arrow_rightarrow_righticon_excelicon_pficon_ppticon_wordmagnifier

Programma 2024

Klik hier voor het programmaschema inclusief zaalindeling.

donderdag 08 feb

08:45

Ontvangst + registratie

09:30

Opening

Esther Cornegé-Blokland (voorzitter NVKG)

09:45

Briljante mislukkingen

Bas Ruyssenaars

De wereld waarin wij leven verandert steeds sneller en de complexiteit ervan neemt toe. Tegelijkertijd wordt onze global connected world, steeds kleiner. Met middelmatigheid, direct verbonden met de angst om te falen, red je het niet. Kortom, het belang van een open houding ten aanzien van risico nemen, uitproberen, durven mislukken en daarvan leren, neemt toe. Om je weg te vinden in deze tijd wordt navigeren in plaats van beheersen en beheren steeds belangrijker. En deze vermogens leer je nu juist door te experimenteren, fouten te maken en bij te sturen. De veranderingen gaan zodanig snel dat lineair en innoveren leren niet meer voldoende of zelfs mogelijk is. We moeten met behulp van trial and error onze leersnelheid vergroten en durven om briljant te mislukken: je probeert iets met de beste bedoelingen en voorbereidingen en je omarmt het idee dat de uitkomst anders kan zijn dan gepland. Daarmee vergroot je niet alleen de kans om bij toeval iets belangrijks te ontdekken maar zeker ook je lerend vermogen en je F.A.I.L.-capaciteit (First Attempts in Learning). Met inspirerende voorbeelden en inzet van onze Briljante Mislukkingen Archetypen: veel voorkomende universele patronen of leermomenten waar deelnemers hun voordeel mee kunnen doen.

Deze interactieve lezing laat de deelnemers met humor en herkenning kennismaken met de kracht van patroonherkenning aan de hand de Briljante Mislukkingen faalpatronen. Doel is om de deelnemers op een positieve manier uit te dagen tot een open houding ten aanzien van innoveren, mislukken en daarvan leren.

10:30

Pauze

Parallelronde 1

11:00

1.1 Workshop: Osteoporose bij de kwetsbare oudere - een breuk met de richtlijn? Voor iedereen die een inzakking krijgt van alle flowcharts (SIG Farmacotherapie bij Ouderen NVKG)

Petra Spies, Nikki Noorda, Charlotte Stein en Hanna Willems

Workshopleiders:
Dr. Petra Spies, klinisch geriater/klinisch farmacoloog, Gelre ziekenhuizen
Nikki Noorda, klinisch geriater/klinisch farmacoloog, Dijklander Ziekenhuis
Charlotte Stein, klinisch geriater/klinisch farmacoloog i.o., Gelderse Vallei
Dr. Hanna Willems, klinisch geriater/internist ouderengeneeskunde, AmsterdamUMC

Inhoud:
De nieuwe richtlijn ‘Osteoporose en fractuurpreventie’ heeft een hoge behandelmogelijkhedendichtheid (BMD). De richtlijn wordt echter, ondanks de meegeleverde flowcharts, niet door iedereen als toegankelijk en leesbaar ervaren. Bovendien gaat de richtlijn over mannen en vrouwen ≥ 50 jaar met een verhoogd fractuurrisico en is de vertaling van de aanbevelingen naar de oudere, soms kwetsbare patiënt niet uitgewerkt in de richtlijn, maar overgelaten aan de lezer.

In deze workshop gaan we de richtlijn toepassen op herkenbare klinische scenario’s uit de geriatrische praktijk. Wat als de patiënte haar heup breekt onder behandeling met alendroninezuur? Heeft de patiënt met dementie uit het verpleeghuis nog baat bij behandeling? Wat als de eGFR rond de 30 schommelt? Wat te doen met incidente wervelinzakkingen die al 3 jaar blijken te bestaan? We maken inzichtelijk welke medicamenteuze behandelopties van osteoporose er zijn voor de oudere/kwetsbare patiënt en welke afwegingen hierbij gemaakt kunnen worden.

Aan de hand van casuïstiek gaan we in gesprek met Hanna Willems, die meegeschreven heeft aan de richtlijn, om inzichtelijk te krijgen welke medicamenteuze behandelopties van osteoporose er zijn voor de geriatrische patiënt en welke afwegingen hierbij gemaakt kunnen worden.

Na het volgen van deze workshop:

  • kan de deelnemer redenen afwegen om wel of niet voor een bepaalde medicamenteuze behandeling te kiezen bij de oudere patiënt met osteoporose
  • weet de deelnemer wanneer bisfosfonaten oraal te overwegen en wanneer zoledroninezuur iv
  • weet de deelnemer de plaatsbepaling van botvormende medicatie zoals teriparatide en romosozumab bij de geriatriepatiënt
  • kan de deelnemer adviseren over de follow up van therapie en wanneer te switchen of te staken

Max. 100 deelnemers

11:00

1.2 Workshop: Mijn moeder wil niet meer: hoe kan ik haar begeleiden met stoppen met eten en drinken? (SIG Palliatieve Zorg NVKG)

Lies Smits, Inez van Walree en Marleen van den Boogaard

Workshopleiders:
Drs. Lies Smits, klinisch geriater, Vincent van Gogh Instituut
PhD/Dr. Inez van Walree, AIOS klinische geriatrie, UMC Utrecht
Drs. Marleen van den Boogaard, AIOS klinische geriatrie, Tergooi MC

Inhoud:
In deze workshop willen we namens de SIG Palliatieve Zorg van de NVKG bewust stoppen met eten en drinken bespreken. Binnen de laatste levensfase en bij een voltooid leven kan er een punt komen dat de patiënt niet meer verder wilt. De mogelijkheid voor euthanasie is er niet altijd of kan niet altijd overzien worden door de patiënt. Ook is palliatieve sedatie niet altijd een optie. Bewust stoppen met eten en drinken kan hierin een uitweg bieden aan de patiënt en diens zorgteam (waaronder de mantelzorger en specialist) om toch aan de wens van patiënt te voldoen. We geven in onze workshop een samenvatting van de huidige stand van zaken rondom bewust stoppen met eten en drinken en zullen casuïstiek bespreken om de zorgverleners kennis en handvatten te bieden om dit te begeleiden. Hoe ga je het gesprek aan? Hoe begeleid je iemand zodat deze het volhoudt? Hoe ver ga je? Vragen waar we hopelijk antwoord op kunnen geven na deze workshop.

Leerdoelen:

  •  De knelpunten/ hordes herkennen en benoemen omtrent het stoppen met eten en drinken bij de patiënt met een doodswens;
  • Kennis hebben van stand van zaken rondom de huidige stand rondom bewust stoppen met eten en drinken;
  • Enkele handvatten kunnen toepassen om patiënt en diens familie te begeleiden binnen het proces stoppen met eten en drinken.
  • Doctorandus Elvira van Alphen, werkzaam in het Maasstadziekenhuis als klinisch geriater. Betrokken bij de SIG Palliatieve Zorg NVKG

11:00

1.3 Workshop: Com-In-Actie; Het eerste consult en beperkte gezondheidsvaardigheden

Nicole Bruin

Workshopleider:
Nicole Bruin, Geriatriefysiotherapeut en Junior Onderzoeker, Patyna en Hanzehogeschool Groningen

Inhoud:
Eén op de vier Nederlanders heeft beperkte gezondheidsvaardigheden. Onder ouderen is dit percentage hoger dan onder jongeren. Beperkte gezondheidsvaardigheden zijn voorspellend voor het hebben van meerdere chronische aandoeningen, langere ziekenhuisopnames en een lagere ervaren gezondheid. Mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden voelen zich niet altijd gehoord. Voor een succesvolle behandeling is het belangrijk dat gezamenlijke besluitvorming plaatsvindt op basis van doeltreffende communicatie. De basis van doeltreffende communicatie is dat de therapeut de beperkte gezondheidsvaardigheden bij patiënten herkent en zijn gesprek aanpast tijdens het eerste consult.

Wij presenteren de ‘Com-In-Actie’ workshop, een project ondersteund door Regieorgaan-SIA. Samen met fysiotherapeuten en mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden zijn middelen ontwikkeld die de communicatie tijdens het eerste consult verbeteren. Deze middelen zijn getest en bruikbaar bevonden door patiënten en fysiotherapeuten.

Deze workshop biedt de kans om deel te nemen aan het proces van co – creatie met als doel vergelijkbare hulpmiddelen te ontwikkelen voor de eigen werksetting. Ontdek het geheim van goede communicatie en hoe je je gespreksvaardigheden kunt aanpassen bij patienten met beperkte gezondheidsvaardigheden.

Het hoofddoel van deze workshop is het vergroten van de kennis over het herkennen van mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden en het aanpassen van de communicatie aan deze patiënten met gebruik van hulpmiddelen.

Leerdoelen:

  • Na het volgen van deze workshop kent de deelnemer het begrip gezondheidsvaardigheden en de bijbehorende signalen.
  • Na het volgen van deze workshop heeft de deelnemer kennis van de communicatiemiddelen gemaakt voor fysiotherapeuten en mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden.
  • Na het volgen van deze workshop heeft de deelnemer kennis over het aanpassen van communicatiemiddelen gemaakt voor fysiotherapeuten en mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden met behulp van co-creatie.

Max. 60 deelnemers

11:00

1.4 Symposium: Predictiemodellen, de rol van delirium en “real time resilience”: wat zegt deze kwetsbaarheid over ouderen met COVID-19 in de eerste lijn, tijdens ziekenhuisopname en gedurende revalidatiezorg?

Hannah la Roi-Teeuw, Anna Kuranova en Julia Minnema

Sprekers:
Hannah La Roi-Teeuw, MD, huisarts in opleiding, PhD student, Julius Centrum voor gezondheidswetenschappen en eerstelijnsgeneeskunde en UMC Utrecht
Anna Kuranova, MD, PhD, post-doctoraal onderzoeker, Radboud UMC Nijmegen
Julia Minnema, MSc, PhD student Erasmus MC Rotterdam

Inhoud:
Binnen de COOP studie werken professionals en ouderen door heel Nederland samen om gedegen wetenschappelijk onderzoek te doen naar de korte en lange termijn gevolgen van ouderen met COVID-19. Er wordt gebruik gemaakt van uitgebreide Nederlandse data van ouderen met COVID-19 in de eerste lijn, thuis, ziekenhuis, verpleeghuis en revalidatiesetting.

Binnen dit symposium hopen we met uitgebreide data van diverse cohorten in diverse lijnen van zorg binnen de COOP studie antwoord te geven op verschillende vragen. Er is een uitgebreide populatie ouderen met COVID-19 die in de eerste lijn is opgevolgd, welke mate van kwetsbaarheid had deze groep? En zijn diverse proxy van kwetsbaarheid voorspellend voor het risico op overlijden binnen deze populatie? Daarnaast zijn er bij in het ziekenhuis opgenomen ouderen met COVID-19 dynamische indicatoren verzameld om de veerkracht van deze patiënt te reconstrueren (resiliance). Zijn deze een goede aanvulling op conventionele kwetsbaarheidsbeoordelingen? Daarnaast is een grote groep ouderen gevolgd in de geriatrische revalidatiezorg na het doormaken van een COVID-19 infectie en ziekenhuisopname. Welke invloed heeft het eventuele delier op het hersteltraject van fysiek functioneren nadien? De termen frailty, delier en resilience staan centraal in deze presentaties, waarmee de sprekers hopen meer inzicht te creëren over de impact van een ernstige acute infectie bij (kwetsbare) ouderen.

