arrow_rightarrow_righticon_excelicon_pficon_ppticon_wordmagnifier

Programma “On-Demand”

donderdag 11 feb

Onderstaande sessies zijn “On-Demand” beschikbaar vanaf 11 februari t/m 11 mei 2021.
Deelnemers van de Geriatriedag 2021 ontvangen na 11 februari de inloggegevens voor het on-demand platform.
Bekijk hier het programma van 11 februari

1. Polikliniek multidisciplinaire vaatchirurgische ouderenzorg: een nieuw ontwikkelde polikliniek in het Amphia Ziekenhuis

Miriam Faes, Lijckle van der Laan en Rene van Alphen

Samenvatting:

In oudere patiënten >65 jaar is kritieke ischemie (KI) de meest ernstige vorm van perifeer arterieel obstructief vaatlijden (PAOD). De kenmerken van KI zijn rustpijn en/of wonden aan de voet. In dit laatste stadium dreigt een boven- of onderbeenamputatie. Ter voorkoming hiervan wordt vaak een revascularisatie verricht middels een bypassoperatie of endovasculaire behandeling. Revascularisatie kent in de oudere patiënt >70 jaar een hoge mortaliteit (26%), een hoge prevalentie van delier (18%) en van kwetsbaarheid (16-70%).

Om tot reductie van deze getallen te komen is recent gestart met een polikliniek multidisciplinaire vaatchirurgische ouderenzorg (MVO). De vaatchirurg/verpleegkundig specialist vaatchirurgie, fysiotherapeut en geriater zien de patiënt >70 jaar achtereenvolgens in een carrouselsetting. Op indicatie volgt een consult bij de diëtist of psycholoog. De risicofactoren voor morbiditeit en kwetsbaarheid worden geïdentificeerd en behandeld. Daarnaast wordt het 3 tot 4 weken durende multidisciplinaire prehabilitatieprogramma opgestart. In het programma is specifiek aandacht voor het optimaliseren van de fysieke conditie en de voedingstoestand, delier- en valpreventie en behandeling van anemie. Dit alles om de patiënt in een zo goed mogelijk conditie te kunnen opereren. Uiteindelijk maakt de vaatchirurg de keuze voor het type interventie, de geriater speelt hierbij een adviserende rol.

De vaatchirurg zal het ziektebeeld PAOD en meer specifiek kritieke ischemie in de oudere patiënt toelichten. De behandelopties zullen besproken worden. Daarnaast bespreekt hij de aanleiding van het oprichten van de polikliniek MVO en de evidence achter de verschillende onderdelen van de beoordeling op de polikliniek en het prehabilitatieprogramma.

De fysiotherapeut bespreekt de rol van de fysiotherapeut op de polikliniek MVO en in de begeleiding tijdens het prehabilitatieprogramma. Daarnaast worden de evidence achter de fysieke en functionele testen en de fysieke trainingscomponenten in het prehabilitatieprogramma toegelicht.

De klinisch geriater bespreekt de rol van de geriater op de polikliniek en hoe de adviserende functie ingevuld wordt. Daarnaast worden de ervaringen van eerste half jaar van de polikliniek besproken.


Leerdoelen:

  • De deelnemer kent de kenmerken van de oudere patiënt met PAOD en meer specifiek met kritieke ischemie.
  • De deelnemer neemt kennis van de polikliniek multidisciplinaire vaatchirurgische ouderenzorg, het prehabilitatieprogramma en de evidence achter de verschillende onderdelen.
  • De deelnemer kent de rol en taken van de verschillende zorgverleners op de polikliniek multidisciplinaire vaatchirurgische ouderenzorg.

2. Geriatrische cardiologie en cardiothoracaalchirurgie: symposium van de SIG cardiologie van de NVKG

Julia Wiersinga, Majon Muller, Jurgen Claassen, Francesco Mattace-Raso

Samenvatting:

Look beyond the heart  – Multidomein denken bij oudere hartfalen patiënten.  Julia Wiersinga, Majon Muller.

