arrow_rightarrow_righticon_excelicon_pficon_ppticon_wordmagnifier

Programma

donderdag 07 feb

09:00

Opening

Voorzitter: Mieke Bil, verpleegkundig specialist, voorzitter congrescommissie Geriatriedagen

09:05

De behandeling van de oudere Parkinson patient; een update

Teus van Laar (1962) deed artsexamen in Groningen, en werd in 1995 ingeschreven als neuroloog in het Leids Universitair Medisch Centrum, gevolg door een promotie in 1996.

Van 1996-1999 was hij staflid neurologie in het LUMC, gevolgd door een aanstelling in het UMCG in 1999 met als aandachtsgebied bewegingsstoornissen. In 2004 volgde de benoeming tot Universitair Hoofddocent en  in 2015 werd hij benoemd tot hoogleraar neurologie aan de Rijksuniversiteit Groningen met als leeropdracht: De geavanceerde behandeling van de ziekte van Parkinson. Zijn huidige onderzoek richt zich vooral op innovatieve behandelingen, met speciale aandacht voor ziekte-modificatie en cognitie. De laatste jaren is hij daarnaast intensief betrokken bij een nieuwe zorgorganisatie rondom patiënten met de ziekte van Parkinson, de zogeheten Punten voor Parkinson. Hij is daarnaast voorzitter van de nieuwe landelijke richtlijn betreffende de ziekte van Parkinson en voorzitter van de werkgroep ‘Advanced therapies’.

Pasfoto v Laar

Prof. dr. Teus van Laar

hoogleraar neurologie, UMCG

09:50

Ochtendpauze met Bossche Bol

Parallelronde 1

10:20

Symposium 1.01 Orale anticoagulantia

In de dagelijkse praktijk worstelen geriaters met vele vragen over de noodzaak en risico’s van orale anticoagulantia. De eerste spreker zal een state of de art verhaal geven over de moderne behandeling van veneuze trombo-embolieën waarbij de NOAC’s een belangrijke rol spelen. Verder komen kwetsbaarheid, nierfunctiestoornissen, bloedingen aan bod. De tweede spreker zal ingaan op de behandeling van atriumfibrilleren met orale anticoagulantia, een vergelijking maken met de oude vitamine K antagonisten en de nieuwe orale anticoagulantia (NOAC’s), complicaties bespreken en de consequenties bespreken van data uit de dagelijkse praktijk bij oude en kwetsbare patiënten, de zogenaamde “Real World” studies. Hierbij wordt een afweging gemaakt van enerzijds het risico op een beroerte versus het risico op (intracraniele) bloedingen. Daarnaast zal de nieuwe ESC 2018 handleiding “Practical guide on the use of non-vitamine K antagonist oral anticoagulants in patients with atrial fibrillation” worden toegelicht met nadruk op de kwetsbare oudere patiënten.

Acute veneuze tromboembolie in 2019: Op leeftijd moet behandeling op maat
Menno Huisman, internist, LUMC 

Van oude menschen .. de dingen die voorbij gaan: van VKA naar NOAC
Marc Brouwer, cardioloog, Radboud MC, Nijmegen

Rene Jansen

klinisch geriater, Noordwestziekenhuisgroep, Alkmaar

Menno Huisman

internist, LUMC

Marc Brouwer

cardioloog, Radboud MC, Nijmegen

10:20

Symposium 1.02 SIG Dementie: Diagnostiek van dementie in Nederlandse geheugenpoliklinieken; wat maakt het verschil?

De diagnostiek van dementie heeft de afgelopen decennia een enorme ontwikkeling doorgemaakt.  Er is een ruime keuze aan zorgverleners beschikbaar, die een eveneens ruime keuze aan diagnostische testen kunnen inzetten. In de tweede lijn vindt diagnostiek van dementie meestal plaats op een geheugenpolikliniek. In Nederland zijn er inmiddels ruim 100 geheugenpoliklinieken, ieder met een eigen aanpak. Het doel van dit symposium is het in kaart brengen van de praktijkvariatie van dementiediagnostiek in Nederlandse geheugenpoliklinieken. De belangrijkste overeenkomsten en verschillen komen aan bod en er zal een interactieve discussie met het publiek over praktijkvariatie volgen. De opgedane kennis van de belangrijkste overeenkomsten en verschillen kan de deelnemer aan het symposium gebruiken om het eigen zorgpad nader te beschouwen.

Femke Bouwman

neuroloog, bestuursvoorzitter Nederlands Geheugenpoli Netwerk, Alzheimercentrum, Amsterdam UMC

Astrid van Strien

klinisch geriater, klinisch farmacoloog, Jeroen Bosch Ziekenhuis

Jurgen Claassen

klinisch geriater, Alzheimercentrum, Radboudumc

10:20

Symposium 1.03 Kunst en positieve gezondheid van kwetsbare ouderen: Organisatie, implementatie en effecten van culturele interventies met ouderen

In de afgelopen jaren is de aandacht voor ouderen en cultuurparticipatie sterk toegenomen, onder meer door het stimuleringsprogramma Lang Leve Kunst. Actief bezig zijn met kunst blijkt op vele vlakken heilzaam voor ouderen. Ze komen uit hun comfort zone, ontmoeten mensen die hun hobby’s en interesses delen, voelen zich betrokken en gewaardeerd bij activiteiten die hen zin en plezier geven, doen nieuwe vaardigheden op en voelen zich competenter in het leven. Mede door de toenemende mate erkenning voor de waarde van hun bijdrage aan de gezondheid en het welbevinden van kwetsbare ouderen zijn er steeds meer kunstenaars actief in ziekenhuizen, verpleeghuizen en thuiszorg. Er ontbreekt echter een overzicht van de activiteiten en effecten van deze ‘culturele interventies’. De kennis hierover uit onderzoek, beleid en de praktijk is onvolledig en versnipperd.

In het onderzoek Kunst en Positieve Gezondheid brachten we die kennis in kaart, op verzoek van de ministeries van OCW en VWS en in opdracht van ZonMw. In de eerste interactieve sessie laten we zien (en voelen) wat een succesvol samenwerkingsproject van kunstprofessionals en zorgprofessionals doet met ouderen. Tevens belichten we welke organisatorische voorwaarden daarvoor nodig zijn. In de tweede sessie geven we een overzicht van de internationaal beschikbare wetenschappelijke kennis over effecten van culturele interventies op de positieve gezondheid van kwetsbare ouderen. In de derde sessie brengen we de succes- en faalfactoren van de implementatie van kunstprojecten in de ouderenzorg in kaart. Tot slot zullen we met de aanwezigen in discussie gaan over de betekenis van deze resultaten voor de praktijk en kansrijke onderzoeks- en ontwikkelrichtingen voor kunstprojecten in de ouderenzorg

Cretien van Campen

onderzoeker, Sociaal en Cultureel Planbureau

10:20

Workshop 1.04 Mindfulness in de Zorg, gezondere zorg voor patiënt én zorgprofessional. ‘Put on your oxygen mask first before helping others: how not to burn-out while caring for others’

Tijdens ons werk staan zorgprofessionals voortdurend in contact met collega’s, patiënten/ bewoners en familie. Zij staan voor de uitdaging om de ‘hulpvragende ander’ steeds centraal stellen, maar tegelijkertijd ook zichzelf als hulpverlener in balans te houden. Dit is verre van gemakkelijk en dit leidt vaak tot disbalans en stress, zoals velen van ons merken. Zorgprofessionals hebben veelal ‘een groot hart voor de zaak’. Om dit hart kloppende te houden, moeten we in balans blijven en voor onszelf kunnen zorgen. Dit vraagt om een voortdurende afstemming met onszelf én de ander. Het ontwikkelen van kwaliteiten van mindfulness blijkt hierin zeer helpend te zijn, laat gedegen wetenschappelijk onderzoek zien.

In deze workshop maak je kennis met werkingsmechanismen achter mindfulness (evidence based) en oefenen we hoe we mindfulness kunnen inbrengen en ontwikkelen in ons werkzame leven. Vanuit persoonlijke ervaring (Jacqueline Schuur, klinisch geriater) en vanuit wetenschappelijk en trainers- perspectief (Barbara Doeleman, Mindfulness en Compassietrainer) staan we stil bij bovengenoemde thema’s.

U wordt niet alleen bijgepraat over de bewezen effectiviteit in dit relatief nieuwe onderzoeksveld binnen de geneeskunde en de zorg, u zult ook door interactie met de begeleiders, uzelf en met de andere deelnemers aan de workshop de basisbeginselen van mindfulness ervaren!