Bijdrage 1:
Titel: Voorspellende waarde van kwetsbaarheid op mortaliteit bij ouderen met COVID-19
Spreker: Hannah La Roi – Teeuw
Beschrijving: Tijdens de pandemie werd verondersteld dat kwetsbare ouderen een slechtere prognose hebben bij COVID-19. Hierop werden ook het vaccinatiebeleid en ‘code zwart’ triage handboek gebaseerd. Wij onderzochten de voorspellende rol van kwetsbaarheid in overlijden bij Covid-19 in de oudere populatie. Hiervoor gebruikten we huisartsendossiers van meer dan 4000 patiënten met een minimale leeftijd van 70 jaar en een eerste diagnose COVID-19 (eerstelijns populatie). We gebruikten verschillende voorspelmodellen voor overlijden binnen 28 dagen: een model met alleen leeftijd en geslacht als voorspellers, en zes modellen met daarnaast nog een extra voorspeller gerelateerd aan kwetsbaarheid: nierfunctie, een diagnose cognitieve stoornis, het aantal chronisch gebruikte medicijnen, de Frailty Index, de Chronic Comorbidity Score en de Charlson Cormorbidity Index. Kwetsbaarheid bleek in alle gevallen weinig toegevoegde voorspellende waarde te hebben voor overlijden. Hieruit concluderen wij dat er een kritisch discussie gevoerd moet worden over de rol van kwetsbaarheid bij COVID-19 in de oudere populatie

Bijdrage 2:
Titel: Real-time monitoren van dynamische indicatoren om resiliance van ouderen in te schatten
Spreker: Anna Kuranova
Beschrijving:  Het monitoren van vitale functies zoals hartslag en zuurstofsaturatie in het bloed is standaard in de geriatrische zorg, voornamelijk om te waarschuwen voor directe klinische veranderingen in gezondheidsstatus. Echter, deze gegevens kunnen ook worden gebruikt om dynamische indicatoren van patiëntveerkracht te construeren. Gebaseerd op theorieën van gezondheidstransities en complexiteit, onderzoekt ons werk hoe dergelijke indicatoren ons begrip kunnen uitbreiden van directe risico’s tot gezondheid en herstel op lange termijn. Hoewel het nog geen diagnostische hulpmiddelen zijn, vormen deze dynamische indicatoren een innovatieve aanvulling op conventionele kwetsbaarheidsbeoordelingen, en kunnen deze mogelijk het arsenaal van geriaters verrijken om meer gepersonaliseerde patiëntenzorg te bieden.
– let op deze presentatie is in het Engels-

Bijdrage 3
Titel: De impact van delier op herstel in geriatrische revalidatie na een acute infectie
Spreker: Julia Minnema
Beschrijving: Een delier komt vaak voor tijdens een acute infectie bij de oudere patiënt en is geassocieerd met onder andere functionele achteruitgang en opname in een verpleeghuis. Om na een delier terug te keren naar het pre-morbide niveau van onder andere fysiek functioneren kan geriatrische revalidatie (GR) noodzakelijk zijn. Er is nog weinig bekend over de impact van een delier op uitkomsten tijdens en na GR. Tijdens deze presentatie zullen de resultaten van de EU-COGER studie gepresenteerd worden, waarin hersteltrajecten van fysiek functioneren en kwaliteit van leven bij COVID-19 patiënten in kaart zijn gebracht. Er is data verzameld tijdens opname en ontslag in GR en 6 weken en 6 maanden na ontslag bij patiënten uit 10 Europese landen.

Leerdoelen:

  • Begrijpen hoe wetenschappelijk onderzoek een bijdrage levert aan het toetsen van veronderstelde risicofactoren voor overlijden bij ouderen. (Hannah)
  • Het verkrijgen van inzicht in de meerwaarde van dynamische indicatoren voor veerkracht van de oudere patient in de patientenzorg. (Anna)
  • Meer inzicht in hersteltrajecten (ADL en kwaliteit van leven) van COVID-19 patiënten tijdens en na geriatrische revalidatie. (Julia)

11:00

1.5 Symposium: Point of care echografie in de geriatrie (Werkgroep Echografie NVKG)

Mahlet Beyene, Martine den Hollander en Gert-Jan Mauritz

Sprekers:
Mahlet Beyene, Geriater, VieCuri Medisch Centrum Venlo
Martine den Hollander, Geriater, Tergooi MC Hilversum
Gert-Jan Mauritz, SEH-arts Rijnstate Arnhem en examinator echografie

Inhoud:
Bedside echografie is in 2022 deel geworden van de opleiding klinische geriatrie. Voor veel collega’s is dit een geheel nieuwe vaardigheid die aangeleerd moet worden en waar nog veel ervaring mee opgedaan moet worden. Met dit symposium willen we collega’s enthousiasmeren om hiermee aan de slag te gaan. Dit doen we door Mahlet Beyene, die als AIOS geriatrie een echografie stage deed, haar ervaringen te laten delen. Daarnaast laat Gert-Jan Mauritz als ervaren SEH arts en point of care echografist door middel van casuïstiek de toepassingen van point of care echografie in de geriatrie zien.

Mahlet Beyene: Ervaring uit de praktijk.
Mahlet deed tijdens haar opleiding een 6-weekse echografie stage op de SEH in het Rijnstate als eerste AIOS geriatrie. Een overzicht van de vaardigheden en casuïstiek die je in 6 weken kan leren en zien en het nut/belang voor de klinisch geriater.

Gert-Jan Mauritz: interactieve casuïstiek bespreking
Interactief bespreken van casuïstiek en beelden waarbij echografie bij geriatrische patiënten is toegepast

Leerdoelen:

  • Meer inzicht in de mogelijkheden die point of care echografie biedt bij geriatrische patiënten
  • Een toegenomen enthousiasme om hier ook in de eigen (opleidings-)kliniek mee te starten

Na het symposium wordt de mogelijkheid geboden om echoapparaten van dichtbij te bekijken en eventueel op eigen initiatief te oefenen. Hiervoor kan ter plekke worden ingeschreven tijdens het congres (let op: beperkte beschikbaarheid).

12:00

Wisseltijd

Mondelinge abstract presentaties

12:05

Mondelinge abstract presentaties 1

O1.1: Overleving van kwetsbare en niet-kwetsbare patiënten van 70 jaar en ouder na een operatie ivm colorectaalcarcinoom stadium I-III, pre-operatief gescreend met de G8
Hester Klaren, ZGT, Almelo

O1.2: De effectiviteit van verschillende triggerlijsten bij het identificeren van medicatiegerelateerde ziekenhuisopnames
Fatma Karapinar, MUMC+, Maastricht

O1.3: De toediening van zoledroninezuur tijdens ziekenhuisopname bij oudere patiënten met een heupfractuur is veilig en haalbaar: eerste ervaring in Nederland
Floor van Deudekom, OLVG, Amsterdam

O1.4: Naleving van richtlijn gerichte medicamenteuze therapie bij oudere patiënten opgenomen met hartfalen
Melanie Haverkamp, UMC Utrecht

O1.5: Medicatiegebruik en kwaliteit van leven bij oudere mensen met multimorbiditeit en polyfarmacie
Charlotte Falke, Universiteit Utrecht

Klik hier voor de volledige abstracts

12:05

Mondelinge abstract presentaties 2

O2.1: De incidentmelding valt door de mand; de inzet van kunstmatige intelligentie voor detectie van valincidenten in verpleegkundige notities
Bram Haan, Catharina Ziekenhuis Eindhoven

O2.2: Waarde van het Veiligheidsmanagement Systeem ‘’Kwetsbare Ouderen’ (VMS) als kwetsbaarheidsscreener in de zorg voor oudere ziekenhuispatiënten: een systematische review
Frederike Oud, Expertisecentrum Ouderengeneeskunde Gelre Ziekenhuizen

O2.3: Off label-gebruik van clozapine bij patiënten met dementie en neuropsychiatrische symptomen: een systematische review
Raphael Schulte, GGZ Noord-Holland-Noord

O2.4: Dynamische frailty maakt betere voorspelling van overleving mogelijk – resultaten van de HOVON 143 trial
Febe Smits, Amsterdam UMC, Locatie VUmc

O2.5: Intrathecale fenoltoediening (SPING blok) als palliatieve pijnbehandeling bij kwetsbare ouderen met een proximale femurfractuur
Miriam C. Faes, Amphia Ziekenhuis Breda

Klik hier voor de volledige abstracts

13:05

Lunchpauze & Posterpresentaties

Parallelronde 2

14:00

2.1 GWO symposium: Tips & tricks from the Age and Ageing editorial board (Gemeenschappelijke wetenschapscommissies ouderengeneeskunde NVKG/NIV)

Nathalie van der Velde en Rowan Harwood

Sprekers:
Nathalie van der Velde, Deputy Editor-in-Chief Age & Ageing,  Klinisch Geriater, Amsterdam UMC, locatie AMC
Prof.dr. Rowan Arwood, Editor-in-Chief Age & Ageing, geriatrician, University of Nottingham

Inhoud:
In this symposium the Editors of Age and Ageing will share with you their views on the editorial process and give insights into practical aspects of the publication process for clinical geriatric journals. An outline of the scope and aims of clinical journals such as Age and Ageing will be given, which exist to promote scientific and medical excellence in the medical care of older people, through the publishing of original research, reviews, and scholarly comment. The presentations will address what editors look for to keep the content of interest to a primarily clinical readership, including, where appropriate, wider topics such as epidemiology, education, public health and policy. Furthermore, tips and tricks will be shared with regard to what editors want from an article with regard to style, composition, content and authorship. Also peer review will be discussed.
Titel: How to write a good research article: what do editors look for
Spreker: Prof.dr. N. van der Velde

In this presentation the Deputy Editor-in-Chief of Age and Ageing will discuss the general aspects for writing a scientific article in the field of geriatrics and views and tips of good writing will be shared. Relevant specific aspects of different article categories will be presented. The editorial process including peer reviewing is aimed at improving the product and ensuring relevance for the journal, novelty, timeliness, expertise and scope. For successful writing it is crucial to meet the journals’ scope and requirements, provide all essential information by meeting the requirements of the reporting guidelines. In general a wide range of research methods is appreciated, from trials to ethnography, qualitative and rigorously-evaluated service improvement studies, and emerging approaches such as realism.

Titel: How to get published: practical aspects publication process
Spreker: Prof.dr. R. Harwood

In this presentation Editor-in-Chief of Age and Ageing Rowan Harwood will share with you his view on why we publish, what to publish, where to publish, practical details with regard to the production process and hints for success. Academic publishing is about disseminating knowledge, advocacy, teaching, creativity, sometimes entertaining. Dissemination is part of the scientific process, it can be an index of academic performance, and in some areas it is needed for professional advancement. With regard to publication costs and availability a strong move is going on by coalition S who aim for all academic publications to become freely available. With regard to content it is about quality and impact. When writing it is important to keep in mind what will be of importance to the journal and its editors. The key aspects for a clinical journal such as Age and Ageing that will be taken into account by the editors are importance, originality/novelty, relevance to readers, usefulness to readers and ultimately to patients, validity, excitement (the ‘wow’ factor), clear and engaging writing and impact and citation.