Door vergrijzing, betere diagnostiek en behandelingen van hart- en vaatziekten is het aantal ouderen met chronische hart- en vaatziekten, waaronder hartfalen, exponentieel toegenomen. Onderzoek bij een grote groep oudere patiënten met hartfalen laat zien dat 1) multidomein denken belangrijk is bij deze kwetsbare populatie; 2) vergeleken met een geriatrische populatie, de hartfalen populatie een hogere mortaliteit heeft; en 3) niet zo zeer de ernst van het hartfalen als wel beperkingen in geriatrische domeinen gerelateerd zijn aan negatieve zorguitkomsten (zoals SEH bezoek, ziekenhuisopnamen, mortaliteitsrisico, functieverlies).

Pre-operatieve geriatrische beoordeling bij thoracale aneurysma chirurgie. Jurgen Claassen

Waarschijnlijk door voorselectie is deze patiënten groep (70+) niet duidelijk kwetsbaar (CFS 2-4), en vraagt daarom om nieuwe, meer gevoelige maten om de uitkomsten van deze invasieve operatie op delier, functioneel herstel en cognitief functioneren te voorspellen.  In deze pilot-studie evalueren we de CGA-FI (BIDMC), en de orthostatische bloeddrukrespons.

Hypertensie bij ouderen, en dan? Francesco Mattace-Raso

De prevalentie van hypertensie bij de bevolking neemt toe met de leeftijd en is een van de meest voorkomende chronische ziekten bij ouderen.

Onbehandelde verhoogde bloeddruk kan cognitieve stoornissen veroorzaken. Daarom is hypertensie waarschijnlijk de meest relevante behandelbare risicofactor bij oudere patiënten om functionele en en cognitieve stoornissen te vermijden.

Interessant genoeg rapporteerden verschillende studies controversiële bevindingen. Een van de gevolgen hiervan is de beperkte overeenstemming in richtlijnen voor de behandeling van oudere patiënten met hypertensie. Wat zeggen richtlijnen eigenlijk?

Leerdoelen:

  1. Het beseffen dat de oudere hartfalen patiënt een geriatrische patiënt is waarbij een multidisciplinaire benadering van belang is.
  2. Kennis over de pre-operatieve beoordeling door de geriater bij patienten die verwezen
    worden voor operatie van een thoracaal aneurysma, met name aortabooganeurysma
  3. Kennis over hypertensie bij ouderen, is hypertensie bij ouderen nog een risico factor? Is behandeling van hypertensie kansrijk bij ouderen?

3. Het belang van het betrekken van ouderen bij het ontwikkelen van eHealth

Stephanie Jansen-Kosterink, Marian Hurmuz, Marijke Broekhuis en Kira Oberschmidt

Samenvatting:

Steeds meer zorgprofessionals maken gebruiken van eHealth, zoals beeldbellen, om in contact te komen met patiënten. eHealth wordt gedefinieerd als de toepassing van zowel digitale informatie als communicatie om de gezondheid en gezondheidszorg te ondersteunen en/of te verbeteren (Nictiz, 2019). Naast beeldbellen zijn er tal van andere eHealth oplossingen om patiënten te diagnosticeren, te monitoren en te behandelen. Tal van mogelijkheden die vaak nog niet of nauwelijks benut worden door Nederlandse zorgprofessionals of zorginstellingen. Wij zijn van mening dat dit komt doordat onvoldoende gekeken wordt voor wie eHealth geschikt is en doordat de technologie onvoldoende aansluit bij de behoeftes van de gebruikers. Roessingh Research and Development (RRD), een kennisinstelling gelieerd aan Revalidatiecentrum Het Roessingh en de Universiteit Twente, heeft al ruim 10 jaar ervaring in het ontwikkelen van eHealth.