Maximaal 40 inschrijvingen

Jacqueline Schuur

klinisch geriater, Ziekenhuis Tergooi

Barbara Doeleman-van Veldhoven

trainer, BFC Mindfulness & Compassie

10:20

Symposium 1.05 PalliSupport - Transmurale palliatieve zorg voor oudere patiënten; van pilotonderzoek naar implementatie

De meeste ouderen willen de laatste maanden van hun leven thuis doorbrengen en daar ook sterven. Echter, 50% wordt opgenomen in het ziekenhuis in de laatste drie maanden van het leven en het merendeel sterft niet thuis. Tijdige en goed georganiseerde palliatieve zorg zou ziekenhuisopnames kunnen voorkomen en zorg op plaats van voorkeur kunnen faciliteren. Er bestaan echter meerdere barrières, zoals te late identificatie, suboptimale samenwerking tussen zorgsettings en gefragmenteerde financiering en expertise in zorg. Het PalliSupport project heeft tot doel deze barrières te overkomen middels een transmuraal zorgpad voor ouderen. In november 2018 start een stepped wedge cluster gerandomiseerd onderzoek naar de effecten van een transmuraal zorgpad voor ouderen met een palliatieve zorgbehoefte in Tergooi, het WestFries Gasthuis, Noordwest Ziekenhuisgroep, Spaarne Gasthuis en het Rode Kruisziekenhuis. Voorafgaand aan de start van dit onderzoek is er een pilotonderzoek uitgevoerd in het OLVG, is er onderzoek gedaan naar wensen van patiënten en mantelzorgers en is er een 0-meting uitgevoerd naar consulten bij de palliatieve teams in de deelnemende ziekenhuizen. Daarnaast zijn de kansen en belemmeringen van financiering van transmurale palliatieve zorg onderzocht en uitgewerkt in een businesscase, met als doel om ook na de onderzoeksfase transmurale palliatieve zorg voor ouderen te kunnen implementeren

Isabelle Flierman

promovendus, AMC

Marjon van Rijn

postdoc, AMC; docent verpleegkunde, HvA

Bianca Buurman

hoogleraar Acute ouderenzorg, HvA

11:20

Wissel

Parallelronde 2

11:25

Symposium 2.01 Diagnostiek van atriumfibrilleren

Atriumfibrilleren is een veelvoorkomende aandoening bij de geriatrische populatie met een prevalentie hoger dan 20%. Atriumfibrilleren geeft een sterk verhoogd risico op een beroerte. Patiënten met atriumfibrilleren hebben een kortere levensverwachting. Atriumfibrilleren wordt onderverdeeld in paroxysmaal, persisterend en permanent atriumfibrilleren. Ook bij paroxysmaal atriumfibrilleren is het risico op een (ischemisch) CVA ongeveer 5 keer zo hoog. Volgens de Europese richtlijn atriumfibrilleren uit 2016 adviseert opportunistische screening van atriumfibrilleren, wat wil zeggen dat wij bij ieder contact met de oudere patiënt zou moeten screenen op het voorkomen van atriumfibrilleren. In de huidige praktijk wordt dit meestal (nog) niet gedaan. De diagnostiek van atriumfibrilleren in de geriatrische praktijk is gebaseerd op eenmalig een elektrocardiogram als onderdeel van het volledig geriatrisch onderzoek (CGA).
Momenteel komen er nieuwe apparaten op de markt en software applicaties voor mobiele telefoons voor diagnostiek van atriumfibrilleren. Er is discussie over de betrouwbaarheid en duur van de detectie van atriale ritmeafwijkingen met deze nieuwe methodieken. Ook is het de vraag of er sprake is van een verhoogd risico op een beroerte. Een korte, asymptomatische, periode van enkele seconden tot minuten (subklinisch) atriumfibrilleren is geassocieerd met een lager risico op een beroerte dan periodes > 24 uur.
De eerste spreker, Lennaert Zwart zal zijn onderzoek presenteren naar het voorkomen van atriumfibrilleren op een dagkliniek en polikliniek van een geriatrische afdeling. Verschillende methodieken, zoals Holter of de MyDiagnostiek methode komen hierbij aan bod. Hierbij zullen de voor- en nadelen van het MyDiagnostiek apparaat, die in toenemende mate in de huisartsen praktijk worden gebruikt, worden toegelicht.
De tweede spreker, dr M. Hemels, cardioloog en Nederlands expert op dit terrein zal vooral ingaan op nieuwe digitale ontwikkelen bij het opsporen van atriumfibrilleren in relatie tot een verhoogd risico op een CVA. Het zogenaamde subklinisch atriumfibrilleren zal worden besproken aan de hand van verschillende studies.

Screenen op atriumfibrilleren bij ambulante geriatrische patienten.
Lennaert Zwart, aios geriatrie, Noordwestziekenhuisgroep Alkmaar

Device-gedetecteerd subklinisch atriumfibrilleren bij ouderen: Wat moeten we ermee?
Martin Hemels, cardioloog, Rijnstate ziekenhuis, Arnhem    

René Jansen

klinisch geriater, Noordwest Ziekenhuisgroep, Alkmaar

Lennaert Zwart

aios geriatrie, Noordwestziekenhuisgroep Alkmaar

Martin Hemels

cardioloog, Rijnstate ziekenhuis, Arnhem

11:25

Symposium 2.02 SIG Dementie: De zoektocht naar een medicamenteuze behandeling van dementie en ziekte van Alzheimer in het bijzonder. Van molecuul tot netwerk

Op 12 mei 1998 werd Exelon tablet (rivastigmine) door de Europese Commissie en daarmee ook in Nederland geregistreerd voor de “symptomatische behandeling van lichte tot matig-ernstige dementie van het Alzheimer-type”. Sinds 1996 was internationaal al Aricept (donopezil) voor dezelfde indicatie geregistreerd, maar niet in Nederland. Daarna volgde in 2003 nog de registratie van Reminyl (galantamine) en Ebixa (memantine). Ondanks een veelheid aan internationaal onderzoek is sindsdien geen nieuw geneesmiddel meer geregistreerd voor dementie of de ziekte van Alzheimer in het bijzonder.

In dit overzicht worden de diverse richtingen toegelicht waarin in het verleden gezocht is naar medicamenteuze behandeling van dementie en waarom deze pogingen mogelijk faalden. Er zal stil gestaan worden bij de nieuwe eisen aan geneesmiddelen onderzoek en gevolgen voor hedendaagse onderzoekscentra. Het zal duidelijk worden dat netwerkvorming, juist ook in Nederland van belang is. Tenslotte worden nieuwe mogelijke richtingen van dementie onderzoek besproken.

Niels Prins

neuroloog, Brain Research Center Amsterdam

Paul Dautzenberg

klinisch geriater, Brain Research Center, ‘s-Hertogenbosch

11:25

Symposium 2.03 Serious games: toepassingen voor geriatrische patiënten

Bijna een kwart van de thuiswonende ouderen wordt gekenmerkt als kwetsbaar. Deze groep heeft vaak te maken met achteruitgang in de motoriek, sedentair gedrag, apathie en cognitieve achteruitgang. Hierdoor komen kwetsbare ouderen vaak in een vicieuze cirkel terecht van achteruitgang in mobiliteit, niet meer kunnen uitvoeren van alledaagse functionele taken, verminderd cognitief functioneren, verlies van zelfstandigheid en van sociale contacten. Onderzoek heeft laten zien dat een oudere die dagelijks beweegt, uiteindelijk beter en langer in staat is zelfstandig zijn of haar dagelijkse activiteiten uit te voeren. ‘Serious games’ brengen nieuwe mogelijkheden om het oefenen in een thuissituatie te stimuleren. Met name “exergames” worden steeds populairder. Door het spelen van deze games kunnen functies als kracht, balans en uithoudingsvermogen worden getraind. Hierdoor kan functionaliteit worden behouden en kunnen valpartijen worden voorkomen, zowel in een revalidatiesetting als in de thuissituatie. Serious games zijn leuk en uitdagend en maken het tegelijkertijd trainen van zowel motorische als cognitieve functies mogelijk. Doelgerichte functionele activiteiten kunnen worden getraind op een gepersonaliseerde wijze. Dit kan zelfstandig in de thuissituatie plaatsvinden en met beperkte hulp van de zorgverleners, eventueel op afstand.