Leerdoelen:

  • De elementen en opbouw van een wetenschappelijk artikel op het gebied van de geriatrie.
  • Benoemen wat de praktische aspecten zijn die komen kijken bij een wetenschappelijke publicatie.
  • Kent de deelnemer de tips & tricks voor succesvol schrijven en indienen van een wetenschappelijk artikel bij toonaangevende medische tijdschriften in ons vakgebied.

-Dit symposium zal in het Engels gehouden worden met prof. Rowan Harwood via remote access-

14:00

2.2 Symposium: Cardiovasculair risicomanagement, wat zeggen de nieuwe richtlijnen? (SIG Cardiologie NVKG)

Francesco Mattace-Raso, Jurgen Claassen, Marielle Emmelot-Vonk en Anne de Ruiter

Voorzitter:
Prof.dr. Francesco Mattace-Raso, Hoofd sector Geriatrie, Erasmus MC Rotterdam
Dr. Jurgen Claassen, Klinisch geriater, UHD, Radboudumc
Prof.dr. Marielle Emmelot-Vonk, Hoogleraar en medisch afdelingshoofd klinische geriatrie, UMC Utrecht
Drs. Sanne de Ruiter, Klinisch geriater, Noordwest Ziekenhuisgroep Alkmaar

Inhoud:
Hart- en vaatziekten komen zeer vaak voor bij ouderen en zijn de belangrijkste oorzaak van invaliditeit en mortaliteit bij mensen ouder dan 75 jaar.

Naast de specifieke pathologie die aanwezig is, zijn er, als we het hebben over preventie, diagnose en behandeling, nog andere aspecten waarmee rekening moet worden gehouden, vooral bij ouderen: de mate van autonomie van het leven, kwetsbaarheid, de behoefte aan zorgverleners, de aanwezigheid of het ontbreken van gezinsondersteuning.

De nieuwe CVRM-richtlijn besteedt veel aandacht aan (kwetsbare) ouderen, tijdens dit symposium zullen vernieuwende en interessante aspecten behandeld worden.

Titel 1: Intensieve bloeddrukverlaging bij kwetsbare ouderen. Wijsheid of waanzin?
De nieuwe richtlijnen Hypertensie schuiven steeds verder op naar lagere bloeddrukstreefwaarden. Ook bij ouderen. Maar de adviezen verschillen nogal en zijn som s onduidelijk geformuleerd, of laten veel over aan de behandelend arts, zeker als het gaat om kwetsbare ouderen. Wat zegt de nieuwe CVRM richtlijn over hypertensie bij kwetsbare ouderen? Aan de hand van een recente kleine studie waarbij we 14 kwetsbare ouderen van rond de 80 jaar hebben behandeld volgens de richtlijn voor niet-kwetsbaren, worden de adviezen van de nieuwe richtlijn besproken. Hoe zit het nu met de risico’s van behandeling (orthostatische hypotensie, verlaging van de hersendoorbloeding, nierfunctieverlies) bij kwetsbare ouderen? Hoe hard is het bewijs hiervoor nu eigenlijk? Wat is nu een pragmatisch advies voor de praktijk?

Titel 2: Statines bij ouderen: “Hoe lager, hoe beter?”
In 2023 zijn een aantal modules van de richtlijn Cardiovasculair Risicomanagement (CVRM) herzien. Een van deze modules is de module “Dyslipidemie bij ouderen bij CVRM”. In deze module worden er aanbevelingen gegeven over het starten en stoppen van statines bij vitale en kwetsbare ouderen. In de presentatie zal ingegaan worden op de criteria voor het starten en stoppen met statines en welke streefwaarden er voor het cholesterol moeten worden aangehouden Wat is er veranderd t.o.v. de vorige versie, welke wetenschappelijke evidence zit hierachter en wat betekent dit voor de dagelijks praktijk?

Titel 3: SGLT2-remmers bij kwetsbare ouderen: “Moet dat nou nog wel?”
De afgelopen jaren is er steeds meer bewijs gekomen voor de gunstige effecten van SGLT2-remmers bij verschillende aandoeningen. Deze middelen zijn inmiddels volgens de richtlijnen 1e keus bij patiënten met diabetes en een verhoogd risico op hart- en vaatziekten en/of chronische nierinsufficiëntie en bij patiënten met hartfalen. Bijwerkingen zijn er echter ook – en vaker bij ouderen. De vraag is dan ook of het gebruik van SGLT2-remmers door kwetsbare ouderen wenselijk is. In deze voordracht worden de belangrijkste gezondheidseffecten en mogelijke bijwerkingen besproken, om uiteindelijk tot een afweging te komen over het wel of niet voorschrijven van SGLT2-remmers bij kwetsbare ouderen.

Leerdoelen:

  • een afweging maken tussen de verwachte gezondheidseffecten en het risico op bijwerkingen van hypertensiebehandeling bij kwetsbare ouderen.
  • een afweging maken tussen de verwachte gezondheidseffecten en het risico op bijwerkingen van statinebehandeling bij kwetsbare ouderen.
  • een afweging maken tussen de verwachte gezondheidseffecten en het risico op bijwerkingen van SGLT2-remmers bij kwetsbare ouderen.

14:00

2.3. Symposium: Verbinden, Versnellen, Verbeteren: Samen Beslissen werkt op de polikliniek geriatrie! (Commissie Kwaliteitszaken NVKG)

Ruth Pel-Littel, Chantal de Weerd-Spaetgens, Kirsten Bessembinders, Judith Wilmer en Karin Brands-Sorensen

Sprekers:
Dr. Ruth Pel-Littel Bijzonder lector Vilans en HAN
Drs. Chantal de Weerd-Spaetgens klinisch geriater Zuyderland Medisch Centrum
Drs. Kirsten Bessembinders, Klinisch geriater, Tergooi Medisch Centrum
Drs. Judith Wilmer, Klinisch geriater en lid kwaliteitscommissie NVKG, Catharina Ziekenhuis
Karin Brands-Sorensen, Verpleegkundig specialist, Polikliniek Interne Ouderengeneeskunde, Medisch Spectrum Twente

Inhoud:
De NVKG benadrukt het belang om tijdig te beginnen met waarden en doelengesprekken. Hiermee voorkomen we dat ouderen in acute situaties overvallen worden met grote beslissingen. De tools daarvoor zijn het Gespreksmodel ‘Samen beslissen met ouderen’ en de Samen Beslis Hulp (inclusief de PROM TOPICS-SF). Tussen 2021 en 2023 werkten 19 poliklinieken geriatrie samen aan de implementatie van samen beslissen met ouderen. En het werkt! Samen beslissen draagt bij aan:

Verbinden: ouderen en naasten die zich met de Samen Beslis Hulp voorbereiden op het gesprek op de polikliniek geriatrie, ervaren meer eigen regie en voelen zich meer een gelijkwaardige gesprekspartner van de zorgverlener.

Versnellen: voorbereidde ouderen hebben thuis al nagedacht over hoe zij hun gezondheid ervaren, wat ze belangrijk vinden voor hun kwaliteit van leven en wat ze willen bespreken. Hierdoor komt de zorgverlener veel sneller tot de kern van het gesprek.

Verbeteren: de PROM TOPICS-SF (onderdeel van de Samen Beslis Hulp) geeft inzicht in de ervaren gezondheid van ouderen. Hierdoor kunnen gerichter interventies worden gekozen die de gezondheidssituatie behouden of verbeteren. Door PROM data digitaal te verzamelen, kan individueel, lokaal en op termijn zelfs op landelijk niveau geleerd en verbeterd worden op basis van PROM data.

In dit symposium gaan wij in op de wetenschappelijke onderbouwing van het Gespreksmodel samen beslissen met ouderen en de Samen Beslis Hulp. We geven een overzicht van de resultaten van 19 ziekenhuizen die op deze manier werken. Ziekenhuizen kozen eigen accenten bij de implementatie van deze werkwijze: twee ziekenhuizen delen hun inspirerende aanpak en hun resultaten. We zijn ongelofelijk trots dat werken met PROMs binnen de geriatrie lukt! Tegelijkertijd moeten we samen nog stappen maken om te leren en verbeteren met PROM data. De commissie Kwaliteitszaken NVKG geeft een overzicht van waar de beroepsgroep nu staat en welke plannen er zijn voor de toekomst.

Een gewaarschuwd mens telt voor twee, en een voorbereidde oudere praat veel beter mee!
Ruth Pel-Littel, Vilans en HAN
Dr. Marjolein van de Pol ontwikkelde in 2016 een nieuw gespreksmodel voor samen beslissen met ouderen. In haar promotieonderzoek onderzocht Ruth Pel hoe dit gespreksmodel in de praktijk geïmplementeerd kon worden. Hiervoor werd in kaart gebracht wat belemmerende en bevorderende factoren zijn voor ouderen, naasten en zorgverleners om samen te beslissen. Daarnaast onderzocht zij welke domeinen van de TOPICS-MDS ouderen zelf belangrijk vinden om te bespreken met de zorgverlener. Op basis van deze en andere onderzoeken ontwikkelde en testte Ruth een gesprekstraining voor zorgprofessionals en de Samen Beslis Hulp voor ouderen en naasten.

“Önger os gezach en gezwege”
Chantal de Weerd-Spaetgens, Zuyderland
Dit Limburgse gezegde staat symbool voor huiselijkheid, vertrouwelijkheid, samen, digitaal en tijd; wat voor  Zuyderland MC de kern van samen beslissen is. De ambitie was groot: ‘het gespreksmodel Samen beslissen wordt de norm in de meerderheid van alle nieuwe patiënten contacten’. De projectgroep Samen Beslissen ging niet over één nacht ijs en bereidde zich grondig voor: welke basis lag er al in het ziekenhuis en op de polikliniek? Hoe wilden we het werkproces inrichten? We kozen voor het digitaal uitsturen van de Samen Beslis Hulp, en stelden vast wat we minimaal in het doelengesprek wilden bespreken. We hebben een hoge respons en hebben de werkwijze inmiddels echt geborgd op de polikliniek. Zoals onze projectleider enthousiast stelde: dit is niet voor even, maar ‘for ever and ever’! Graag delen we onze tips met jullie, en onze uitdagingen.

“Ik kon aan de vragen van de arts merken dat hij al het één en ander van mij wist”
Kirsten Bessembinders, Tergooi MC
We deden mee omdat we samen beslissen belangrijk vinden, en omdat samen beslissen met de TOPICS-SF in de toekomst waarschijnlijk de standaard werkwijze vanuit de NVKG wordt. Omdat digitalisering niet goed lukte, werken wij met de papieren versie, en dat is inmiddels onze standaard werkwijze en geeft een goede respons. Onze patiënten vinden het zelf nuttig om voor zichzelf alles vast op een rijtje te zetten voordat ze naar de poli komen, en voelen zich echt gehoord. Ook de zorgverleners vinden het fijn als ze beter voorbereid aan het gesprek kunnen beginnen en weten wat de patiënt zelf het belangrijkste vindt om te bespreken; vooral omdat dit nog weleens heel anders kan zijn dan de verwijzing van de huisarts. Deze werkwijze levert ook tijdswinst op, omdat je sneller tot de kern komt. En ook worden er soms onderwerpen aangesneden die anders niet ter sprake zouden zijn gekomen.