Wie zijn de ouderen die eHealth gebruiken en hoe betrek je ouderen bij het ontwikkelproces? Bij RRD hebben de afgelopen jaren tal van onderzoekers gekeken naar deze vraag en graag presenteren we tijdens dit symposium aan u onze antwoorden. Door de resultaten van al deze onderzoeken samen te vatten weten we wie de oudere eHealth gebruiker is. Onze ervaring leert ons ook dat het betrekken van de doelgroep ouderen belangrijk is om een eHealth toepassing goed aan te laten sluiten bij de beleefwereld van de ouderen en te komen tot daadwerkelijk implementatie van eHealth. Daarom willen we u tijdens dit symposium twee projecten voorleggen waar ouderen deel uitmaken van het ontwerp- en of projectteam. In het AAL project SALSA (https://www.salsa-project.com/) wordt een eHealth platform ontwikkeld voor het ondersteunen van een actieve levensstijl en sociale inclusie van ouderen (55+). In het project Pharaon (https://www.pharaon.eu/) gaan we nog een stap verder: ouderen worden als mede-onderzoekers betrokken. Zij gaan bijvoorbeeld meedenken over ethische vraagstukken, de gebruikte methodiek of over de betekenis van onderzoeksuitkomsten.

Leerdoelen:

Na het volgen van dit symposium kan de deelnemer:

  • benoemen wat de mogelijkheden, generiek en voor de doelgroep ouderen, van eHealth zijn.
  • een overzicht geven van de mate van gebruik van eHealth door de doelgroep ouderen.
  • aangeven waarom het betrekken van de doelgroep ouderen bij de ontwikkeling van eHealth gewenst is.

4. Van zwart-wit naar een volledig kleurenpalet: de voorlopige resultaten na 1 jaar van de implementatie van de STIP-methode bij probleemgedrag

Ton Bakker, Corine van Maar, Canan Ziylan, Helma Verstraeten

Samenvatting:

Tijdens deze workshop delen we voorlopige resultaten na 1 jaar onderzoek naar de implementatie van de STIP-Methode: de gepersonaliseerde STapsgewijze Integrale aanpak van Probleemgedrag bij mensen met dementie, volgens de Richtlijn Probleemgedrag van Verenso/NIP (2018). We presenteren de aanpak en de voorlopige resultaten (ECD onderzoek; psychofarmacagebruik; tekst analyse klankbordgroepen; online lesmodules en website). Hierbij bieden wij handvatten voor andere organisaties om de effectieve aanpak te implementeren. Waar moet je op letten, waar kun je tegenaan lopen en hoe moet je starten? In deze workshop delen onderzoekers samen met professionals en managers uit de deelnemende verpleeghuizen en mantelzorgers de resultaten tot nu toe en hun ervaringen. De workshop is relevant voor iedere onderzoeker, professional werkzaam in een verpleeghuis of in de thuissituatie en mantelzorger.


Leerdoelen:

  • Het proactief en effectief voorkomen, behandelen en begeleiden van probleemgedrag bij mensen met dementie en de overbelasting van de mantelzorg. Dit is essentieel voor de kwaliteit van leven van de persoon met dementie en de mantelzorger.
  • Beseffen dat direct op het probleem gerichte benadering en/of psychofarmacon niet werkt.
  • Het implementeren van de STIP-Methode in de eigen organisatie aan de hand van de ontvangen aanknopingspunten. Dit is een voortdurend aandacht vragend proces.

5. Bewegen en zelfredzaamheid stimuleren in de thuiszorg – Het ‘Blijf Actief Thuis’ scholingsprogramma voor thuiszorgmedewerkers vanuit verschillende perspectieven belicht

Rixt Zijlstra, Marijke Hennen, Mandy Boosten-Renneberg, Teuni Rooijackers, Maria Wetzels, Marja Veenstra

Samenvatting:

Door de vergrijzing zijn er meer ouderen met ziekten en beperkingen, stijgt de zorgvraag en daarmee de druk op het zorgsysteem. In reactie hierop verschuiven veel landen hun focus van de residentiële zorg naar de thuiszorg, in de overtuiging dat dit effectiever en financieel duurzamer is. Binnen deze verschuiving is het belangrijk dat ouderen worden aangezet tot bewegen, aangezien dit een basisvoorwaarde is voor succesvol ouder worden en bijdraagt aan het behoud van de zelfredzaamheid. Thuiszorgmedewerkers kunnen hierin een belangrijke rol spelen door uit te gaan van wat ouderen nog zelf kúnnen en hen daar tijdens zorgmomenten zo veel mogelijk toe aan te moedigen, en waar nodig te ondersteunen. Echter nemen zij vaak taken over vanwege onjuiste opvattingen over het nut van bewegen, een gebrek aan intrinsieke motivatie, onvoldoende training, of een hoge werklast en beperkte personeelsbezetting. Dit brengt de mogelijkheid van ouderen om thuis te blijven wonen in gevaar.