De afgelopen 3 jaren heeft een team van clinici en onderzoekers van het MC Slotervaart, het centrum van Bewegingswetenschappen van het Universitair Medisch Centrum Groningen, en de Waag Society in co-creatie met patiënten en fysiotherapeuten een serious game ‘ZELFIE” ontwikkeld dat bijdraagt aan het verbeteren en het behoud van zelfstandigheid van ouderen na een heupfractuur. In de workshop zal Claudine Lamoth de ontwikkeling van ZELFIE toelichten en de resultaten van de studie naar de effecten van de inzet van de game presenteren. Katrien Verhoeven, zal een beweegprogramma presenteren gebaseerd op serieus games voor ouderen in een woonzorgcentrum. Tot slot zal Teun Aalbergs bespreken in hoeverre serious games ook een rol kunnen spelen bij het trainen van cognitieve vaardigheden

Jos van Campen

klinisch geriater, MC Slotervaart

Claudine Lamoth

associate professor, UMCG, Centrum voor Bewegingswetenschappen

Katrien Verhoeven

lector-onderzoeker UC Leuven-Limburg, Gezondheid en Welzijn

Teun Aalbergs

business developer & co-founder GainPlay Studio

11:25

Workshop 2.04 Intimiteit en seksualiteit in het verpleeghuis; verbinding van wetenschap en praktijk

Na het volgen van de workshop beschik je over inzicht in de factoren die een rol spelen bij de aandacht voor intimiteit en seksualiteit in een verpleeghuis.

Intimiteit en seksualiteit zijn belangrijke aspecten van het leven, en deze zijn zeker niet leeftijdsgebonden. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat voor verpleeghuisbewoners met dementie en hun partners, intimiteit en seksualiteit bij de levens- en liefdesgeschiedenis horen. Gezien de afhankelijkheid van zorgmedewerkers, is de houding van medewerkers ten opzichte van intimiteit en seksualiteit bij bewoners belangrijk voor de mate waarin deze aspecten beleefd kunnen worden.

Het beïnvloeden van deze houding is dan ook een belangrijk element in het kunnen bieden van persoonsgerichte zorg, waar intimiteit en seksualiteit een plaats in hebben. Binnen het programma Waardigheid en trots zijn verschillende praktijkervaringen gebundeld zijn in een https://www.waardigheidentrots.nl/tools/publicatie-intimiteit-en-seksualiteit-in-het-verpleeghuis/ over intimiteit en seksualiteit in het verpleeghuis. De publicatie levert input voor https://www.zonmw.nl/nl/onderzoek-resultaten/geestelijke-gezondheid-ggz/programmas/project-detail/programma-langdurige-zorg/sivil-seksualiteit-intimiteit-in-verpleeghuizen-interventies-en-lerende-netwerken/, een project vanuit ZonMw, uitgevoerd door Vilans en Rutgers.

In deze workshop zullen inzichten uit https://www.tilburguniversity.edu/nl/onderzoek/instituten-en-researchgroepen/tranzo/nieuws/persbericht-intimiteit-in-verpleeghuis/ (Tineke Roelofs) en de praktijkervaringen opgedaan binnen Waardigheid en trots en SIVIL (Noëlle Sant) samen gebracht worden om de verschillende invalshoeken te belichten.

Ten eerste zullen de bestaande kennis, normen en waarden besproken en uitgediept worden. Ten tweede zal er aandacht zijn voor het herkennen van de noodzaak en de behoefte aan intimiteit en seksualiteit bij mensen met dementie. Ten slotte zullen praktische tips en overwegingen om het gesprek aan te gaan onderdeel zijn van de workshop.

Noëlle Sant

kennismanager, Vilans

Tineke Roelofs

psycholoog, Schakelring

11:25

Symposium 2.05 Innovatieve werkwijzen om zorg en welzijn continu en duurzaam te verbeteren

Vergrijzingsvraagstukken in zorg- en dienstverlening raken verschillende groepen mensen, professionals en organisaties. Steeds meer worden de vraagstukken daarom interdisciplinair aangevlogen, met een grote rol voor de doelgroep zelf. Het is een zoektocht in welke vorm dat het beste kan. Vaak zijn meerdere organisaties in een regio betrokken: praktijkorganisaties en kennisinstellingen, overheden en vrijwilligersorganisaties/burgers. Concepten als living labs, leerwerkinnovatieplaatsen, academische werkplaatsen, proeftuinen, en co-creatie worden daarvoor in toenemende mate (door)ontwikkeld.

 

Tijdens dit symposium illustreren we aan de hand van drie modellen wat mogelijke vormen en werkwijzen zijn om zorg en welzijn voor ouderen duurzaam te verbeteren. Hoe pak je het beantwoorden van praktijkvragen aan en wat levert het op? De modellen worden toegelicht aan de hand van concrete voorbeeldprojecten uit de praktijk.

 

We starten het symposium met de Academische Werkplaats Ouderen Zuid-Limburg, waarbij interdisciplinair partnerschap en duobanen in de zorg- en onderwijspraktijk centraal staan. Wat deze werkwijze oplevert, wordt geïllustreerd aan de hand van twee voorbeeldprojecten. Deze projecten zijn gericht zijn op het stimuleren van zelfredzaamheid en eigen regie voor ouderen in de dagelijkse zorg, thuis en in het verpleeghuis. Vervolgens laten we met een voorbeeldproject vanuit de Academische Werkplaats Ouderen Tranzo zien hoe een science practioner kan helpen om onderzoek ten aanzien van mensgerichte zorg uit te voeren en resultaten direct naar de praktijk te vertalen. Tot slot illustreren we hoe een Wijklab ingericht kan worden ten behoeve van samenredzaamheid in (informele) zorg en ondersteuning, waarbij onderwijs, onderzoek, burgers, zorg- en welzijnsorganisaties en gemeente samenwerken.

Deze sessie wordt georganiseerd door:

Franka Bakker

associate lector, lectoraat Innoveren met Ouderen, Hogeschool Windesheim, Zwolle

Hilde Verbeek

universitair hoofddocent, Wetenschappelijk coördinator Academische Werkplaats Ouderenzorg Zuid Limburg, Department of Health Services Research, Universiteit Maastricht

Katrien Luijkx

bijzonder hoogleraar ouderenzorg, Tranzo, Tilburg Universiteit

12:25

Lunch

12:50

Posterpresentaties

Parallelronde 3

13:25

3.01 Mondelinge abstract presentaties

O1.1 Fysieke Zelfredzaamheid ontrafeld – Resultaten van een scoping review
Esther Molenaar, onderzoeker, Hogeschool Utrecht
O1.2 Aanwezigheid van cerebrale microbloedingen bij geheugenpolikliniek patiënten is geassocieerd met grotere dag-tot-dag variatie in systolische bloeddruk
Maxime Tumelaire, ANIOS Geriatrie, Radboudumc
O1.3 Werkzaamheid van diuretica en diuretica-gerelateerd vallen
Lotta Seppälä, PhD student, Amsterdam UMC
O1.4 Haalbaarheid van Comfort Rounding op een Nederlandse geriatrische ziekenhuisafdeling: een pilotstudie
Edwin Oberjé, docent, Hogeschool Zuyd
O1.5 Het verband tussen het gebruik van antithrombotica en de aanwezigheid van cerebrale microbloedingen in geheugenpolipatienten met vasculaire hersenschade
Mariska Overdijk, AIOS, UMC Utrecht

13:25

3.02 Mondelinge abstract presentaties

O1.6 Het effect van de calciumantagonist nilvadipine op dag-tot-dag bloeddrukvariabiliteit bij patiënten met de ziekte van Alzheimer
Eline Hendrikx, co-assistent, Radboudumc
O1.7 De impact van het starten van dialyse op functioneren en mantelzorgerbelasting
Namiko Goto, promovendus, UMCU en Dianet
O1.8 Behandeling van 80-plussers met chemotherapie: behandelkeuzes en uitkomsten
Inez Walree, Diakonessenhuis
O1.9 Orgaandonatie na euthanasie: onder strikte voorwaarden moreel acceptabel
Rozemarijn Bruchem-Visser, internist, EMC
O1.10 De kwaliteit van vier veelgebruikte meetinstrumenten om kwetsbare ouderen te identificeren
Linda op het Veld, onderzoeker, docent, Zuyd Hogeschool

13:25

Workshop 3.03 Komt een VSer op de Spoed Zorg voor ouderen door de verpleegkundig specialist geriatrie op de SEH

Deze sessie wordt georganiseerd door:

Vera Hogervorst

verpleegkundig specialist, klinische geriatrie, lid verpleegkundige raad Klinische Geriatrie, Tergooi Ziekenhuis