“Alleen ga je snel, samen kom je verder!”
Judith Wilmer, commissie Kwaliteitszaken NVKG
Er zijn inmiddels veel projecten gedaan rondom samen beslissen met TOPICS SF  In dit deel van het symposium gaan we in op landelijke ontwikkelingen: Waar staan we nu en wat zijn de toekomstplannen? We hebben twee doelen:

  • Instrument in de spreekkamer: het gespreksmodel samen beslissen met ouderen en de Samen Beslis Hulp (inclusief PROM TOPICS-SF)  werken heel goed, we zijn echt op weg naar een brede implementatie. Maar er zijn groepen die hierbij extra aandacht nodig hebben, zoals ouderen met beperkte gezondheidsvaardigheden of een migratie achtergrond.
  • Landelijke dataverzameling met de PROM TOPICS-SF. Het goed inrichten van een gebruikersvriendelijke landelijke registratie is veel complexer. Er komt een register van kwaliteitsregistraties voor PROMS. Hier zitten voor- en nadelen aan, die we als vereniging goed met elkaar moeten bespreken. Ook speelt het vraagstuk van landelijk generieke PROMS, hoe verhoudt de TOPICS-SF zich daar toe?

Leerdoelen:

  • beschrijven op welke manier samen beslissen met ouderen in de praktijk toegepast kan worden
  • benoemen dat er verschillende manieren er zijn om het samen beslissen te implementeren, digitaal en op papier, en wat dat in de praktijk betekent
  • aangeven wat de landelijke ontwikkelingen zijn m.b.t. het gebruik van de PROM TOPICS-SF.

14:00

2.4 Symposium: Help de cliënt zichzelf te helpen; reablement in de praktijk

Stan Vluggen, Ines Mouchaers en Lise Buma

Sprekers:
Dr. Stan Vluggen, Docent / Onderzoeker, Zuyd Hogeschool/ Universiteit Maastricht
Drs. Ines Mouchaers, Promovenda, Universiteit Maastricht
Drs. Lise Buma, Promovenda, Universiteit Maastricht

Inhoud:
Door de vergrijzing van de maatschappij zijn er steeds meer ouderen die ten gevolge van ziektes, ouderdom of valincidenten beperkingen ervaren in het dagelijks leven. Dit betreft zowel dagelijkse activiteiten zoals wassen, aankleden of huishoudelijke taken als ontspanningsactiviteiten zoals het spelen met de kleinkinderen. De complexe zorgvragen van ouderen in combinatie met schaarse middelen in de zorg vraagt om een aanpassing van de huidige zorgprocessen. Daarnaast werkt zorgpersoneel vaak nog taakgericht; ze zijn gewend om taken voor de oudere te doen, in plaats van samen met hen op een meer revaliderende en persoonsgerichte manier. Deze taakgerichte benadering kan leiden tot een neerwaartse spiraal en het ontnemen van de nog resterende vaardigheden van ouderen, functionele achteruitgang en uiteindelijk invaliditeit.

Reablement kan hiervoor een oplossing bieden om de zorgprocessen aan te pakken en anders te leren kijken naar zorg. Reablement is een persoonsgerichte, holistische benadering die zowel thuis als in het verpleeghuis toegepast kan worden. De benadering bevordert een actieve participatie in voor de oudere betekenisvolle activiteiten.

Reablement is internationaal uitgebreid onderzocht, ook in Nederland wordt steeds meer reablement onderzoek gedaan. Dit symposium geeft deelnemers inzicht in drie studies. De eerste presentatie gaat over het ‘ZELF-programma’, een trainingsprogramma dat zorgprofessionals ondersteunt in het stimuleren van ADL-zelfstandigheid. ZELF is in een cluster gerandomiseerd onderzoek in de verpleeghuiszorg op effectiviteit onderzocht. In de tweede presentatie staat een mixed-methods onderzoek de ervaringen van ouderen met reablement centraal, waarbij specifieke aandacht is voor de doelgerichte aanpak . De derde presentatie gaat in op een kwalitatieve studie naar bevorderende en belemmerende factoren voor de implementatie van eerstelijns reablement programma’s in Nederland, meer specifiek worden de belangrijkste geleerde lessen belicht vanuit het perspectief van professionals.

Presentatie 1
Titel: De effectiviteit van het ZELF-programma op de mate waarin zorgmedewerkers cliënten stimuleren in hun ADL-zelfstandigheid

Aanleiding: Het ‘ZELF-programma’ is gebaseerd op uitgangspunten van ‘Function-Focused Care en Reablement’, en heeft als doel het verhogen van de mate waarin zorgmedewerkers cliënten stimuleren in ADL-zelfstandigheid.

Methode: De effectiviteit van het ZELF-programma werd onderzocht in een cluster-gerandomiseerd onderzoek binnen de verpleeghuiszorg. Metingen vonden plaats op zorgmedewerker- en cliëntniveau, direct vóór, direct na en respectievelijk 3 of 6 maanden na afloop implementatie ZELF-programma.

Resultaten: 28 afdelingen van drie zorgorganisaties namen deel en werden gerandomiseerd tot het ZELF-programma of reguliere zorg. In totaal, namen 287 zorgmedewerkers en 241 cliënten deel. De mate waarin zorgprofessionals cliënten stimuleerden verbeterde significant (p=.003; d=.53) direct na afloop programma en (p=.02; d=.38) zes maanden na afloop. Op cliëntniveau werden geen significante verbeteringen waargenomen in ADL-zelfstandigheid (p=.07; d<.20) op beide meetmomenten.

Conclusie: Het ZELF-programma was effectief in het verhogen van de mate waarin zorgmedewerkers hun cliënten stimuleerden in ADL-zelfstandigheid. Op cliëntniveau werden enkel trends richting effectiviteit waargenomen.

 

Presentatie 2
Titel: Wat vindt u belangrijk? Een mixed-method evaluatie van het stellen van doelen binnen reablement vanuit het perspectief van de cliënt

Aanleiding: Het stellen van doelen is essentieel in reablement. Tegelijkertijd is het ook een belangrijk aspect in de evaluatie van reablement. Het doel van deze studie was inzicht te krijgen in ervaringen van cliënten met reablement. Meer specifiek, hoe zij aankijken tegen de doelgerichte aanpak van reablement en in hoeverre ze hun doelen behaalden.

Methode: Een mixed-methods design werd gebruikt. Individuele interviews werden gecombineerd met gegevens uit zorgdossiers en ingevulde Canadian Occupational Performance (COPM) formulieren.

Resultaten: 17 cliënten namen deel. Betekenisvolle doelen waren vooral gericht op zelfzorg en niet zozeer op ontspanning of productiviteit. Zelfstandig zelfzorgtaken uitvoeren, vergrootte het zelfvertrouwen en doorzettingsvermogen van cliënten. Dit werd ook weerspiegeld in de statistisch significant en klinisch relevant verhoogde scores voor uitvoering en tevredenheid van deze activiteiten. Daarnaast gaven cliënten ook aan dat ze meestal hun doelen behaalden.

Conclusie: Zelfzorgtaken waren het belangrijkst voor cliënten, vooral omdat deze vaak voorafgaan aan fundamentele levensdoelen.

Presentatie 3
Titel: Reablement implementeren in de eerste lijn, hoe doen we dat? Een kwalitatieve studie naar de ervaringen van professionals

Aanleiding: Reablement wordt beschouwd als een complexe interventie. Bij complexe interventies is het essentieel om rekening te houden met de specifieke context waarin zij worden toegepast, aangezien contextuele factoren van invloed kunnen zijn op de resultaten van de implementatie. Het doel van deze studie was om inzicht te krijgen in deze factoren door de ervaringen van professionals met de implementatie van reablement in de Nederland te onderzoeken.

Methode: Bij drie zorgorganisaties, met al bestaande ervaring in uitvoeren van reablement, werden vier focusgroepen gehouden. In totaal namen 32 professionals deel, waaronder zowel zorgmedewerkers als management, zorgverzekeraars en gemeente.

Resultaten: De bevindingen weerspiegelden drie thema’s: (1) de kracht van interdisciplinaire samenwerking; (2) het integreren van de reablement-filosofie in de organisatie; en (3) het realiseren van een cultuurverandering in het gezondheidszorgsysteem.

Conclusie: De resultaten bieden waardevolle inzichten voor de kansen en obstakels bij implementatie van complexe interventies zoals reablement.

Leerdoelen:

  • Na deelname aan het symposium hebben deelnemers meer kennis over de effectiviteit van een reablement scholingsprogramma (ZELF);
  • Na deelname aan het symposium hebben deelnemers meer inzicht in de ervaringen van cliënten met de doelgerichte aanpak van reablement;
  • Na deelname aan het symposium hebben deelnemers beter zicht op de ervaringen van professionals met het implementeren van reablement in de eerste lijn.

14:00

2.5 Symposium: Endoscopische procedures in oudere patiënten

Jurjen Boonstra, Anne Fons, David Alders, Jeroen Maljaars en Kees Kalisvaart

Voorzitters:
Dr. Jeroen Maljaars, Maag-darm-lever arts, LUMC
Dr. Kees Kalisvaart, Klinisch geriater, Spaarne Gasthuis

Sprekers:
Dr. Jurjen Boonstra, Maag-darm-lever arts, LUMC
Drs. Anne Fons, arts-onderzoeker MDL/geriatrie, LUMC en Spaarne Gasthuis
Dr. David Alders, Anesthesioloog, LUMC

De prevalentie van benigne-en maligne gastro-intestinale aandoeningen is hoog onder ouderen en daarbij ook het aantal oudere patiënten bij wie een vorm van endoscopie verricht wordt ter diagnostiek en/of interventie in zowel klinische-en poliklinische setting. De geriater/physician assistent/verpleegkundig specialist komt daardoor veelvuldig in contact met dit werkveld. Het doel van dit symposium is daarom om het thema ‘’endoscopie bij ouderen’’ breed en vanuit verschillende invalshoeken te belichten. Er zal allereerst worden stilgestaan bij het thema ‘’gastroscopie en coloscopie’’ bij ouderen. Daarnaast wordt de toepassing van minimaal invasieve endoscopische resectietechnieken (ESD en EMR) voor benigne-en maligne poliepen toegelicht, beiden veelgebruikte technieken voor poliepresectie in ouderen. Deze voordracht zal worden gehouden door een MDL-arts met veel ervaring met op dit gebied in oudere patiënten.