In Nederland is de afgelopen jaren gepoogd de zorgcultuur van overnemen te veranderen naar een zorgcultuur waarin bewegen en zelfredzaamheid centraal staan. Binnen dit kader is Blijf Actief Thuis ontwikkeld. Dit is een scholingsprogramma voor verzorgenden, verpleegkundigen en huishoudelijke hulpen in de thuiszorg gebaseerd op de zorgbenadering reablement, ofwel ‘zorgen dat…’ in plaats van ‘zorgen voor…’. Tijdens het programma wordt gewerkt aan de juiste kennis, attitude, vaardigheden en ondersteuning om reablement toe te passen in de dagelijkse zorgpraktijk. In dit symposium wordt Blijf Actief Thuis vanuit verschillende perspectieven weergegeven. Presentatie 1 belicht de ontwikkeling en inhoud van het programma. In presentatie 2 delen twee thuiszorgmedewerkers hun ervaringen met het programma en de praktijkimplementatie. Presentatie 3 bespreekt de eerste resultaten uit een cluster gerandomiseerd onderzoek en behandelt de praktische toepasbaarheid en effectiviteit. In de laatste presentatie geven twee onderzoekspartners een kritische reflectie op het programma en de bevindingen tot nu toe.

Doelgroep:

Multidisciplinair. Professionals werkzaam in de extramurale zorg.

Leerdoelen:

Na het volgen van dit symposium heeft de deelnemer vanuit verschillende perspectieven kennisgemaakt met het scholingsprogramma Blijf Actief Thuis voor thuiszorgmedewerkers. De deelnemer heeft inzicht verkregen in:

  1. de ontwikkeling en inhoud van Blijf Actief Thuis.
  2. de praktische toepasbaarheid en effectiviteit van Blijf Actief Thuis.
  3. de ervaringen van thuiszorgmedewerkers en onderzoekspartners met Blijf Actief Thuis.

6. De Mond Niet Vergeten!

Claar van der Maarel-Wierink

Samenvatting:

Doel: Als een kwetsbare oudere zijn boterham niet meer zelf kan smeren, zou hij dan nog wel zijn tanden kunnen poetsen? Tijd voor ondersteuning bij de dagelijkse mondverzorging wordt zelden door de thuiszorg geïndiceerd. Hoe komt dat? Voorspeld wordt dat in 2040 80% van de Nederlandse bevolking zijn natuurlijke gebit zal hebben. Bij het zorgafhankelijk worden zijn er echter tal van risico’s voor de mondgezondheid. Door samenwerking tussen verschillende zorgprofessionals rondom kwetsbare ouderen zouden we deze risicofactoren tijdig kunnen herkennen en hierop kunnen anticiperen. Dat is het doel van De Mond Niet Vergeten!, een implementatieproject dat goede mondzorg voor thuiswonende kwetsbare ouderen nastreeft.

Opzet: Aan de hand van casuïstiek wordt het belang van aandacht voor de mondgezondheid bij kwetsbare ouderen en hun zorgprofessionals zichtbaar gemaakt. Behoud van een gezonde mond is essentieel voor de levenskwaliteit. Immers, de mond is van belang voor eten maar ook in sociale contacten, daarnaast zijn er tal van associaties met de algemene gezondheid.

Het implementatieproject ‘De mond niet Vergeten!’ (DMNV) ondersteunt multidisciplinaire samenwerking en verbetert kennis over het belang van een gezonde mond bij ouderen, mantelzorgers en zorgprofessionals. Dit uit zich in het alert zijn op het niet meer goed zelf kunnen tandenpoetsen door ouderen en tijdig ondersteuning bieden door mantelzorgers, verzorgenden en (wijk)verpleegkundigen. Daarnaast nemen praktijkondersteuners in de huisartsenpraktijken aandacht voor de mondgezondheid mee in hun periodieke controles van kwetsbare ouderen en vindt verwijzing plaats bij mondgezondheidsproblemen.