13:25

Symposium 3.04 De rol van preventie en gezond ouder worden

Het doel van dit symposium is het bediscussiëren van het belang van preventie voor gezond ouder worden vanuit een levensloop perspectief , waarbij zowel theorie als ervaring van professionals en ouderen vertaald worden naar aanbevelingen voor de praktijk. Tijdens dit symposium staat het thema ‘preventie’ centraal, waarbij we vanuit een levensloop perspectief kijken naar leefstijl en gezondheid op jongere leeftijd en de invloed op gezondheid en functioneren op latere leeftijd. We bespreken zowel de theorie gebaseerd op bevindingen van observationele studies, als de praktijk gebaseerd op kwalitatief onderzoek en best practise. De eerste spreker komt met argumenten gebaseerd op data van 4 cohortstudies waarom het nodig is om met preventie van vallen te beginnen voor het 65e levensjaar.  Gebruikmakend van data van de Longitudinal Aging Study Amsterdam, laat de tweede spreker zien hoe stoppen  met roken gezondheidswinst kan opleveren, ook wanneer gestopt wordt op latere leeftijd. De derde spreker presenteeert bevindingen van kwalitatief onderzoek naar ervaringen van ouderen met consultatiebureaus voor ouderen waarbij de nadruk ligt op het promoten van een gezonde leefstijl. De vierde spreker, ten slotte, zal de praktische kant bespreken van wat het betekent om preventie toe te spitsen op functieverbetering en wat dit betekent voor opleiding en organisatie van het zorgproces van de huidige gezondheidszorg

Deze sessie wordt georganiseerd door:

Geeske Peeters

senior adviseur, onderzoeker, Kennisinstituut, Federatie voor Medisch Specialisten, Global Brain Health Institute, Trinity College Dublin, Ierland

Erik Timmermans

postdoctoraal onderzoeker, Epidemiologie en Biostatistiek, Amsterdam UMC, VUmc

Anne Esther Marcus-Varwijk

onderzoeker, Hogeschool Windesheim, Rijksuniversiteit Groningen

Ton Bakker

lector Functiebehoud bij Ouderen in Levensloopperspectief, Hogeschool Rotterdam, afdeling Kenniscentrum

13:25

Sponsor symposium 3.05 Nieuwe inzichten in de osteoporose- en fractuurbehandeling bij de oudere patiënt

Wat is de impact van een heupfractuur op de levenskwaliteit, mobiliteit en zelfstandigheid van de oudere patiënt?
Spreker n.t.b.

Wat zijn de lange termijn behandelingsopties bij de chronische ziekte osteoporose?
Harald Verhaar, internist, klinisch geriater,UMC Utrecht

Deze sessie wordt gesponsord door:

14:40

Pauze

15:10

Uitreiking posterprijs door voorzitter postercommissie

Plenaire presentatie

Voorzitter: Mieke Bil, verpleegkundig specialist, voorzitter congrescommissie Geriatriedagen

15:15

Verouderen met een maatje meer

Prof. dr. ir. Marjolein Visser

VU Amsterdam

16:00

Wissel

Parallelronde 4

16:05

Symposium 4.01 Meer zelfredzaamheid door bewegen - hoe verpleegkundigen en verzorgenden bewegen kunnen integreren in het dagelijkse leven van ouderen

Actieve participatie in fysieke en dagelijkse activiteiten is een basisvoorwaarde om succesvol ouder te worden. Niet voor niks luidt een bekend Nederlands gezegde ‘Rust Roest’. Veel ouderen, ongeacht of zij thuis wonen of opgenomen zijn in een ziekenhuis of verpleeghuis, bewegen echter te weinig. Enerzijds hangt dit samen met individuele kenmerken van ouderen, zoals hun gezondheid, cognitie, stemming, bezorgdheid om te vallen of een gebrek aan motivatie om te bewegen. Anderzijds kunnen belemmerende factoren in het sociaal netwerk of in de fysieke woon- en leefomgeving van ouderen van invloed zijn.

Verpleegkundigen en verzorgenden kunnen een belangrijke rol spelen in het stimuleren van bewegen en het behoud van zelfredzaamheid door uit te gaan van wat ouderen nog kúnnen en hen daar tijdens zorgmomenten zo veel mogelijk toe aan te moedigen. Helaas ziet de dagelijkse praktijk er vaak anders uit. De hulpbehoevendheid van ouderen doet een appèl op de intrinsieke neiging van verpleegkundigen en verzorgenden tot het bieden van hulp. Dit heeft tot gevolg dat handelingen veelal worden overgenomen. Echter, dit gaat ten koste van de zelfredzaamheid van ouderen. Ook onjuiste opvattingen over het nut van bewegen, onvoldoende training, of een hoge werklast en inadequate personeelsbezetting spelen hierbij een rol.

In Nederland is in de afgelopen jaren gepoogd de zorgcultuur van overnemen te veranderen naar een zorgcultuur waar het stimuleren van bewegen en het behoud van zelfredzaamheid centraal staan. Door deze werkwijze wordt rekening gehouden met wat cliënten zelf willen en kunnen en wat hun sociaal netwerk hierin kan betekenen. Bovendien wordt rekening gehouden met bevorderende en belemmerende omgevingsfactoren. In dit symposium laten de verschillende sprekers zien hoe deze cultuurverandering bevorderd kan worden, zowel thuis als in het ziekenhuis en in het verpleeghuis. Daarnaast worden recente onderzoeksresultaten met betrekking tot de praktische toepasbaarheid en effectiviteit van de nieuwe werkwijzen gepresenteerd

Silke Metzelthin

ass. professor, Universiteit Maastricht

Rixt Zijlstra

ass. professor, Universiteit Maastricht

Teuni Rooijackers

promovendus, Universiteit Maastricht

Carolien Verstraten

promovendus, Universitair Medisch Centrum Utrecht

Mirre den Ouden

promovendus, Universiteit Maastricht

16:05

Symposium 4.02 Syncope bij ouderen

Wegrakingen of syncope komen veel voor bij de geriatrische patiënt en hebben vaak oorzaken op meerdere specialistische gebieden. Naast stoornissen in de regulatie van de bloeddruk (orthostatische hypotensie) zijn ritme- en geleidingsstoornissen veelvuldig een oorzaak voor de wegraking.
Een van de Nederlandse syncope deskundige, dr Roland Thijs, zal een State of the Art overzicht geven van de belangrijkste oorzaken van wegrakingen op basis van de nieuwe multidisciplinaire ESC richtlijn (European Society of Cardiology) uit 2018. De vorige richtlijn dateert uit 2009 en alle nieuwe aspecten en mogelijkheden voor diagnostiek en therapie zullen worden benoemd met de geriatrische patiënt als focus. Met name de nieuwe mogelijkheid voor de diagnostiek van ritme of geleidingsstoornissen met continue hartmonitoring zijn voor de klinisch geriaters van belang.

De tweede spreker is Sanne de Ruiter, klinisch geriater en zij heeft onderzoek gedaan naar de geriatrische aspecten van oudere patiënten met wegrakingen met data van een val-syncope dagkliniek. Zij zal ingaan op de problemen bij de anamnese (hoeksteen van de diagnostiek van syncope) en heteroanamnese. Zij zal daarbij data presenteren over het voorkomen van cognitieve stoornissen. Ook zal zij data presenteren die aantonen dat bij geriatrische patiënten in ruim 40% er sprake is van 2 of meer diagnoses als verklaring voor de wegrakingen. Het alleen behandelen van bv orthostatische hypotensie terwijl er ook relevante ritme afwijkingen aanwezig zijn is dan weinig effectief.