Daarna komen bij het thema ‘’geavanceerde endoscopische technieken’’, de ERCP en EUS, aan bod. Dit zijn veel toegepaste endoscopische diagnostische-en interventie procedures bij galweg- en pancreaslijden. Deze procedures zijn niet zonder risico, vooral de ERCP kent risico op ernstige complicaties zoals een bloeding, infectie en/of een pancreatitis. Binnen dit veld is toenemend aandacht voor kwetsbaarheid bij ouderen en de rol hiervan op het risico op deze complicaties. Aansluitend op de eerste twee onderwerpen, volgt als laatste thema ‘’procedurele sedatie’’ welke van toepassing is op alle vormen van endoscopie. Hierbij wordt vanuit de invalshoek van een anesthesist de procedurele sedatie rondom endoscopie bij ouderen besproken. Ouderen worden vaak beschouwd als hoog-risico groep voor procedurele sedatie door onder andere co-morbiditeit, een verhoogde gevoeligheid voor sedativa en verminderde fysiologische reserve. Er wordt besproken welke vormen van sedatie er in welke type patiënt en bij welke procedure veel gebruikt worden en wat er in de literatuur bekend is over de veiligheid en risico’s van sedatie in de ouderenpopulatie.

Spreker 1: dr. J. Boonstra
Titel: Gastroscopie, coloscopie en endoscopische resectie: toepassing, veiligheid en uitkomsten in de oudere patiënt.
Gastro-en coloscopie worden veel toegepast bij ouderen. Veelvoorkomende indicaties, afwegingen om wel of geen endoscopie te verrichten, de risico’s en risicogroepen zullen worden besproken, allen gericht op de oudere patiënt. Dr. Boonstra is expert op het gebied van endoscopische resectietechnieken ESD/EMR en heeft hier ook veel onderzoek naar gedaan. Deze technieken worden door hun minimaal invasieve karakter veel toegepast bij oudere patiënten.

Spreker 2: drs. A. Fons
Titel: Geavanceerde endoscopie (EUS en ERCP) bij ouderen: veiligheid, complicaties en de rol van kwetsbaarheid.
ERCP en EUS zijn veelgebruikte technieken bij galsteen-en pancreaslijden en worden veel bij ouderen toepast. De technieken en indicaties (gericht op de oudere patiënt) worden kort toegelicht. Daarnaast wordt de huidige literatuur op het gebied van veiligheid en risico bij ouderen doorgenomen. Ook wordt de rol van kwetsbaarheid besproken in relatie tot het optreden van complicaties. Binnen het LUMC en Spaarne Gasthuis hebben wij zelf een onderzoek uitgevoerd naar kwetsbaarheid bij oudere patiënten die een ERCP/EUS hebben ondergaan, dit onderzoek zal worden besproken.

Spreker 3: dr. D.J.C. Alders
Titel: Procedurele anesthesie rondom endoscopische procedures bij ouderen.
Overkoepelend vindt er bij alle typen endoscopie een vorm van sedatie plaats. Dr. Alders is anesthesioloog in het LUMC en hij zal spreken over sedatie bij oudere en geriatrische patiënten. Verschillende typen anesthesie en een overzicht van de literatuur aangaande sedatie in oudere patiënten zullen worden behandeld. Vervolgens zullen stapsgewijs, gericht op de oudere patiënt worden besproken: de pre-procedurele overwegingen voor het type anesthesie, aandachtspunten tijdens de endoscopie en potentiële post-procedurele problemen. Hierbij zal speciale aandacht zijn voor kwetsbaarheid en patiënten met cognitieve problemen.

Leerdoelen:

Na het volgen van dit symposium heeft de deelnemer:

  • Kennis genomen van verschillende endoscopische procedures, de veiligheid, risico’s, toepassing en ervaring in oudere patiënten.
  • Kennis genomen van de typen sedatie, de veiligheid en risico’s van verschillende typen sedatie in oudere patiënten.
  • Kennis genomen van de kernpunten uit de huidige richtlijnen en literatuur aangaande endoscopie en sedatie in ouderen.

15:00

Pauze

Mogelijkheid tot bezichtigen van posters

Plenair programma

15:30

Presentaties innovatieprijs

16:00

Cultuursensitief werken in de ouderenzorg

Ramzi Oulad Lmaroudia & Houda Es-Safraouy

16:45

Uitreiking innovatieprijs

16:55

Wisseltijd

Parallelronde 3

17:00

3.1 ALV NVKG

17:00

3.2 Werksessie Internisten ouderengeneeskunde: ouderenproof maken ziekenhuis

17:00

3.3 Workshop: Zet nu de volgende stap in patiëntveiligheid voor kwetsbare ouderen, zodat u daar morgen de vruchten van plukt

Job Doorduin, Corinne Zondag, Robin Planting, Jowan Van Dongen en Stefan Huisman

Workshopleiders/sprekers:
Job Doorduin, veiligheidsadviseur, Tijd voor Verbinding
Corinne Zondag, ziekenhuisapotheker, netwerkbouwer,  Tijd voor Verbinding
Robin Planting, klinisch geriater, Rijnstate
Jowan Van Dongen, Teammanager acute orthopedie & neurologie, Bernhoven
Stefan Huisman, Fysiotherapeut & lid werkgroep kwetsbare ouderen, Bernhoven

Inhoud:
Als geriatrie-zorgverlener doet u iedere dag uw best om goede, veilige zorg te leveren. Maar u wil natuurlijk de zorg voor kwetsbare ouderen in de ziekenhuizen nóg beter maken. Het programma Tijd voor Verbinding heeft als doel dat ieder ziekenhuis een verbeterstap maakt om de zorg voor kwetsbare ouderen nóg veiliger te maken. Dit doen we o.a. door te leren van inspirerende voorbeelden van ziekenhuizen. Ieder ziekenhuis heeft zich aan deze doelstelling gecommitteerd en het programma Tijd voor Verbinding helpt de ziekenhuizen en zorgverleners hierbij. Maar waar staat je ziekenhuis? Welke verbeterstap kan je zetten? Hoe doe je dat? Waar begin je? Hoe regel je steun, bijvoorbeeld van de Raad van Bestuur? Hoe kunnen we leren van elkaar? In deze workshop gaat u aan de hand van het ontwikkelde inspiratie instrument kwetsbare ouderen* van Tijd voor Verbinding na waar uw ziekenhuis staat en bepaald uw ambitie.  Door drie praktijkvoorbeelden kan u zich laten inspireren, krijgt u tips waarmee u morgen aan de slag kan.* het inspiratie instrument kwetsbare ouderen is ontwikkeld door het expertteam (met o.a. vertegenwoordiging van de NVKG) onderzoek hiernaar loopt.

Leerdoelen:
Na het volgen van deze workshop kan de deelnemer:

  • Het inspiratie instrument gebruiken als gespreekstool om de urgentie van het thema kwetsbare ouderen in het ziekenhuis op de kaart te zetten.
  • Weten hoe je met raad van bestuur in gesprek kan komen over het onderwerp kwetsbare ouderen
  • Weet de deelnemer hoe je praktijkvoorbeelden kan toepassen in de eigen praktijk.
  • Het inspiratie instrument gebruiken als gespreekstool om de urgentie van het thema kwetsbare ouderen in het ziekenhuis op de kaart te zetten.
  • Weten hoe je met raad van bestuur in gesprek kan komen over het onderwerp kwetsbare ouderen
  • Weet de deelnemer hoe je praktijkvoorbeelden kan toepassen in de eigen praktijk.

17:00

3.4 Symposium: WaardeGedreven Zorg voor de geriatrische patiënt als onderdeel van Integraal ZorgAkkoord

Suzanne Boon-van Dijk en Willem-Jan Bos

Sprekers:
Dr. Suzanne Boon – van Dijk, Chief Value Officer en klinisch geriater, Franciscus Gasthuis & Vlietland
Prof. dr. Willem-Jan Bos, nefroloog, LUMC

Inhoud:
Met dit symposium zullen we jullie meenemen in WaardeGedreven Zorg: wat houdt dit nu precies in? Hoe kun je onze complexe patienten hierin meenemen? Hoe meet je waarde eigenlijk en wat hebben we daar voor nodig? Hoeveel tijd kost het ons om dit te doen en wat levert dit dan vervolgens op? Is het niet een hype? En moeten we dit nu echt gaan doen of kunnen we het ook aan onze beurt voorbij laten gaan?

1. prof. dr. Willem-Jan Bos, nefroloog LUMC. Wat levert WGZ ons op en is het een hype? Hoe verhoudt WGZ zich tot het IZA?
2. dr. Suzanne Boon – van Dijk, klinisch geriater Franciscus Gasthuis & Vlietland. Hoe kun je complexe patiënten meenemen binnen WGZ – aanpak Franciscus Gasthuis & Vlietland

Leerdoelen:

  • De deelnemer kent de basisprincipes van waardegedreven zorg;
  • De deelnemer snapt hoe je waarde kunt meten;
  • De deelnemer kan morgen aan de slag binnen zijn/haar eigen organisatie met waardegedreven zorg.

17:00

3.5 Film: “Wat er toe doet"

Documentaire van Ange Wieberdink over de levenskunst van ouder worden

Een groep Nederlandse zeventigplussers komt in de zomer op het Franse platteland samen om te schilderen of te boetseren. Dat doen ze al 25 jaar. Hun hobby verbindt hen en helpt hen om actief en creatief te blijven. We zien ze samen én los van elkaar buiten aan het werk. En al doende delen ze met ons de levenskunst van oud(er) worden.

Aan het eind van deze eerste congresdag nodigt klinisch geriater Jacqueline Schuur je van harte uit om te kijken naar deze prachtige documentaire, als “food for soul”. Het tempo gaat omlaag, de beelden en gesprekken bieden ruimte aan eenvoud en schoonheid en aan de vraag waar het om gaat in het leven. Jacqueline wordt er ook nieuwsgierig van: zie ik als hulpverlener dit grotere plaatje wel voldoende? Wat kunnen wij hier van leren, in ons werk maar ook in ons persoonlijke leven?

Ange en Jacqueline introduceren de documentaire en nadien is er volop gelegenheid om samen te praten over wat de film oproept.

Reactie over Wat er toe doet:
“Het is een pareltje. Wonderlijk hoe je mensen, dingen, landschap evenwaardig behandelt en hun ziel blootlegt.”

19:00

Congresdiner

vrijdag 09 feb

09:00

Ontvangst + registratie

09:30

Opening

09:35

Visie op de Parkinson zorg, van jong tot oud

Prof. dr. Bas Bloem, neuroloog, Radboudumc Center of Expertise for Parkinson & Movement Disorders

10:20

Wisseltijd

Parallelronde 4

10:25

4.1 Workshop: Zorgpad Parkinson en Cognitie; voorbeeld van interprofessionele en multidisciplinaire samenwerking in het Jeroen Bosch Ziekenhuis (SIG Dementie NVKG)

Astrid van Strien, Nicolien van der Kolk, Leonie van Keulen, Meike Holleman en Angret Minten

Workshopleiders:
Dr. Astrid van Strien, klinisch geriater, Jeroen Bosch Ziekenhuis
Dr. Nicolien van der Kolk, neuroloog, Jeroen Bosch Ziekenhuis
Leonie van Keulen, verpleegkundig specialist neurologie, Jeroen Bosch Ziekenhuis
Meike Holleman, klinisch neuropsycholoog, Jeroen Bosch Ziekenhuis
Angret Minten, parkinson verpleegkundige, Jeroen Bosch Ziekenhuis

Inhoud:
Ben je betrokken bij de zorg voor patiënten met Parkinson en cognitieve klachten?  Wil je de kwaliteit van zorg verbeteren en standaardiseren? In deze workshop wordt de succesvolle ontwikkeling van het Zorgpad Parkinson en Cognitie van het Jeroen Bosch Ziekenhuis besproken.