Heeft u een lokaal samenwerkingsnetwerk waarin ook mondzorgprofessionals zijn betrokken? En zo niet, hoe zou u een dergelijk netwerk kunnen opstarten?

Resultaten procesevaluatie implementatie: De werkwijze van DMNV is in 14 regio’s geïmplementeerd en tevens wetenschappelijk geëvalueerd door een door ZonMw gesubsidieerd onderzoek. De resultaten hiervan zullen kort worden toegelicht.

Leerdoelen:

  1. U (h)erkent het belang van een gezonde mond bij kwetsbare ouderen voor de kwaliteit van leven.
  2. U weet wat de werkwijze van De Mond Niet Vergeten! inhoudt.
  3. U bent bekend met de materialen van De Mond Niet Vergeten!

7. Innovatie in onderwijs en opleiden in de geriatrie

Natasja Looman, Maarten van der ven, Dieneke van Asselt, Marianne van Iersel, Lia Fluit

Samenvatting:

De klinische geriatrie is een dynamisch vak, met naast beweging in patiëntenzorg ook vernieuwing in onderwijs en opleiden. Inherent aan het vak zijn interprofessioneel werken en omgaan met klinische onzekerheid. Wat zijn ontwikkelingen op deze thema’s en wat kunt u doen?

Leerdoelen:

Kennismaken met / inspiratie over onderwijs- en opleidingsmogelijkheden die direct bruikbaar zijn in de eigen praktijk

  1. Hoe aios te leren interprofessioneel samen te weken
  2. Hoe signalen van klinische onzekerheid te herkennen en te gebruiken bij het klinisch redeneerproces en voor verminderen van stress bij aios
  3. De (on)mogelijkheden van een digitaal coschap in de geriatrie

Hierbij wordt wetenschappelijke kennis geïntegreerd met dagelijkse praktijk rondom opleiden en onderwijs

per onderwerp:

  1. Interprofessioneel leren en werken (Natasja Looman, Maarten van der ven, Dieneke van Asselt)

De geriatrie is een vak waar interprofessioneel wordt gewerkt. Op onze afdelingen leiden we naast aios geriatrie, aios ouderengeneeskunde en aios huisartsgeneeskunde ook studenten geneeskunde, fysiotherapie en verpleegkunde op.  Hoe kunnen we deze studenten en arts-assistenten leren samenwerken? Wat zijn de laatste inzichten over op de werkplek leren samenwerken? Wat zijn bevorderende of belemmerende factoren? Tijdens dit symposium willen we graag onze kennis en ervaring hierover met u delen.

  1. Klinische onzekerheid (Dieneke van Asselt, Marianne van Iersel)

Klinische onzekerheid is van alle tijden, maar lijkt met alle nieuwe diagnostische en therapeutische mogelijkheden nauwelijks meer getolereerd.  Met tegelijkertijd ook toenemende multimorbiditeit en complexiteit ligt stress en overdiagnostiek op de loer. Klinische onzekerheid kan echter ook nuttig zijn: Voor prikkelen van je nieuwsgierigheid en alert maken op een zeldzamere ziekte of ongebruikelijker beloop. Toch spreken artsen nauwelijks met elkaar over wat klinische onzekerheid met onszelf  en ons klinisch redeneren doet. In dit onderwijsdeel verkennen we signalen van onzekerheid en hoe je hier zelf en in je opleidingsgroep zinnig  gebruik van kan maken: in het klinisch redeneren en stressreductie.