Rene Jansen

klinisch geriater, Noordwest Ziekenhuisgroep

Sanne de Ruiter

klinisch geriater, Noordwest Ziekenhuisgroep, Anthonius ziekenhuis

Roland Thijs

neuroloog, LUMC

16:05

Symposium 4.03 Nieuwe richtlijn Vermoeden van Ouderenmishandeling in het medisch-specialistische domein van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie

Ouderen die door veranderingen in hun fysieke of geestelijke gezondheid afhankelijk zijn van hulp en ondersteuning kunnen slachtoffer worden van ouderenmishandeling. Een in 2018 uitgevoerde interviewstudie (Regioplan, 2018) liet een prevalentie van ouderenmishandeling van 5.5% zien sinds 65-jarige leeftijd en 2% in het afgelopen jaar. Financieel misbruik bleek hierbij de meest gerapporteerde vorm, gevolgd door psychische mishandeling. Ouderenmishandeling kent verschillende verschijningsvormen, o.a. fysieke en psychische mishandeling, verwaarlozing, seksueel misbruik en tenslotte financiëel misbruik. Soms wordt ouderenmishandeling met opzet gepleegd, maar meestal is er sprake van ontspoorde zorg bijvoorbeeld in het geval van een overbelaste mantelzorger. De verwachting is dat het fenomeen ouderenmishandeling de komende jaren alleen maar zal toenemen, mede gezien de dubbele vergrijzing alsook het toenemende beroep op, en dus potentiële overbelasting van, mantelzorgers. De Nederlandse Vereniging van Klinische Geriatrie (NVKG) heeft in oktober 2018 de richtlijn vermoeden van ouderenmishandeling in het medisch-specialistische domein uitgebracht. Deze richtlijn kan worden gezien als een verbijzondering van de KNMG-meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld, waarin ook volwassenen- en ouderenmishandeling aan de orde komen. Wanneer een vermoeden van ouderenmishandeling bestaat, kunnen zich diverse dilemma’s voordoen die een beroep doen op kennis en interpretatie van wet- en regelgeving, professionele zorgvuldigheid en communicatieve vaardigheden. De zorgprofessional heeft dan te maken met verschillende – soms conflicterende – wet- en regelgevende kaders, waarbinnen hij een zorgvuldige afweging dient te maken. In de richtlijn wordt uiteengezet welke wet- en regelgeving van toepassing is, welke fundamentele begrippen hierin een rol spelen en welke afwegingsprincipes een leidraad bieden om tot een zorgvuldig overwogen beleid te komen. Daarnaast wordt er in de richtlijn uitgebreid aandacht besteed aan de achtergrond van ouderenmishandeling en wordt een overzicht gegeven van tot nu toe bekende prevalentiecijfers alsook welke risicofactoren en signalen bij de verschillende vormen van ouderenmishandeling van belang zijn. Tenslotte wordt ingegaan op het belang van het vergroten van de bewustwording ten aanzien van ouderenmishandeling en wordt uitleg gegeven over de in de richtlijn aanbevolen signaleringsvraag ouderenmishandeling.
In dit symposium nemen wij u mee door de richtlijn heen, schetsen de relevante kaders en passen de richtlijn toe op casuïstiek die direct van de werkvloer is ingebracht.

Miriam van Houten

klinisch geriater niet praktiserend, voorzitter richtlijn Vermoeden van ouderenmishandeling in het medisch specialistische domein, OLVG west, Amsterdam

Judella Daal

klinisch geriater, werkgroeplid richtlijn Vermoeden van ouderenmishandeling in het medisch specialistische domein, Westfriesgasthuis Hoorn

16:05

Workshop 4.04 Voorkomen van zorggerelateerde complicaties bij oudere cardiochirurgische patiënten

In onze samenleving speelt technologie een steeds grotere rol. Ook in de zorg voor kwetsbare ouderen zijn door technologie ondersteunde diensten, oftewel eHealth, een thema. Dankzij eHealth zijn patiënten in staat de regie te nemen over hun eigen gezondheid; eHealth kan ook ingezet worden om de mate van kwetsbaarheid in beeld te brengen of om patiënten te motiveren om gezonder te gaan leven. Roessingh Research and Development (RRD) heeft veel ervaring met het ontwikkelen, evalueren en implementeren van eHealth voor deze doelgroep en geeft u in deze workshop graag een kijkje in haar keuken. Voor acceptatie van eHealth voor kwetsbare ouderen is het belangrijk dat deze diensten voldoen aan de behoefte van de doelgroep. Hier wordt tijdens het ontwikkelen van eHealth rekening mee gehouden door ouderen uit te nodigen als co-designers en tijdens de ontwikkelen van de technologie deze ouderen te vragen naar hun ervaring.

Maar voor uiteindelijk acceptatie is het ook belangrijk dat deze diensten voldoen aan de behoeften van zorgprofessionals. Aan de slag en ervaar het zelf! Tijdens deze workshop zullen verschillende eHealth toepassing die nu ontwikkeld worden binnen verschillende internationale projecten aan u gedemonstreerd worden. De volgende projecten zullen zeker aan bod komen: FRAIL (http://frail-project.eu/), GOAL (http://goal-h2020.eu/), Council of Coaches (http://council-of-coaches.eu/) en PERSSILAA (https://perssilaa.com/). In deze projecten worden eHealth toepassingen ontwikkeld en geïmplementeerd om kwetsbaarheid bij ouderen op te sporen, de fysieke en cognitieve conditie van kwetsbare ouderen te trainen, en gezondheidseducatie aan te bieden. Door middel van interactieve demonstratie kunt u zelf ervaren wat de meerwaarde van deze eHealth toeppassingen is. Wat sluit aan bij uw dagelijkse zorgpraktijk? We sluiten de workshop af met een plenaire discussie. Wat zijn uw eerste ervaringen met eHealth? Hoe kunt u eHealth inzetten in uw eigen organisatie?

Roelof Ettema

onderzoeker, Hogeschool Utrecht

Yvonne Jordens

onderzoeker, Hogeschool Utrecht

16:05

Symposium 4.05 Vitality and Ageing vanuit verschillend perspectief: jong talent aan het werk

Vitaliteit is een breed begrip, waaronder zowel fysiek als sociaal functioneren valt. In de master Vitality and Ageing wordt vitaliteit en veroudering zowel vanuit een biologisch, als een individueel als een maatschappelijk perspectief benaderd. Onderzoek naar vitaliteit en ouder worden van uit deze drie perspectieven staat daarin centraal. In dit symposium presenteren alumni van de master Vitality and Ageing hun wetenschappelijk onderzoek dat vanuit verschillende invalshoeken gericht is op het behouden en bevorderen van vitaliteit van ouderen.

De eerste presentatie richt zich op het biologische verouderingsmodel, waarbij basaal onderzoek is gedaan naar de wijze waarop calorierestrictie een positief effect op langer leven heeft. De tweede en derde presentatie richten zich op het individu, waarbij de tweede presentatie gaat over de voorspellende waarde van visus op functioneren en kwaliteit van leven en de derde over het identificeren van determinanten van apathie bij ouderen. Het vierde onderzoek richt zich op de maatschappelijke context: wat zijn de wensen en behoeften van ouderen migranten bij het ouder worden?

Het doel van dit symposium is om de samenhang tussen het biologisch perspectief, het perspectief gericht op het individu en het sociaal maatschappelijk perspectief te benadrukken. Het onderzoek binnen deze drie segmenten versterkt elkaar bij het bevorderen van de vitaliteit van ouderen

Leon Martens

docent, LUMC

Elise Verbeek

co-assistent, LUMC

Daan Kooijman

co-assistent, LUMC

Warsha Jagroep

onderzoeker LUMC

17:05

Borrel

17:30

Algemene Leden Vergadering NVKG

19:00

Congresdiner & feest Hotel Central

vrijdag 08 feb

09:00

Opening

Voorzitter: Clara Drenth - Van Maanen, klinisch geriater, klinisch farmacoloog, vice-voorzitter congrescommissie Geriatriedagen

Plenaire presentatie

09:05

Naar een socialere benadering van dementie

Anne-Mei The is cultureel antropoloog, jurist, consultant, schrijver, initiatiefnemer en ondernemer. Ze heeft naam gemaakt als onderzoeker en is schrijver van spraakmakende boeken over de langdurige zorg, zoals haar laatste boek ‘Dagelijks leven met dementie – een blik achter de voordeur’ (2017). Anne-Mei The is sinds juli 2012 bijzonder hoogleraar Langdurige Zorg en Dementie aan de Universiteit van Amsterdam (UvA).

Zij ontrafelt verborgen werelden achter complexe en aangrijpende onderwerpen als euthanasie, het naderende levenseinde, palliatieve zorg en dementie. In de afgelopen jaren is in het samenwerkingsverband tussen de KwadrantGroep en Anne-Mei The de ‘Sociale Benadering van Dementie’ ontwikkeld. Ze is initiatiefnemer van Dementieweb (voorheen de Dementie Verhalenbank), de Proeftuin Sociale Benadering Dementie. Momenteel werkt ze aan het opzetten van social trials – gesteund door VWS – in diverse Nederlandse gemeenten, waarin de Sociale Benadering in de praktijk wordt gebracht. In Amsterdam is haar bedrijf Tao of Care gevestigd, met daaronder al haar initiatieven en bedrijven in de zorg.

