimuleren.
Het project is een samenwerking tussen de Academische Werkplaats Ouderen van Tranzo, Tilburg University, UNO-UMCG en HIVA-KU Leuven. Het project wordt gefinancierd door ZonMw.

Na het volgen van de workshop:
– Kennen de deelnemers de belangrijkste resultaten uit het onderzoek naar de impact van de COVID19-maatregelen in verpleeghuizen vanuit het perspectief van bewoners, naasten en vrijwilligers.
– Weten deelnemers hoe onderzoeksresultaten naar de praktijk (zorg en onderwijs) vertaald kunnen worden.
– Kunnen de deelnemers werken met het eindproduct en kunnen zij met dit product in hun eigen organisatie aan de slag.

14:00

5.6 workshop: Minderen en stoppen van medicatie: samen beslissen met de nieuwste inzichten (max. 30 deelnemers)

Sanne van Haren Noman, Wilma Knol

Artsen schrijven medicatie voor. Maar wie stopt? Het minderen en stoppen van medicatie is bij ouderen een belangrijk onderdeel van de behandeling. De afgelopen twee jaar zijn er verschillende nieuwe richtlijnen, kennisdocumenten en wetenschappelijk bewijs verschenen. U leert in deze actieve workshop hoe u de nieuwste wetenschappelijke inzichten en richtlijnen vertaalt naar de individuele patiënt in uw spreekkamer. Ook nemen we u mee in de ephorapp en gaan met u het internet op: hoe vindt u snel de informatie die u nodig heeft om medicatie te kunnen stoppen? En in welke omstandigheden is het saneren van medicatie van cruciaal belang?
We gaan in op de criteria die je kunt gebruiken om te beoordelen of een medicijn (on)geschikt is voor ouderen en de do’s en don’ts’ van het stoppen. U krijgt handvatten om deze nieuwe informatie toe te passen in de spreekkamer middels ‘samen beslissen’. Tot slot gaan we oefenen met casus uit de praktijk.

De workshop is geschikt voor voorschrijvers (artsen en verpleegkundig specialisten) en apothekers.

De workshop wordt georganiseerd door het Expertisecentrum Pharmacotherapie bij Ouderen (www.ephor.nl).

Na het volgen van deze workshop kan de deelnemer:
– Beschikbare bronnen en richtlijnen over deprescribing vinden en de nieuwste wetenschappelijke inzichten toepassen.
– De nieuwste wetenschappelijke inzichten en richtlijnen op het gebied van deprescribing vertalen naar de individuele patiënt in uw spreekkamer.
– Samen met de patiënt bespreken en beslissen welke medicatie het beste bij de patiënt past.?

Max. 30 deelnemers 

15:00

Pauze

15:30

Uitreikingen abstractprijs

15:45

Slaapstoornissen en dementie

Prof. dr. Ysbrand van de Werf , universitair docent Neurowetenschappen, Vrije Universiteit van Amsterdam

16:30

Afsluiting