  1. Telecoschap geriatrie (Marianne van Iersel, Dieneke van Asselt, Lia Fluit)

Door de corona-pandemie stopten de reguliere coschappen en hebben we een telecoschap ontwikkeld en gepilot. Coassistenten leren tijdens een coschap vooral van authentieke patiënten ervaringen middels werkplek leren in de praktijk. Hoe en wat coassistenten leren  tijdens een telecoschap geriatrie was onbekend.
Vier coassistenten zorgden ieder digitaal voor hun eigen patiënten, onder supervisie. Ze zijn net als hun zeven begeleiders geïnterviewd. Na kwalitatieve analyse ontstonden uiteindelijk vier thema’s. Bij de thema’s ’interactie coassistent – patiënt, interactie coassistent-begeleider’ bleek dat de context (bijvoorbeeld omgeving patiënt, drukte) en informele contacten erg gemist werden. Bij de thema’s ‘uitkomsten inhoudelijk en uitkomsten emotionele ervaringen’ bleken de coassistenten naast de gebruikelijke inhoud ook te leren over digitaal communiceren; leuke maar ook intensieve ervaringen. Concluderend komen de leerervaringen van coassistenten grotendeels overeen met die in de reguliere coschappen met uitzondering van lichamelijk onderzoek en het betrekken van de patiënt- en afdelingscontext in het leerproces.  Nu corona ons leven en dus ook het medisch onderwijs nog even zal beïnvloeden willen we graag onze ervaringen met u delen

8. Update vanuit de SIG valpreventie: Het nieuwe handboek valkliniek & regionale implementatie, toelichting op de aankomende IGJ indicator en introductie van de Europese STOPPFalls deprescribing tool

Nathalie van der Velde, Marielle Emmelot-Vonk, Lotta Seppala

Samenvatting:

Algemene beschrijving

De SIG Valpreventie stelt zich tot doel om uniforme, evidence-based werkwijze op het gebied van valpreventie te faciliteren middels o.a. kennisdisseminatie, coördineren en opzetten van (gezamenlijk) wetenschappelijk onderzoek en stimuleren van multidisciplinaire (regionale en landelijke) samenwerking.  In dit symposium worden praktische tools en tips besproken voor succesvolle valpreventie in en om het ziekenhuis.

Korte samenvatting per spreker

Update handboek Valkliniek

Het vernieuwde handboek vormt een praktische handleiding voor implementatie van een valkliniek en voor het opzetten of optimaliseren van regionale transmurale samenwerking op het gebied van valpreventie, gebaseerd op de aanbevelingen van de update van de landelijke richtlijn Valpreventie. In de presentatie ligt de focus op tips & tricks voor succesfactoren voor implementatie van regionale, transmurale samenwerking.

Aankomende IGJ indicator valpreventie

In 2021 wordt de nieuwe IGJ indicator/verbeterdoel valpreventie geeffectueerd. In de presentatie zullen de deelonderwerpen ‘valrisicobeoordeling en analyse van oudere vallers op de SEH’ en ‘registratie van valincidenten en beoordeling van valrisico bij opgenomen ouderen’ worden besproken aan de hand van de aanbevelingen van de richtlijn met voorbeelden hoe deze IGJ verbeterdoelen kunnen worden geoperationaliseerd in het ziekenhuis.

Europese STOPPFalls deprescribing tool

Bij de oudere patiëntenpopulatie spelen bijwerkingen een belangrijke rol bij het ontstaan van vallen.

In de klinische praktijk blijkt echter dat artsen en andere gezondheidsmedewerkers het lastig vinden om valrisico verhogende medicatie af te bouwen. Dit komt onder andere omdat ze onzeker zijn over het effect van het afbouwen zowel op vallen als op mogelijke negatieve effecten van het afbouwen. Ook speelt gebrek aan kennis en kunde hoe een medicatiebeoordeling uit te voeren een belangrijke rol. Om hierin ondersteuning te bieden hebben we in samenwerking met de Europese Task&Finish Group on Fall-Risk Increasing Drugs met internationale experts middels een Delphi procedure een medicatiebeoordelings- en afbouwinstrument ontwikkeld, STOPPFalls. In de presentatie zal deze tool inhoudelijk worden toegelicht. Daarnaast zal een update gegeven worden over de literatuur betreffende valrisico verhogende medicatie en het afbouwen daarvan.