Fotografie: © Cigdem Yuksel

© Cigdem Yuksel

Anne-Mei The

hoogleraar Langdurige zorg en dementie, UvA, initiatiefnemer Tao of Care

09:50

Ochtendpauze met bossche bol

Parallelronde 5

10:20

Symposium 5.01 Hoe verschillende domeinen van functioneren elkaar beïnvloeden; recente bevindingen van de Longitudinal Aging Study Amsterdam

Veroudering en functioneren van ouderen wordt gekenmerkt door een toenemende mate van heterogeniteit, met stijgende leeftijd. Deze heterogeniteit wordt deels verklaard doordat het functioneren van ouderen op meerdere domeinen –fysiek, cognitief, emotioneel, sociaal- in complexe processen op elkaar ingrijpt. De Longitudinal Aging Study Amsterdam (LASA) is opgezet met het doel om dergelijke domein overstijgende processen in kaart te brengen en te begrijpen. LASA is een langlopende studie die is gestart in 1992 bij enkele duizenden Nederlanders, destijds in de leeftijd van 55 tot en met 84 jaar. Sindsdien zijn enkele malen nieuwe steekproeven aan de oorspronkelijke steekproef toegevoegd. Nog elke drie jaar worden de deelnemers opnieuw geïnterviewd en wordt hun functioneren in kaart gebracht. LASA is daarmee uitgegroeid tot een belangrijke bron van gegevens voor geriatrisch, gerontologisch en epidemiologisch onderzoek naar veroudering in Nederland. In dit symposium wordt ingegaan op enkele recente bevindingen uit de LASA studie. Aan bod komt de wisselwerking tussen aspecten van lichamelijk, sociaal en emotioneel welbevinden bij ouderen. Hoe bevordert sociale steun de gezondheid van ouderen? Hoe grijpt het ervaren van pijn in op hun mogelijkheden voor sociale participatie? Zijn ouderen die een groter zorgnetwerk hebben tevreden met de zorg die zij ontvangen? Bevordert dat ook hun welbevinden? Wat zijn de kenmerken van ouderen die hun eigen lichamelijke functioneren onderschatten? En wat zijn de kenmerken van de ouderen die hun functioneren juist overschatten? Dat zijn vragen die in het symposium aan de orde komen. Er is ruimte voor discussie over implicaties van de bevindingen voor de zorgpraktijk.

Martijn Huisman

hoogleraar Epidemiologie van de veroudering, Amsterdam UMC, VUmc

Almar Kok

post-doctoral researcher Social Epidemiology of Mental Health, Amsterdam UMC, VUmc

Bianca Suanet

assistant professor, VUmc

Laura Schaap

assistant professor, VUmc

Marjolein Broese van Groenou

hoogleraar, VUmc

10:20

Symposium 5.02 SIG Farmacotherapie: Antipsychotica en het risico op QTc verlenging.

In september 2007 werd een alert van de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) gepubliceerd over de observatie dat QTc tijd verlenging met daaropvolgende polymorfe ventriculaire tachycardie (PVT) van het torsade de pointes type (TdP) optraden bij patiënten die behandeld werden met haloperidol, wat kan leiden tot plots overlijden. Later volgden ook alerts voor andere antipsychotica (2011). Het FDA rapport leidde tot onrust onder artsen, omdat haloperidol en andere antipsychotica veelvuldig werden en worden voorgeschreven aan oudere patiënten voor bijvoorbeeld de behandeling van een delier. Artsen vroegen zich af of ze antipsychotica nog wel veilig voor konden schrijven, zeker omdat er geen goede alternatieve behandeling voor handen is. Vooralsnog bestaat er geen duidelijke richtlijn over hoe om te gaan met QT-tijd verlenging bij antipsychotica. Momenteel wordt hierover een multidisciplinaire richtlijn geschreven, met ondersteuning van het Kennisinstituut Medisch Specialisten.

Naar verwachting zal deze richtlijn ten tijde van de Geriatriedagen 2019 (vrijwel) afgerond zijn. Gedurende dit symposium zal deze richtlijn aan de hand van casuïstiek gepresenteerd worden

Clara Drenth-van Maanen

klinisch geriater UMC Utrecht

10:20

Workshop 5.03 Doorleefplan dementie

Na het stellen van de diagnose dementie worden alleen complexe vormen van dementie nog op de geheugenpoli vervolgd. Onderzoek leert dat ongeveer 85% terug wordt verwezen naar de huisarts na een diagnose dementie (Dautzenberg 2016). De begeleiding door HA/POH wisselt sterk voor deze patiënten. De wens van veel patiënten wordt niet gehoord. Veiligheid is in geding. De patiënt leeft niet door.

In de oncologie wordt gebruikt gemaakt van een overlevingsplan, bestaande uit chemo therapie, radiatie en chirurgie. Bij dementie is een overlevingsplan nog niet aan de orde. Wel een doorleefplan. Het doorleefplan stoelt op 2 pijlers: een checklist voor HA als een lokaal behandelplan. Deze checklist van 1 A4 behandeld 6 B (begeleiding, beoordeling ernst, behandeling, beleving, beveiliging en bepalen toekomst). Deze checklist wordt met de brief meegestuurd en aan de mantelzorger uitgereikt. Op deze wijze raakt ook de mantelzorger meer betrokken bij de behandeling.
De 2e pijler is een invulboek met 8 hoofdstukken met aandacht voor voeding en genieten, veiligheid, lichamelijke verzorging, eigen leven leiden en plezier maken, tips voor verbetering geheugen, eigen beleving van de patiënt, wat te doen als de dementie erger wordt en een laatste hoofdstuk over de rol van de mantelzorger. Het boek is visueel aantrekkelijk door mooie foto’s.
De inhoud bestaat uit belevingsvragen die zowel patiënt als mantelzorger ieder invullen. Hierdoor ontstaat interactie over de wensen van de patiënt. Tevens tips en ervaringen van anderen. Tenslotte wordt een individueel plan per hoofdstuk gemaakt. Het invulboek is losbladig en groeit mee met de progressie van de dementie. Van thuis tot en met het verpleeghuis Het boek is digitaal en schriftelijk beschikbaar zonder auteursrechten.De inhoud is samengesteld door een geriater, specialist ouderen geneeskundige en een medewerker van Saar aan huis=particuliere thuiszorgmedewerker, graag professional, bv. verpleegkundige

Maximaal 50 inschrijvingen

Paul Dautzenberg

klinisch geriater, Jeroen Bosch Ziekenhuis

Raymond van der Walle

specialist ouderengeneeskunde, Van Neynsel ‘s-Hertogenbosch

Lian Vos

vestigingsmanager, Saar aan huis, ‘s-Hertogenbosch

10:20

Symposium 5.04 Technologie voor kwetsbare ouderen - van ontwikkeling naar implementatie in de zorg

In onze samenleving speelt technologie een steeds grotere rol. Ook in de zorg voor kwetsbare ouderen zijn door technologie ondersteunde diensten, oftewel eHealth, een thema. Dankzij eHealth zijn patiënten in staat de regie te nemen over hun eigen gezondheid; eHealth kan ook ingezet worden om de mate van kwetsbaarheid in beeld te brengen of om patiënten te motiveren om gezonder te gaan leven. Roessingh Research and Development (RRD) heeft veel ervaring met het ontwikkelen, evalueren en implementeren van eHealth voor deze doelgroep en geeft u in deze workshop graag een kijkje in haar keuken. Voor acceptatie van eHealth voor kwetsbare ouderen is het belangrijk dat deze diensten voldoen aan de behoefte van de doelgroep. Hier wordt tijdens het ontwikkelen van eHealth rekening mee gehouden door ouderen uit te nodigen als co-designers en tijdens de ontwikkelen van de technologie deze ouderen te vragen naar hun ervaring.