Doelen van het ontwikkelen van dit zorgpad zijn o.a. tijdige detectie van cognitieve problemen, het herkennen van andere mogelijke oorzaken van cognitieve klachten, zoals angst en stemmingsstoornissen, het identificeren van gevorderde fase van de ziekte en de daarbij behorende advance care planning. Binnen dit zorgpad wordt o.a. samengewerkt door neurologen, klinisch geriaters, GZ-psychologen, VS neurologie en Parkinson verpleegkundigen, zowel in het ziekenhuis als in de 1e lijn.

Sluit je aan bij onze workshop en doe ideeën op hoe je binnen je eigen organisatie de zorg voor patiënten met Parkinson en cognitieve klachten kan verbeteren.

Leerdoelen:

  • handvatten om binnen de eigen organisatie interprofessioneel en multidisciplinair samen te werken in een netwerk rondom de patiënt met Parkinson en cognitieve klachten.
  • kennis van cognitieve analyse bij Parkinson patiënten

10:25

4.2 Workshop: Proactieve Zorgplanning bij kwetsbare ouderen. “Een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de eerste en tweede lijn”

Patricia van Mierlo, Renate Pol, Dagmar Koenjer-Oude Lansink en Esther van de Plasse

Workshopleiders:
Patricia van Mierlo, klinisch geriater (afdeling klinische geriatrie), kaderarts Palliatieve Zorg (Centrum voor Ondersteunende & Palliatieve Zorg) Rijnstate Ziekenhuis Arnhem en medisch consulent transmuraal consultatieteam PZNL Regio Arnhem en Liemers e.o.
Renate Pol, Verpleegkundig Specialist Geriatrie-afdeling klinische geriatrie, Rijnstate
Dagmar Koenjer-Oude Lansink, klinisch geriater, Rijnstate
Esther van de Plasse, Specialist Ouderengeneeskunde en kaderarts Palliatieve Zorg- verpleeghuis “De liemerije”- Zevenaar
Huisartsen: Huisartspraktijk Een plus-Arnhem.

Inhoud:
Uit literatuur blijkt dat zowel artsen als patiënten barrières ervaren om Proactieve Zorgplanning (ACP) tijdig te bespreken. Met de vergrijzing neemt de incidentie van chronische levensbedreigende ziekten zoals COPD, hartfalen, nierfalen en dementie toe. Het beloop van deze aandoeningen is vaak grillig en maakt dat zorgverleners start van toekomstige zorgplanning lastiger vinden dan bij oncologische aandoeningen.

De behandeling van patiënten met deze aandoeningen vindt zowel in de eerste als tweede lijn plaats en vaak zijn meerdere verschillende disciplines betrokken. In het algemeen wordt gesteld dat huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde in de beste positie verkeren om met patiënten en naasten in gesprek te gaan over ACP. De vraag is of dit recht doet aan de praktijk aangezien een ziekenhuissetting evenzo geschikt kan zijn voor het starten van een ACP-gesprek.
Gemis aan samenwerkingsafspraken tussen zorgverleners uit de 1e en 2e lijn, vormen een risico dat ACP niet wordt opgestart of waardevolle informatie over (behandel)wensen en behoeften verloren gaat. Vanuit dit perspectief is in de regio Arnhem een blauwdruk voor een transmuraal en multidisciplinair “ACP stappenplan-model” ontwikkeld dat patiënten en naasten stapsgewijs stimuleert om over ACP in gesprek te gaan en samenwerkings-en procesafspraken in het transmurale domein genereert.

Proactieve Zorgplanning bij kwetsbare ouderen. “Een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de eerste en tweede lijn”.
Uit literatuur blijkt dat zowel artsen als patiënten barrières ervaren om Proactieve Zorgplanning (ACP) tijdig te bespreken. Met de vergrijzing neemt de incidentie van chronische levensbedreigende ziekten zoals COPD, hartfalen, nierfalen en dementie toe. Het beloop van deze aandoeningen is vaak grillig en maakt dat zorgverleners start van toekomstige zorgplanning lastiger vinden dan bij oncologische aandoeningen.
De behandeling van patiënten met deze aandoeningen vindt zowel in de eerste als tweede lijn plaats en vaak zijn meerdere verschillende disciplines betrokken. In het algemeen wordt gesteld dat huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde in de beste positie verkeren om met patiënten en naasten in gesprek te gaan over ACP. De vraag is of dit recht doet aan de praktijk aangezien een ziekenhuissetting evenzo geschikt kan zijn voor het starten van een ACP-gesprek.
Gemis aan samenwerkingsafspraken tussen zorgverleners uit de 1e en 2e lijn, vormen een risico dat ACP niet wordt opgestart of waardevolle informatie over (behandel)wensen en behoeften verloren gaat. Vanuit dit perspectief is in de regio Arnhem een blauwdruk voor een transmuraal en multidisciplinair “ACP stappenplan-model” ontwikkeld dat patiënten en naasten stapsgewijs stimuleert om over ACP in gesprek te gaan en samenwerkings-en procesafspraken in het transmurale domein genereert.

Leerdoelen:

Doelstelling workshop:

  • Korte inleiding over hedendaagse definitie van ACP
  • Uitwisseling van persoonlijke ervaringen op gebied van ACP
  • Uitwisselingen van knelpunten op gebied van ACP
  • Bespreking model voor transmurale en multidisciplinair ACP- stappenplan.

Leerdoelen / Na het volgen van de workshop heeft de deelnemer:

  • Kennis verkregen over de hedendaagse visie op ACP in de vorm van een dynamische dialoog.
  • Kennis verkregen over het belang van transmurale samenwerking m.b.t. uitvoering van ACP.
  • Kennis verkregen over de in regio Arnhem ontwikkelde blauwdruk voor transmurale en multidisciplinaire ACP-stappenplan voor toepassing in eigen regio en/of netwerk.

Max. 60 deelnemers

10:25

4.3 Workshop: Langer thuis blijven wonen bij Parkinson!?

Selma de Wit

Workshopleider:
Selma de Wit, projectleider ParkinsonNet

Inhoud:

Het aantal mensen met parkinson(isme) in Nederland is in de afgelopen jaren fors toegenomen. Niet alleen de groei van het aantal mensen met de ziekte, maar ook door toename van ziekte- en overlevingsduur staan we voor grote uitdagingen in de organisatie van zorg. Des te belangrijker dat de zorg voor mensen met parkinson(isme) voor nu en in de toekomst goed georganiseerd is. Hoe zorgen we ervoor dat mensen met parkinson(isme) zo lang mogelijk fijn en veilig thuis kunnen wonen? Een mantelzorger niet overbelast raakt? En een opname in het verpleeghuis zo lang mogelijk of zelfs volledig kan worden uitgesteld? ParkinsonNet zoekt dit uit aan de hand van twee landelijke projecten.

 

Als thuis wonen steeds moeilijker wordt, is een revalidatietraject, een kortdurende verpleeghuisopname of dagbehandeling mogelijk. Dit kan permanente verpleeghuisopname voorkomen of uitstellen. Diverse organisaties in Nederland bieden deze vormen van zorg al succesvol aan specifiek gericht aan mensen met parkinson(isme).  Deze organisaties werken nu in een landelijke consortium onder leiding van ParkinsonNet samen in het project ‘Parkinson Beter Thuis’ . Het doel is om overeenkomsten en verschillen in de werkwijze te beschrijven, knelpunten te benoemen en een nieuwe zorgstandaard voor ‘kortdurende herstelgerichte parkinsonzorg’ op te leveren.

 

Als specialistische parkinsonzorg aan huis of kortdurend herstelgerichte parkinsonzorg niet meer voldoende is om fijn en veilig thuis wonen te garanderen, is opname in het verpleeghuis een oplossing. Maar hoe lever je parkinsonspecifieke woonzorg? Hoe ziet het verzorgend- en behandelend team eruit? Is iedere verpleeghuisafdeling daar zomaar geschikt voor? Het project ‘Verpleeghuizen op weg naar Integrale Parkinsonzorg (VIP 2)’ richt zich op gespecialiseerde en geclusterde parkinsonwoonafdelingen. Dat zijn woonafdelingen waar alleen mensen met parkinson(isme) wonen. Hiervan zijn er op dit moment tien in Nederland, met in totaal 200 bedden. Ook in dit project haalden we goede voorbeelden op uit het land. Wat zijn bevorderende en belemmerende aspecten in het opzetten van een parkinsonwoonafdeling? Hoe ziet zo’n afdeling er uit? Het rapport ‘De Parkinsonwoonafdeling’ beschrijft de noodzaak, de meerwaarde en de kenmerken van een parkinsonwoonafdeling.

 

Na het volgen van deze workshop kan de deelnemer:

  1. beschrijven welke mensen met parkinson(isme) in aanmerking komen voor ‘kortdurend herstelgerichte parkinsonzorg’
  2. beschijven aan welke kenmerken parkinsonspecifieke woonafdelingen idealiter voldoen
  3. een inschatting maken hoe de parkinsonzorg in zijn/haar regio nu is georganiseerd en doelen voor de toekomst opstellen

10:25

4.4 Workshop: Kwaliteit 3.0 Cultuursensitieve zorg en diversiteit (Commissie Kwaliteitszaken NVKG)

Roos van der Zwan en Judith Wilmer

Sprekers:
Roos van der Zwan klinisch geriater ggz centraal, commissielid commissie kwaliteitszaken
Judith Wilmer, klinisch geriater Catharinaziekenhuis, bestuurslid en secretaris kwaliteit NVKG

Inhoud:
De Nederlandse samenleving wordt steeds diverser. Passende zorg is inclusieve zorg. Zowel in herkomst als in gender en seksuele oriëntatie neemt de diversiteit van Nederlanders toe. Om passende zorg te kunnen leveren is bewustzijn dat, als gevolg van de context en achtergrond van mensen, een hulpvraag formuleren lastig zijn.

Het centraal planbureau deed in 2017 literatuurstudie naar positie van ouderen met migratieachterond en LHBT-ouderen, in de langzurige zorg. Daaruit kwam onder andere naar voren dat LHBT-ouderen vaker geen kinderen hebben, alleenstaand zijn en meer eenzaamheid ervaren.

Een van de thema’s van kwaliteit 3.0 is “Diversiteit en cultuursensitieve zorg”. Hierin wordt gesteld: Als klinisch geriater kunnen we uitdragen dat ieder mens, ongeacht leeftijd, een gelijkwaardige plek inneemt in de maatschappij. We kunnen inclusiviteit nastreven en bewustwording creëren rondom het verouderingsproces en de nadruk leggen op mogelijkheden in plaats van problemen.