Leerdoelen:

De deelnemer is na het volgen van het symposium in staat om:

  • De richtlijnaanbevelingen ten aanzien van implementeren en optimaliseren van een multidisciplinaire, regionale samenwerking op het gebied van valpreventie toe te passen met behulp van de update van het handboek Valkliniek.
  • De richtlijnaanbevelingen ten aanzien van het organiseren en uitvoeren van een multifactoriële valrisicobeoordeling  en analyse voor oudere vallers op de SEH en op de afdeling te operationaliseren conform de nieuwe IGJ indicator/verbeterdoelen.
  • Een medicatie review in het kader van valpreventie uit te voeren conform de nieuwste internationale expertconsensus en kent de STOPPFalls deprescribing tool als hulpmiddel hiervoor.

9. SIG Geriatrische Traumatologie: Transmurale Zorg na een heupfractuur

Hugo Wijnen, Dawi Van Der Stap, Christa Van Schieveen en Elke Dominicus

Samenvatting:

Achtergrond

Bij kwetsbare ouderen met een heupfractuur is de mortaliteit hoog: 20-30% van de patiënten overlijdt binnen 1 jaar. Daarnaast is er sprake van functionele achteruitgang na een heupfractuur: slechts 25% van de patiënten herstelt volledig. Een snelle start van de revalidatie en vroege mobilisatie leiden tot een beter functioneel herstel voor de patiënt met een heupfractuur. In de dagelijkse praktijk kan de patiënt  vanuit het ziekenhuis pas met een een aantal dagen vertraging in de GRZ instelling terecht om de revalidatie te intensiveren.

In deze workshop gaan we in op de verbetering van de transmurale patiëntenzorg door aansluiting van het revalidatietraject op de ziekenhuisopname te optimaliseren. Hierbij is de “patient journey” het vertrekpunt.

De workshop wordt ingeleid met het belang van een snelle revalidatie na een heupfractuur en een toelichting op de indicatiestelling GRZ. Daarna gaan we als ketenpartners in gesprek over barrières en succesfactoren om de samenwerking tussen ketenpartners te verbeteren.  Met dit gesprek willen we de deelnemers aan de workshop laten reflecteren over de samenwerking met ketenpartners in hun regio.  Welke barrières ervaart u, hoe is de transmurale samenwerking in uw regio en wat zou kunnen helpen om deze samenwerking in de zorg voor de patiënt te verbeteren?


Leerdoelen:

  1. Kennis overdragen over het belang van snelle revalidatie na een heupfractuur.
  2. Kennis overdragen over de indicatiestelling GRZ.
  3. Reflecteren over barrières voor optimale transmurale zorg.
  4. Reflecteren over succesfactoren om transmurale zorg in uw regio te verbeteren.

10. Aan de slag met samen beslissen met de PROM TOPICS-SF op de poli Geriatrie: nieuwe tools en lessons learned

Ruth Pel, Judith Wilmer, Annemarie Koopman

Samenvatting:

De NVKG adviseert om samen beslissen met de PROM TOPICS-SF te implementeren op alle poliklinieken Geriatrie. Maar hoe pak je dat aan? Vier afdelingen Geriatrie in ziekenhuizen hebben de afgelopen twee jaar ervaring opgedaan met samen beslissen met de PROM TOPICS-SF. Zij volgden een vaardigheidstraining om het gespreksmodel toe te leren passen en implementeerden de TOPICS-SF. Hierbij bleek naast inhoudelijke ook vooral veranderkundige kennis nodig voor een succesvolle implementatie. In navolging van de workshop vorig jaar op de Geriatriedagen presenteren wij in dit symposium de zes stappen van het gespreksmodel samen beslissen, de vernieuwde versie van de TOPICS-SF en de nieuwe praktische Implementatie Toolbox Samen beslissen met de TOPICS-SF. In 8 heldere stappen implementeer je een blijvende, gedragen verandering op de poli Geriatrie. In combinatie met de ondersteunende hulpmiddelen zoals powerpoints, filmpjes en een e-learning, die in samenwerking met de vier deelnemende Geriatrie afdelingen zijn ontwikkeld, kun je een succes maken van samen beslissen met de TOPICS-SF. In dit symposium presenteren we het gespreksmodel samen beslissen, gaan we in op de meerwaarde die geriaters en ouderen ervaren als ouderen zich voorbereiden op het gesprek met de geriater d.m.v. de vernieuwde TOPICS-SF & samen beslissen vragenlijst en presenteren we de nieuwe Toolbox Samen beslissen met de TOPICS-SF.