Maar voor uiteindelijk acceptatie is het ook belangrijk dat deze diensten voldoen aan de behoeften van zorgprofessionals. Aan de slag en ervaar het zelf! Tijdens deze workshop zullen verschillende eHealth toepassing die nu ontwikkeld worden binnen verschillende internationale projecten aan u gedemonstreerd worden. De volgende projecten zullen zeker aan bod komen: FRAIL (http://frail-project.eu/), GOAL (http://goal-h2020.eu/), Council of Coaches (http://council-of-coaches.eu/) en PERSSILAA (https://perssilaa.com/). In deze projecten worden eHealth toepassingen ontwikkeld en geïmplementeerd om kwetsbaarheid bij ouderen op te sporen, de fysieke en cognitieve conditie van kwetsbare ouderen te trainen, en gezondheidseducatie aan te bieden. Door middel van interactieve demonstratie kunt u zelf ervaren wat de meerwaarde van deze eHealth toeppassingen is. Wat sluit aan bij uw dagelijkse zorgpraktijk? We sluiten de workshop af met een plenaire discussie. Wat zijn uw eerste ervaringen met eHealth? Hoe kunt u eHealth inzetten in uw eigen organisatie

Maximaal 45 inschrijvingen

Stephanie Jansen - Kosterink

onderzoeker, Roessingh Research & Development

Lex van Velsen

sr. onderzoeker, Roessingh Research & Development

Miriam Cabrita

onderzoeker, Roessingh Research & Development

10:20

Sponsor symposium 5.05 Bayer

Deze sessie wordt gesponsord door:

11:20

Wissel

Academic round

Voorzitter: Sandra Zwakhalen, hoogleraar Verplegingswetenschap, Universiteit Maastricht

11:25

Interdisciplinair frailty onderzoek

Cees van der schans

Prof. dr. Cees van der Schans

hoogleraar revalidatiegeneeskunde, UMCG

11:25

Optimalisatie van de behandeling van (kwetsbare) ouderen in het ziekenhuis

Marielle Emmelot-Vonk is klinisch geriater en medisch afdelingshoofd in het UMC Utrecht. Sinds 2018 is zij hoogleraar klinische geriatrie, waarbij zij zich focust op de optimalisatie van de behandeling van (kwetsbare) ouderen in het ziekenhuis, hetgeen tevens de titel van haar presentatie is. Hierbij combineert zij patiëntenzorg en wetenschappelijk onderzoek. Zij is voorzitter van de werkgroep wetenschap van de NVKG en daarnaast full board member van de EUGMS.

Emmelot-Vonk M..-TD010 – bijgeknipt

Prof. dr. Marielle Emmelot-Vonk

medisch afdelingshoofd geriatrie, UMC Utrecht

12:35

Lunch

Parallelronde 6

13:35

6.01 Mondelinge abstract presentaties

O2.1 Het Mobiel Geriatrie Team, de innovatie voor snelle en volledige diagnostiek in de eerste lijn en past bij proactieve ouderenzorg!
Winne Kramer, verpleegkundige, Vilente
O2.2 Arteriële vaatstijfheid bij aortaklepstenose: hemodynamische veranderingen na Transcatheter Aortaklep Implantatie
Jeannette Goudzwaard, klinisch geriater, EMC
O2.3 Overleving in patiënten van 70 jaar en ouder met en zonder dementie na PEG plaatsing, ethische zorgen en overwegingen
Rozemarijn Bruchem-Visser, internist, EMC
O2.4 Wat is de toegevoegde waarde van het routinematig verrichten van een x-thorax op de valpolikliniek?
Irena Muffels, student, Diakonessenhuis
O2.5 Paroxysmal atrial fibrillation is very common in a geriatric population evaluated for falls and syncope
Lennaert Zwart, AIOS geriatrie, Noordwest Ziekenhuisgroep

13:35

6.02 Mondelinge abstract presentaties

O2.6 Is de Barthelindex geschikt voor het meten van fysiek functioneren van geriatrische revalidatiepatiënten?
Hylco Bouwstra, onderzoeker, Amsterdam UMC
O2.7 The use of routine pre-operative chest x-ray in elderly patients undergoing acute hip surgery
Sarah Kievit, ANIOS geriatrie, Spaarne Gasthuis
O2.8 Het Gight™ gidslicht vermindert angst om te vallen en verbetert slaapkwaliteit bij ouderen
Thessa Thölking, onderzoeker, Radboudumc, Gight-BV
O2.9 De kwalitatieve ervaring van het Gight™ gidslicht onder zelfstandig wonende ouderen
Thessa Thölking, onderzoeker, Radboudumc, Gight-BV
O2.10 Hoe kunnen we uitgaan van de krachten van kwetsbare ouderen?
Anne van der Vorst, onderzoeker en psycholoog, Universiteit Maastricht, Envida

13:35

Symposium 6.03 Fysieke belastbaarheid van ouderen met kanker Prehabilitatie bij kwetsbare ouderen met darmkanker; kan dat zomaar?’

Bewegen,  fysieke fitheid en kanker hebben veel met elkaar te maken. Door zowel het ziekteproces als de noodzakelijke en ingrijpende behandelingen ervaren patiënten een afname van de fysieke fitheid. Maar omgekeerd is het ook zo dat de fysieke fitheid van invloed is op het ziekteproces en het succes van de medische behandelingen. Een interessante interactie met fysiologische mogelijkheden voor de klinische praktijk. Maar een patiënt is meer dan zijn fysiologie. Een goed behandeltraject houdt ook rekening met de perceptie en gedragsmatige aspecten bij zowel de patiënt, de mantelzorger en de zorgverlener. Door het belichten van beide perspectieven willen we de patiënt met kanker helpen bij het antwoord op de vraag: hoe zinvol is bewegen voor mij?

 

Jaap Dronkers behandelt in zijn presentatie de gevolgen voor het inspanningsvermogen van kanker en de behandeling en welke fysiologische trainingsparameters van belang zijn om ouderen voor te bereiden op de behandeling.

Carla Agasi-Idenburg, (fysiotherapeut, gezondheidswetenschapper, onderzoeker, docent Instituut Bewegingsstudies Hogeschool Utrecht) Gaat in op de bevorderende en belemmerende factoren voor prehabilitatie die worden ervaren door de oudere kankerpatiënten, mantelzorgers en professionals.

 

De theoretische achtergronden van prehabilitatie en de voorkeuren en verwachtingen hiervan bij ouderen, hun mantelzorgers en zorgverleners liggen niet perse op een lijn. Hierover gaan de sprekers graag me de aanwezigen in gesprek.

Deze sessie wordt georganiseerd door:

Carla Agasi-Idenburg

fysiotherapeut, gezondheidswetenschapper, onderzoeker, Instituut BewegingsStudies, Hogeschool Utrecht

13:35

Symposium 6.04 Onvrijwillige zorg in de ouderenzorg – gebruik, risicofactoren, ervaringen en percepties van zorgprofessionals en mantelzorgers

Zowel zorgprofessionals als mantelzorgers staan dagelijks voor lastige uitdagingen in de ouderenzorg. Vooral voor ouderen met een cognitieve beperking kan het soms lastig zijn om aan te geven wat zij willen. Dit kan leiden tot onbegrepen gedrag, frustratie of agressie bij zowel de zorgontvanger als zorgverlener. In deze situatie kan het lastig zijn om te beslissen wat de juiste zorg is. Ervoor kiezen om de deur op slot te doen omdat de cliënt de vorige keer het huis heeft verlaten en is verdwaald, of stiekem medicatie toedienen zodat iemand beter slaapt zijn voorbeelden van onvrijwillige zorg.

Onvrijwillige zorg is gedefinieerd als zorg waarvoor de persoon in kwestie geen toestemming geeft en/of zich tegen verzet. Onvrijwillige zorg bestaat uit 3 vormen: vrijheidsbeperkende maatregelen (o.a. fixatiebanden en bedhekken), psychotrope medicatie zoals antidepressiva en angstremmers, en gedwongen zorg (o.a. het opleggen van leefregels waardoor iemand zijn/haar leven niet naar eigen vrijheid kan inrichten en gedwongen toedienen van voedsel of medicatie).

Dit symposium richt zich op kennis omtrent het gebruik van onvrijwillige zorg, de risicofactoren hiervoor, wat professionals als onvrijwillige zorg ervaren en wat de attituden zijn van zorgprofessionals en mantelzorgers ten aanzien van onvrijwillige zorg.

Hierbij komen zowel studies in de thuiszorg als in het verpleeghuis aan bod.

De eerste studie is gericht op actieonderzoek naar onvrijwillige zorg in de intramurale ouderenzorg. Dit geeft inzicht in de ervaringen en percepties van verpleegkundigen en verzorgenden over wat onvrijwillige zorg inhoudt en hoe vrijheid kan worden gestimuleerd. De tweede studie geeft inzicht in het gebruik van onvrijwillige zorg bij mensen met cognitieve beperkingen die thuiszorg ontvangen. Antwoorden op de vragen wie vraagt onvrijwillige zorg aan, wie past het toe, en wat zijn de risico factoren hiervoor komen hierbij aan bod. De laatste studie focust op attituden van zorgprofessionals en mantelzorgers ten aanzien van onvrijwillige zorg.