Tijdens deze workshop nodigen we een ervaringsdeskundige uit die ons meeneemt in de belevingswereld van ouderen met een LHBTIQ+ achtergrond. Daarnaast nodigen we elkaar uit om in discussie te gaan over hoe wij als zorg medewerkers bij kunnen dragen aan een inclusievere zorg voor ouderen. En wat de rol van de NVKG kan zijn.

Leerdoelen:
Na deze workshop kan een deelnemer:

  • Meer cultuur- en diversiteitssensitief zijn of haar werk doen
  • Bijdragen aan een verdere invulling van kwaliteitsbeleid

10:25

4.5 Workshop: Samen Beslissen met kwetsbare ouderen met een heupfractuur, spreken over operatief en palliatief, niet-operatief management (PNOM) (SIG Geriatrische Traumatologie NVKG)

Hugo Wijnen, Hanna C. Willems, Paulieke C. Oosterwijk, Miliaan l. Zeelenberg

Workshopleiders:
Drs. Hugo H. Wijnen, Geriater, Rijnstate, Topklinisch Ziekenhuis, Regio Arnhem
Dr. Hanna C. Willems, Geriater, Amsterdam UMC, locatie AMC, Amsterdam
Drs. Paulieke C. Oosterwijk, Arts-onderzoeker Traumageriatrie en begeleider Samen Beslissen, St. Antoniusziekenhuis, Utrecht Leidsche Rijn
Drs. Miliaan L. Zeelenberg, arts-onderzoeker Traumachirurgie en begeleider Samen Beslissen, Erasmus MC, Rotterdam

Inhoud:
Recent onderzoek bevestigt palliatief niet-operatief management (PNOM) als goede alternatieve behandeloptie bij een geselecteerde groep kwetsbare ouderen met een heupfractuur in de laatste levensfase. Er zijn landelijke verschillen in de wijze waarop en bij wie dit behandeldilemma wordt besproken. Om een behandeling te kiezen die het beste aansluit bij wensen en verwachtingen van de patiënt is een gestructureerd Samen Beslissen gesprek nodig. Tijdens deze sessie leert de deelnemer de ins- en outs van het Samen Beslissen met kwetsbare ouderen met een heupfractuur.

Deze sessie begint met een overzicht van de theorie van Samen Beslissen. De verschillende gespreksfases worden besproken; keuze bieden, opties bespreken, voorkeuren achterhalen en een beslissing nemen met de patiënt. Het belang van Samen Beslissen en de rol van de zorgverlener worden doorgenomen. Met prikkelende vragen en stellingen worden ervaren vooroordelen en barrières van deelnemers in samen beslissen worden besproken.

Hierna volgt een observatieopdracht waardoor de deelnemer meer inzicht krijgt in de theorie door voorbeeldgesprekken te beoordelen aan de hand van de OPTION-5.  Dit observatie instrument helpt bij het in kaart brengen van de kwaliteit van het gesprek door een score op vijf items te geven.

In het derde deel is er tijd om Samen Beslissen in de praktijk te brengen. In verschillende groepen wordt er geoefend met verschillende fases van Samen Beslissen in de rol van gespreksvoerder, patiënt of observant. Elke gespreksfase wordt kort getraind waarna er na een aantal minuten wordt gerouleerd.

Leerdoelen:

  • Begrijpen wat Samen Beslissen inhoudt en wat de vier stappen zijn.
  • Enkele valkuilen in het Samen Beslissen begrijpen.
  • De beginselen toepassen van de gestructureerde vorm van Samen Beslissen in eigen praktijk.

Max. 60-80 deelnemers

11:25

Pauze

Plenair programma

11:55

Een nieuwe kijk op cognitieve stoornissen bij de ziekte van Parkinson

Prof. dr. Teus van Laar, neuroloog/klinisch farmacoloog, Medical Director Parkinson Expertise Center (Punt voor Parkinson) Department of Neurology UMCG, Groningen

Lange tijd is gedacht dat cognitieve stoornissen pas laat in het beloop van de ziekte van Parkinson ontstonden en dan nog maar bij een beperkt deel. In deze voordracht zullen nieuwe data laten zien dat cognitieve stoornissen al zeer vroeg kunnen optreden bij Parkinson, zonder dat er sprake is van een DLB. Daarnaast zullen de nieuwste imaging data getoond worden om beter te begrijpen waarom sommige patiënten al vroeg  en andere patiënten niet, of pas veel later cognitieve achteruitgang laten zien. Tenslotte zullen ook de  behandelconsequenties hiervan worden besproken.

12:40

Lunchpauze

Mogelijkheid tot bezichtigen posters

12:40

Lunchsymposium: Het belang van het meten van de lichaamssamenstelling op de geriatrie (Gesponsord door InBody)

Anne-Marie de Cock, geriater, Ziekenhuis Netwerk Antwerpen (ZNA)

Parallelronde 5

13:40

5.1 Workshop: De kracht van muziektherapie bij Parkinson

Lars Neijenhuis en Mariska van Akkeren

Workshopleiders:
Lars Neijenhuis & Mariska van Akkeren, Neurologisch muziektherapeuten, Vitalis WoonZorg Groep

Inhoud:
Muziek speelt een grote rol in ons dagelijks leven. Het activeert gelijktijdig verschillende delen van ons brein. Met muziek worden onze dagelijkse bezigheden plezieriger, het maakt je emoties los en het kan je in een andere stemming brengen. De kracht van muziek is dat het kan aanzetten tot beweging. Daarnaast is het een middel om samen en met anderen te communiceren. Het luisteren naar muziek kan herinneringen oproepen en kan helpen jezelf te uiten. Muziektherapie kan als behandeling op maat aangeboden worden voor mensen met de ziekte van Parkinson. Binnen de muziektherapie wordt er methodisch en doelgericht gewerkt waarbij muzikale middelen binnen een therapeutische relatie gehanteerd worden om verandering, ontwikkeling, stabilisatie of acceptatie te bewerkstelligen. Dit is van meerwaarde bij hulpvragen op emotioneel, sociaal of cognitief gebied en bij hulpvragen m.b.t. communicatie, contact, motoriek en gedrag. Zowel monodisciplinair als multidisciplinair kan er gewerkt worden aan doelen op deze gebieden. Tijdens de workshop “de kracht van muziektherapie bij Parkinson” zullen we uitgebreid stilstaan bij het effect van muziek op het brein en de therapeutische toepassing van muziek op o.a. cognitieve, sensorische en motorische functies. Dit zullen we doen aan de hand van theoretische en methodische onderbouwing, praktijkvoorbeelden en ervaringsgerichte werkvormen waarbij ook de kracht van multidisciplinair werken aan bod komt. Naar aanleiding van het volgen van de workshop heeft de deelnemer kennis van wat muziektherapie kan betekenen voor mensen met de ziekte van Parkinson, weet deze wanneer een muziektherapeut ingeschakeld kan worden en hoe multidisciplinaire samenwerking met de muziektherapeut vormgegeven kan worden. De deelnemer doet verder ervaring op met muziektherapeutische werkvormen en heeft handvaten om muzikale interventies in het dagelijks leven in te kunnen zetten.

Leerdoelen:

Naar aanleiding van het volgen van de workshop heeft de deelnemer kennis van wat muziektherapie kan betekenen voor mensen met de ziekte van Parkinson, weet deze wanneer een muziektherapeut ingeschakeld kan worden en hoe multidisciplinaire samenwerking met de muziektherapeut vormgegeven kan worden. De deelnemer doet verder ervaring op met muziektherapeutische werkvormen en heeft handvaten om muzikale interventies in het dagelijks leven in te kunnen zetten.

Max. 60 deelnemers

13:40

5.2 Workshop: Minderen en stoppen van medicatie: samen beslissen met de nieuwste inzichten

Sanne van Haren Noman, Eveline van Poelgeest en Wilma Knol

Workshopleiders:
Sanne van Haren Noman, kernlid Ephor en klinisch geriater Gelre ziekenhuizen
Eveline van Poelgeest, kernlid Ephor en internist ouderengeneeskunde/klinisch farmacoloog Amsterdam UMC
Wilma Knol, kernlid Ephor en klinisch geriater/klinisch farmacoloog UMC Utrecht

Inhoud:
Wat staat er in de nieuwe STOPP/START criteria? Hoe stop je psychofarmaca bij ouderen? Welke medicijnen stop je liever bij Parkinson? Wat zijn de laatste wetenschappelijke inzichten over valrisico en medicatie? Welke medicijnen werken anticholinerg en wat moet ik ermee? Hoe gebruik ik bronnen om medicatie te stoppen?

Het minderen en stoppen van medicatie is bij ouderen een belangrijk onderdeel van de behandeling. In deze workshop voor voorschrijvers en apothekers neemt Ephor (Expertisecentrum Pharmacotherapie bij OudeRen) u mee langs de nieuwste wetenschappelijke inzichten, richtlijnen en praktische inzichten over deprescribing. Ook oefenen we met snel de informatie vinden die je nodig hebt om medicatie te kunnen stoppen. U krijgt handvaten om deze nieuwe informatie toe te passen in de spreekkamer middels ‘samen beslissen’. Tot slot gaan we oefenen met casus uit de praktijk.

Leerdoelen:

Na het volgen van deze workshop kan de deelnemer:

  • De nieuwste wetenschappelijke inzichten over deprescribing reproduceren
  • Beschikbare bronnen en richtlijnen over deprescribing vinden en toepassen
  • Door ‘samen beslissen’ met de patiënt een plan opstellen voor het minderen en stoppen van medicatie

Max. 80 deelnemers

13:40

5.3 Symposium: Update SIG Valpreventie: De rol van technologie en AI bij valrisicobeoordeling, valdetectie en valpreventie (SIG Valpreventie NVKG)

Nathalie van der Velde, Claudine Lamoth en Mirjam Pijnappels

Sprekers:
Prof.dr. Nathalie van der Velde, Klinisch Geriater, Amsterdam UMC, locatie AMC
Prof.dr. Claudine Lamoth, Hoogleraar Movement Analysis, Smart Technology in Healthy Ageing, wetenschappelijk directeur Health Technology Research & Innovation Cluster (HTRIC), University Medical Center Groningen, dep. of Human Movement Sciences, University of Groningen
Prof.dr. Mirjam Pijnappels, Hoogleraar Mobiliteit bij veroudering, Bewegingswetenschappen, Vrije Universiteit Amsterdam

Inhoud:
De SIG Valpreventie stelt zich tot doel om uniforme, evidence-based werkwijze op het gebied van valpreventie te faciliteren middels o.a. kennisdisseminatie, coördineren en opzetten van (gezamenlijk) wetenschappelijk onderzoek en stimuleren van multidisciplinaire (regionale en landelijke) samenwerking.

In dit symposium worden de recente ontwikkelingen op het gebied van technologische hulpmiddelen gericht op valpreventie op een rij gezet en worden handreikingen gegeven voor de vertaalslag naar de praktijk. De belangrijkste aanbevelingen van de recent gepubliceerde Wereldrichtlijn Valpreventie op dit onderwerp zullen worden besproken. Er zal een overzicht gegeven worden over de verschillende systemen die beschikbaar zijn en de bewijsvoering hiervan. Technologische hulpmiddelen kunnen worden onderverdeeld in telemedicine en sensor technologie voor valrisico predictie en detectie -zoals smart home systems en draagbare sensors-, technologische interventies -zoals self-use apps, whole body  vibration en pertubatie training- en instrumenten en toepassingen bedoeld om het letselrisico te beperken zoals de heupairbag.