Spreker 1: Ruth Pel

Samen beslissen met kwetsbare ouderen in zes stappen: een gespreksmodel

Bij samen beslissen (shared decision making) nemen de zorgverlener en de patiënt in een gezamenlijk proces beslissingen over de behandeling. Hierdoor sluit de behandeling beter aan bij wat de patiënt zelf belangrijk vindt. Bij ouderen met multimorbiditeit heeft een doel- en persoonsgerichte aanpak de voorkeur boven een ziektegerichte aanpak. Deze aanpak doet recht aan het feit dat de beste behandeling voor een ziekte, niet altijd de beste behandeling is voor deze specifieke patiënt als mens in zijn context. Bij het gespreksmodel samen beslissen met ouderen bespreken de zorgverlener en de oudere samen wat de behandeling zou moeten opleveren (een gezondheid gerelateerde uitkomst), zoals onafhankelijk kunnen blijven en kwaliteit van leven. Door de zes stappen van het gespreksmodel te doorlopen, beslist u samen met uw patienten over zorg en behandeling die aansluit bij de persoonlijke doelen van deze patiënt.

 

Spreker 2: Judith Wilmer

Waarom het zo belangrijk is om patiëntervaringen als start punt te gebruiken voor samen beslissen & de vernieuwde versie van de TOPICS-SF (met samen beslis vragen). 

De TOPICS-SF is een meetinstrument voor het patienten perspectief op hun gezondheid, een ‘patient gerapporteerde uitkomstmaat (PROM)’. Als patienten vooraf de TOPICS-SF invullen,  worden patienten aan het denken gezet over hun eigen gezondheid en geven ze aan welke problemen ze ervaren en hoe belangrijk ze die problemen vinden. En komt er thuis met hun naasten alvast een gesprek op gang over behandeldoelen. Deze voorbereiding helpt om tijdens het consult, op basis van de ingevulde TOPICS-SF, te kijken welke onderdelen van het CGA uitgebreider of juist beknopter besproken moeten worden. Daarmee is de TOPICS-SF een middel, een aanzet tot samen beslissen. N.a.v. de ervaringen van de deelnemende ziekenhuizen en de ouderen zelf, hebben we de TOPICS-SF vragenlijst verbeterd met betrekking tot patiëntvriendelijkheid en samen beslissen.

 

Spreker 3: Annemarie Koopman

Waarom implementeren een vak apart is: de lessons learned van de 4 ziekenhuizen en de nieuwe Implementatie Toolbox Samen beslissen met de TOPICS-SF

De implementatie van samen beslissen met TOPICS-SF is een nieuwe werkwijze en heeft invloed op het dagelijks werk. Het vraagt een verandering van werkprocessen en gedrag van betrokkenen, van zowel zorgverleners als oudere patiënten en hun naasten. De implementatie vraagt moeite en inspanning van alle betrokkenen en daarmee een goede voorbereiding. Je hoeft het wiel gelukkig niet helemaal zelf uit te vinden! Dit zijn de geleerde lessen van de ziekenhuizen die het de afgelopen twee jaar implementeerden. Op basis van hun ervaringen is een Implementatie Toolbox gemaakt met een opzet voor de aanpak van de implementatie, allerlei praktische hulpmiddelen en tips en voorbeelden uit de praktijk. We presenteren de Implementatie Toolbox en geven tips hoe je er in je eigen ziekenhuis mee aan de slag kunt gaan.

 

Leerdoelen:

  • kennis en inzicht vergroten ten aanzien van ‘samen beslissen bij ouderen met multimorbiditeit’, de PROM ‘TOPICS-SF’ en de combinatie ‘samen beslissen met TOPICS-SF’;
  • kennis en inzicht vergroten ten aanzien van de implementatie van het samen beslissen met TOPICS-SF;
  • energie en enthousiasme creëren om als afdeling Geriatrie ook aan de slag te gaan met het implementeren van samen beslissen met TOPICS-SF.