Deze sessie wordt georganiseerd door:

Nienke Bekkema

post-doc onderzoeker, VU Amsterdam

Vincent Moermans

promovendus, Universiteit Maastricht, zorgcoach/ verpleegkundig specialist, Wit-Gele Kruis Limburg, België

Angela Mengelers

promovendus, Universiteit Maastricht

Plenaire presentatie

14:50

Uitreiking abstractprijzen door dagvoorzitter

15:00

Pauze

Parallelronde 7

15:30

Symposium 7.01 SCOPE project: Screening for Chronic kidney disease among Older Persons across Europe

In het SCOPE symposium zal het onderwerp chronische nierziekten centraal staan. De SCOPE studie is een observationele, internationale, prospectieve cohort studie die wordt uitgevoerd in 7 landen in Europa gedurende een 2 jaar follow-up periode (http://www.scopeproject.eu/). De studie richt zich op het screenen op chronische nierziekten bij ouderen van 75 jaar en ouder (deelnemers= ±2400). De baseline gegevens zijn verzameld en de follow-up is in volle gang. Deelnemers worden meerdere malen onderzocht middels een geriatrische klinische evaluatie en tevens zullen potentiele en innovatieve biomarkers voor nierfunctie worden onderzocht. De studie heeft als doelen:

  1. Nieuwe inzichten te creëren op het gebied van chronische nierziekten bij ouderen en de gevolgen hiervan te onderzoeken;
  2. Het gebruik van de eGFR bij ouderen ter discussie te stellen;
  3. Innovatieve en reeds bestaande biomarkers voor nierfunctie te onderzoeken.

Tijdens dit symposium zal meer verteld worden over de oorzaken en gevolgen van chronische nierziekten. In het bijzonder zal worden stilgestaan bij chronische nierziekten bij ouderen. Het gebruik van formules die nierfunctie schatten (eGFR) bij de oudere patiënt zal ter discussie worden gesteld en daarmee ook het belang van onderzoek naar nieuwe onafhankelijke biomarkers. In dit symposium zullen 3 sprekers, allen betrokken in de Europese SCOPE studie, een andere invalshoek belichten. De aanleiding van de studie komt aan bod en ook het studieprotocol zal de revue passeren. Ook zal er inzicht worden gegeven in biomarkers voor nierfunctie bij de oudere patiënt. Zowel bestaande als nieuwe biomarkers zullen behandeld worden. Aansluitend zullen de allereerste cross-sectionele resultaten van de Nederlandse metingen worden gedeeld. Deze sneak preview laat zien welke datapool in Europa en in het bijzonder in Nederland binnen de SCOPE studie wordt verzameld.

Lisanne Tap

PhD student, EMC

Andrea Corsonello

IRCCS-INRCA

Fabrizia Lattanzio

IRCCS-INRCA

Francesco Mattace-Raso

geriater, EMC

15:30

Symposium 7.02 Samen beslissen met behulp van patient reported outcome measure (PROM): TOPICS.

Samen beslissen’ is belangrijk. Het is een proces waarin patiënten en zorgverleners persoonlijke en medische informatie uitwisselen om samen tot een goede afweging van verschillende behandelopties te komen. Persoonlijke uitkomstmaten dragen bij aan zorg die beter aansluit bij de kwaliteit van leven van de patiënt en aan wat patiënten belangrijk vinden. Dit symposium bestaat uit een vierluik.

1: Als eerste wordt het gespreksmodel https://www.vilans.nl/vilans/media/documents/producten/infographic-samen-beslissen-kwetsbare-ouderen.pdf met bijbehorende training voor zorgverleners en een folder voor patiënten en naasten gepresenteerd. In een video-studie onder 216 geriatrische patiënten en hun naasten onderzochten we de effectiviteit van deze interventies.

2: In het tweede deel wordt de bijdrage vanuit de landelijke PROM (Patient Reported Outcome Measures) werkgroep verzorgd, en het belang van PROM gebruik in het zorgpad en de keten weergegeven. Bij Samen Beslissen met ouderen is het zo vroeg mogelijk in het zorgpad starten hiervan wenselijk. Als voorbeeld wordt een prospectief haalbaarheidsonderzoek van de ‘The Older Persons and Informal Caregivers Survey (TOPICS) op de SEH gepresenteerd. Eind 2018 starten een aantal vakgroepen geriatrie in Nederland met de PROM implementatie op de polikliniek, kliniek en in de medebehandeling.

3: In het proces van samen beslissen is uitkomstinformatie heel belangrijk. Wat mag een patiënt verwachten van het effect van een bepaalde behandeling op zijn persoonlijke situatie en kwaliteit van leven?

Daarom presenteren we in het derde deel een nieuwe toepassing van de TOPICS. Hiermee wordt uitkomstinformatie op een systematische wijze verzameld. Deze wetenschappelijke lijst is recent getoetst door ouderen zelf en samen met hen hebben we er een toegankelijk gespreksinstrument voor ontwikkeld.

4: In het vierde deel geven we u een inkijkje in het recent gestarte project: Samen beslissen met behulp van de TOPICS uitkomstmaten. Hierin gaan vijf ziekenhuizen aan de slag om het gespreksmodel samen beslissen en de TOPICS uitkomstmaat geïntegreerd aan geriatrische patiënten aan te bieden. Het doel van dit project is een beweging in Nederland op gang te brengen waardoor samen beslissen met geriatrische patiënten vaker, beter en met concrete uitkomsten wordt toegepast.

Ruth Pel-Littel

onderzoeker, Vilans

Cynthia Hofman

onderzoeker, Vilans

Yvonne Schoon

klinisch geriater, Radboudumc

Marleen Harkes

klinisch geriater, Maasstadziekenhuis, Ikazia

15:30

Symposium 7.03 SIG Palliatieve zorg: Euthanasie en dementie

Euthanasie bij patiënten met dementie is een veel besproken onderwerp. Niet alleen binnen onze eigen professie, maar zeker ook in de maatschappij gezien de frequente aandacht in de media hiervoor.  Volgens de Handreiking schriftelijk euthanasieverzoek is euthanasie bij patienten met een gevorderde dementie mogelijk. Desondanks worstelen veel artsen met de vraag waar nu precies de juridische, maar zeker ook de ethische grenzen liggen. In dit minisymposium zullen we aan de hand van een casus op deze beide aspecten ingaan.

Mr. Arend Kors zal ingaan op de juridische kaders. Hij  heeft binnen het ministerie de totstandkoming van de wet meegemaakt en later als een van de voorzitters van de Regionale Toetsingscommissie ook de toetsingspraktijk leren kennen. We hebben prof. Widdershoven, hoogleraar Medische Filosofie en Ethiek,  VUmc en lid van de Werkgroep Levenseinde bij Dementie bereid gevonden om op de ethische aspecten in te gaan.

Arie Kors

voorzitter Regionale Toetsingscommissie Euthanasie

Wilma te Water

klinisch geriater, Gelre Ziekenhuizen

Guy Widdershoven

hoogleraar Medische Filosofie en Ethiek, VUmc

15:30

Symposium 7.04 Reactiverend ziekenhuis, een ziekenhuis in beweging

Een verblijf in het ziekenhuis heeft een sterke negatieve invloed op het lichaam, met name bij kwetsbare patiënten. Ingrijpende operaties verergeren dit effect. De algehele conditie gaat ach­teruit; het functioneren en de zelfredzaamheid nemen af. Echter wanneer patiënten tijdens het ziekenhuisverblijf actief blijven, treden deze invloeden minder op, vindt beter en sneller herstel plaats en daalt het risico op complicaties.

Doel:

Om deze activering op de Geriatrische verpleegafdeling te stimuleren is er een gezamenlijk onderzoek gestart met Gortemaker Algra Feenstra (architectenbureau), Diakonessenhuis en TNO met als doel inzicht krijgen in hoe de ruimtelijke omgeving kan bijdragen aan het activeren van patiënten in het ziekenhuis.

Thema’s

Fysieke achteruitgang door minder mobiliteit tijdens een ziekenhuisopname

Hoe kan de ruimtelijke omgeving bijdragen aan het stimuleren van activiteit, de natuurlijke dagelijkse beweging en de sociale interactie.

Hoe kan de ruimtelijke omgeving bijdragen aan het zorgproces

Hoe kun je als zorgverlener bijdragen aan het dagelijks activeren van patiënten

Wat zijn de effecten van bouwkundige aanpassingen ten aanzien van activering Invalshoeken

Invalshoeken

Elk van deze bovengenoemde thema’s wordt belicht vanuit de eigen professie

Vanuit verschillende disciplines wordt belicht hoe je samen naar een reactiverende omgeving toe kan werken en wat de meerwaarde is van ieders expertise om deze omgeving op de geriatrische afdeling te realiseren.

Jordi Elings

fysiotherapeut, Diakonessenhuis

Femke Feenstra

architect, Gortemaker Algra Feenstra

Marion Konijnenbelt

verpleegkundige, Diakonessenhuis

Menno Hinkema

onderzoeker, TNO