Titel: Overzicht technologische ontwikkelingen en aanbevelingen op het gebied van valpreventie
Spreker: Nathalie van der Velde
Eind 2022 is de Wereldrichtlijn Valpreventie gepubliceerd, gesteund door meer dan 40 verenigingen waaronder de NVKG. Deze richtlijn bevat aanbevelingen op het gebied van risicostratificatie, valrisicobeoordeling en preventieve interventies. In deze presentatie zullen de aanbevelingen ten aanzien van technologische toepassingen worden besproken. Er zal een overzicht gegeven worden ten aanzien de ontwikkelingen op het gebied van tools ten behoeve van valpredictie, van valdetectie, van valanalyse en van valpreventie. Daarbij zal onder andere de mogelijke praktijktoepassingen van sensortechnologie aan de orde komen. Ook zullen de (Nederlandse) ontwikkelingen op het gebied van digitalisering en AI toepassingen in het kader van valanalyse en valpreventieve interventies de revue passeren.

Titel: Monitoring en voorspelling van fysieke activiteit en risicogedrag bij ouderen met behulp van sensoren en AI
Spreker: Claudine Lamoth
Veranderingen in de intensiteit en frequentie van fysieke activiteit, evenals de manier waarop ouderen lopen in hun leefomgeving, zijn cruciaal bij het beoordelen van kwetsbaarheid, de impact van co-morbiditeit en het risico op vallen. Door het monitoren van fysieke activiteiten met sensoren zoals accelerometrie en GPS, en het gebruik van kwalitatieve onderzoeksmethoden, kunnen we met behulp van classificatie-algoritmen kenmerken identificeren specifiek voor kwetsbare en niet-kwetsbare ouderen. Met geavanceerde AI-algoritmen kunnen we modellen ontwikkelen om veranderingen in dagelijkse routines, gedrag en risicogedrag te voorspellen. Deze modellen kunnen helpen bij het identificeren van mensen met een verhoogd risico op mobiliteitsverlies en vallen, waardoor preventieve maatregelen op maat genomen kunnen worden. Deze presentatie focust op de klinische relevantie van technologie en AI, met name op het gebied van valpreventie.

Titel: Valpreventie door te leren veilig je balans te herstellen op een struikel-loopband
Spreker: Mirjam Pijnappels
Veel vallen bij ouderen worden veroorzaakt door struikelen of uitglijden. Het reactieve balansherstel is ook op oudere leeftijd trainbaar en is veelbelovend gebleken om valrisico te verminderen. De toepassing naar de praktijk van zulke perturbatietrainingen, en de vertaling naar het verminderen van het daadwerkelijk aantal vallen is nog onduidelijk. De C-mill (Motek) is een geavanceerde loopband waarop veilig het reactieve balansvermogen kan worden geoefend. In een Randomized Clinical Trial hebben 70 ouderen met een verhoogd valrisico een 4-weekse loopbandtraining met óf zonder perturbaties gevolgd. Beide groepen ouderen verbeterden hun balans, loopvaardigheid en zelfvertrouwen; en deze toenames bleken significant groter bij trainingsgroep met perturbaties. Deze effecten vertaalden zich niet naar veranderingen in dagelijkse fysieke activiteiten (hoeveelheid of kwaliteit van het dagelijks lopen), maar het aantal vallen en het percentage vallers verminderde alleen significant in de trainingsgroep met balansverstoringen. Het gecontroleerd trainen van reactief balansvermogen op een loopband blijkt een veilige en efficiënte manier van valpreventie.

Leerdoelen:

  • De richtlijnaanbevelingen ten aanzien van technologische toepassingen in het kader van valpreventie benoemen en toepassen
  • nieuwe innovaties zoals monitoring technologie en AI voor kliniek benoemen en de verschillende technologische toepassingen op het gebied van valpreventie benoemen en dit vertalen naar mogelijke toepassingen in de praktijk
  • de mogelijkheden en effecten van perturbatietraining benoemen en kent hij/zij de mogelijke toepassingen voor de praktijk

13:40

5.4 Workshop: Op weg naar een nieuw strategisch beleidsplan NVKG; Samen de toekomst vormgeven! (NVKG)

Esther Cornegé-Blokland

Workshopleiders:
Esther Cornegé-Blokland, Klinisch Geriater Jeroen Bosch Ziekenhuis, Voorzitter Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie (NVKG)

Deze workshop is specifiek bedoeld voor leden van de NVKG, ingebracht door het bestuur van de NVKG.

De workshop is interactief en gericht op het betrekken van alle leden bij de start van het vormgeven van ons nieuwe strategische beleidsplan voor de komende jaren.

En een goede voorbereiding bij het schrijven van dit plan is het halve werk. Voorbereiden betekent voor ons input ophalen bij onze leden. Tijdens de workshop zullen we samen met jullie werken aan het ontwikkelen en uitwerken van onze visie op de toekomst van de NVKG. Het bestuur gaat graag in gesprek met de leden om zowel (nieuwe) ideeën op te halen en ook over onze ideeën wordt van gedachte gewisseld.

Leerdoelen:

  • Vormgeven meerjarenbeleidsplan
  • Visievorming

13:40

5.5 Symposium: Geriatrische Oncologie anno 2024: een update (SIG Geriatrische Oncologie NVKG)

Harmke Polinder Bos, Josephine Stoffels en Kathelijn Versteeg

Sprekers:
Dr. Harmke Polinder-Bos, klinisch geriater Erasmus MC
Dr. Josephine Stoffels, internist-ouderengeneeskunde Amsterdam UMC
Dr. Kathelijn Versteeg, internist-oncoloog en -ouderengeneeskunde Amsterdam UMC

Inhoud:
De behoefte aan geriatrische expertise bij de behandeling en begeleiding van ouderen met kanker neemt toe. Enerzijds door demografische ontwikkelingen, anderzijds doordat er meer wetenschappelijk bewijs is die de meerwaarde van de geriatrische benadering voor deze patiënten aantoont. Er worden meer ouderen in studies geïncludeerd, gerichte trials voor deze doelgroep ontworpen en vaker passende eindpunten gekozen. De praktische vormgeving van geriatrische medebehandeling bij ouderen met kanker staat echter binnen de Nederlandse ziekenhuizen nog regelmatig in de kinderschoenen. Veel klinisch geriaters en internisten-ouderengeneeskunde voelen zich nog onvoldoende bekwaam om gerichte adviezen te geven over een oncologische behandeling. Hier is winst te behalen!

Tijdens dit symposium krijgt u ten eerste  een overzicht van de actuele wetenschappelijke literatuur over de effectiviteit van het (comprehensive) geriatrisch assessment in de oncologie, en in de oncologische chirurgie.

Tijdens de tweede voordracht krijgt u praktische tips en voldoende wetenschappelijke informatie om de samenwerking met de hematologische behandelaren in uw ziekenhuis vorm te geven. Tot slot krijgt u bij de derde voordracht informatie over het adviseren van dosisreducties of minder intensieve chemotherapie. Wat is hiervoor de wetenschappelijke basis en wanneer is het verstandig? Uiteraard is er voldoende ruimte voor interactie met de sprekers en onderling.

Voordracht 1. Harmke Polinder-Bos
Het (C)GA de geriatrische oncologie en oncologische chirurgie: wat is de evidence anno 2024?
Gezien de vergrijzing zullen er steeds meer ouderen naar het ziekenhuis komen voor een behandeling vanwege kanker. De laatste incidentie cijfers laten zien dat 80% van de patiënten met kanker ouder dan 60 jaar is. Geriatrische betrokkenheid bij de zorg voor de kwetsbare ouderen met kanker is nog lang niet in alle ziekenhuizen en bij alle tumorgroepen een standaard onderdeel. Een aspect wat hierbij meespeelt, is dat studies ontbraken die het effect van een CGA lieten zien op de uitkomsten van kwetsbare ouderen met kanker. De afgelopen jaren is echter een aantal nieuwe studies gepubliceerd over het (C)GA bij oudere patiënten met kanker. Dit betreft zowel studies van oudere patiënten die chemotherapie kregen alsook studies naar het CGA in de perioperatieve zorg. In deze voordracht krijgt u een overzicht van de huidige stand van wetenschappelijk bewijs wat geriatrische betrokkenheid kan verbeteren aan uitkomsten voor kwetsbare ouderen.

Voordracht 2. Josephine Stoffels
Tips voor geriatrische samenwerking met hematologen.
We kennen allemaal de oudere patiënt met een multipel myeloom. Ook staat het nieuws bol van specialistische hematologische behandelingen, zoals stamceltransplantaties en CAR-T-cel-therapie, die in toenemende mate beschikbaar komen voor oudere patiënten. In dit licht, hoe kunt u nu uw geriatrische rol goed invullen voor deze oudere patiënten?

Tijdens deze presentatie laten we een model zien voor structureel overleg aan de hand van een geriatrisch assessment (GA) dat op de polikliniek hematologie wordt gedaan. Waar kunt u vanuit geriatrisch perspectief op letten? Hoe weegt u het hematologische behandelplan mee bij de beoordeling van dit assessment? En hoe kunt u het maximale halen uit een eventueel comprehensive geriatric assessment voor deze hematologische patiënten? Welke factoren dragen verder bij aan een goede onderlinge samenwerking? Aan de hand van casuïstiek krijgt u praktische handvatten.

Voordracht 3. Kathelijn Versteeg
Dosisreductie van chemotherapie: waarom, wanneer en hoe?
Heeft u ook vaak het gevoel dat het verstandig is om voorzichtig te beginnen met chemotherapie bij een oudere patiënt? Deze voordracht heeft tot doel de rationale achter het advies van starten met een gereduceerde dosis chemotherapie voor u inzichtelijk te maken. Naast de uitleg over tot stand komen van een dosering van chemotherapie binnen de oncologie en een uitstapje in de farmacokinetiek en –dynamiek krijgt u enkele praktische voorbeelden mee die u in de praktijk kunt gebruiken. U kan na de voordracht het gesprek met de oncologische behandelaar op inhoud aangaan.

Leerdoelen:

  • Na het volgen van dit symposium kan de deelnemer de voordelen van geriatrische medebehandeling voor de oudere patiënt met kanker benoemen.
  • Na het volgen van dit symposium kan de deelnemer een constructieve samenwerking aangaan met een hematologische behandelaar.
  • Na het volgen van dit symposium kan de deelnemer meer evidence based advies geven over dosisreductie van chemotherapie voor de oudere patiënt met kanker.

14:40

Pauze

15:15

Presentaties Wetenschapsprijs Jonge Onderzoeker Geriatrie

15:35

Uitreiking Mondelinge abstract & posterprijs en Wetenschapsprijs

15:50

De neuro-epidemiologie van Parkinson

Prof. dr. Kamran Ikram, Professor and Principal Investigator of Neuro-Epidemiology, Erasmus MC

16:30

Afsluiting